Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
18.5.4.22 Geven
Verder lezen
Het werkwoord geven kan met een infinitief met te gebruikt worden op een wijze die overeenkomst vertoont met het gebruik van hebben en krijgen (zie [18.5.4.14/ii2], groep [b]). Ook bij geven is er een nauwe verwantschap met het zelfstandig werkwoord. Het is dan ook niet altijd mogelijk een scherp onderscheid te maken tussen groepsvormend en niet-groepsvormend gebruik (in het laatste geval als nabepaling in een naamwoordelijke constituent; zie [14.5.3.8/i-ii]). Voorzover er sprake is van groepsvorming gedraagt geven zich als een verplicht groepsvormend werkwoord. Vergelijk:
1aHij was uit zijn humeur omdat ze hem niets te drinken gaven.
bHij was uit zijn humeur omdat ze gaven hem niets te drinken.uitgesloten
De infinitief staat vrijwel altijd vóór geven (zie ook [18.5.7.4/ii]); vergelijk:
2Hij was uit zijn humeur omdat ze hem niets gaven te drinken.twijfelachtig
In voltooide tijden wordt geen vervangende infinitief, maar een voltooid deelwoord gebruikt:
3De dokter vond dat ze de patiënt te weinig te drinken hadden gegeven.
Het meewerkend voorwerp van geven is te beschouwen als het geïmpliceerd onderwerp van de infinitief: in 4 duidt de zieke degene aan die drinkt:
4De verpleegster gaf de zieke vruchtensap te drinken.
Voorbeelden van de combinatie van geven met een infinitief met te zijn voorts:
5Heb je de hond vandaag al wat te eten gegeven?
6Je moet die kinderen iets te doen geven, anders vervelen ze zich.
7Haar reactie op die brief gaf (ons) te denken.
Te denken geven heeft het karakter van een uitdrukking (' doen (na)denken', 'aanleiding geven tot het stellen van vragen'). Andere min of meer vaste uitdrukkingen van dit type zijn:
iemand iets te kennen/te verstaan geven ('doen weten'; 'doen blijken') iemand iets te raden geven (' voor een raadsel, een probleem plaatsen') iets te zien geven ('laten zien')
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links