Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.1.2.3.1 Tussentaal
Tussentaal wordt gekenmerkt door een supra-regionale verspreiding en een relatief sterke mate van informaliteit (in vergelijking met de standaardtaal). Tussentaalkenmerken zijn niet beperkt tot de informele gesproken taal, maar komen in geschreven vorm ook voor op sociale media.
Vandekerckhove (2006, 2007), Vandekerckhove & Nobels (2010).
Tussentaal onderscheidt zich van de Belgische variëteit van de standaardtaal (Belgisch Nederlands) door een aantal kenmerken. De meest opvallende kenmerken zijn morfologisch van aard en hebben veelal een Brabantse inslag.
Zie Taeldeman (2008) en Geeraerts & Van de Velde (2012: 534-535) voor een overzicht van de morfologische, lexicale en syntactische kenmerken van tussentaal.
Op het gebied van de fonetiek bestaat er geen uniforme supra-regionale uitspraak die de tussentaal van alle Vlamingen kenmerkt. Tussentaal wordt veeleer gekleurd door de dialectachtergronden van de sprekers.
Zie Rys & Taeldeman (2007), Taeldeman (2008).
Toch hebben een aantal uitspraakkenmerken een supra-regionale verspreiding, zoals de afwezigheid van woordfinale t in frequente (functie)woorden zoals dat, met, niet, of goed.
Rys & Taeldeman (2007: 6), Geeraerts & Van de Velde (2012: 534).
Typerend voor de tussentaal van sprekers uit de regio’s Antwerpen en Brabant zijn bijvoorbeeld
Zie Rys & Taeldeman (2007: 5).
  • de monoftongering en opener uitspraak van de tweeklanken εi en œy,
  • de gesloten uitspraak van de ongespannen klinkers ɪ, ʏ, ɛ,
  • de rekking van de gesloten, gespannen klinkers i, y, u.
De tussentaal van sprekers uit West-Vlaanderen onderscheidt zich dan weer door
  • de uitspraak van ɣ als h of ɦ,
  • de open uitspraak van de ongespannen klinkers ɪ, ʏ, ɛ,
  • de gesloten uitspraak van de tweeklanken εi en œy.
Verder lezen
Het gebruik van tussentaal hangt samen met sociale, situationele en stilistische variatie: de variëteit wordt niet door alle (groepen van) sprekers en in alle situaties evenveel gebruikt. Zo wordt er bijvoorbeeld meer tussentaal gebruikt door jongeren dan door ouderen.
Geeraerts & Van de Velde (2012: 536, 540); uit onderzoek van Geeraerts (2001) blijkt ook dat in populaire Vlaamse soapseries meer tussentaal wordt gebruikt door jonge personages en door personages die de lagere sociale klasse vertegenwoordigen.
Op het continuum tussen dialecten en standaardtaal (in dit geval Belgisch Nederlands), neemt tussentaal een positie in die relatief ver verwijderd is van de standaardtaal. Dit in tegenstelling tot de Nederlandse situatie waar de supra-regionale variëteiten veel nauwer aansluiten bij de standaardtaal. Dit heeft te maken met de verschillende standaardiseringsprocessen in beide taalgebieden. In Nederland zette de standaardisering veel eerder in, namelijk in de loop van de 17de eeuw, en ontstonden er variëteiten tussen de standaardtaal en de dialecten als gevolg van een behoefte aan een informelere variëteit die toch een bovenregionale functie kon vervullen. Vlaanderen deed niet mee aan dit standaardiseringsproces, omdat het nog door de Fransen bezet was. Pas veel later (late 19de eeuw) ontwikkelde zich ook in Vlaanderen een standaardtaal, die gericht was op de noordelijke norm.
Geeraerts & Van de Velde (2012: 533).
Tussentaal ontstond er vanuit een behoefte aan een bovenregionale variëteit en ontwikkelde zich vanuit de dialecten ('bottom-up') en vanuit een reactie tegen de uit het noorden overgenomen standaardtaal.
Grondelaers & Van Hout (2011: 222, 227).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Kathy Rys november 2020
    Interessante links