Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.8.5 De spelling van tussenklanken in samenstellingen
In samenstellingen kunnen tussenklanken (ook wel verbindingsklanken genoemd) optreden tussen de twee delen van een samenstelling, zoals in de volgende samenstellingen:
1akoning-s-dag
bher-en-huis
czonn-e-schijn
dpann-en-koek
De regelmaat in het optreden van zulke tussenklanken is geen fonologische kwestie, maar behoort tot het domein van de morfologie. Deze tussenklanken hebben twee historische oorsprongen. De -s en de -en in de woorden (1a,b) zijn historisch genitiefsuffixen. Dit samenstellingspatroon stamt historisch af van nominale constituenten met de structuur:
2[[… N-genitief]###N### N]
zoals (des) koning-s dag en (des) her-en huis. Het optreden van -e in zonneschijn komt doordat het woord zon oorspronkelijk de vorm zonne had. Veel woorden die eindigden op een sjwa zijn in de loop van de tijd verkort door apocope van de sjwa. Door de hedendaagse taalgebruiker wordt de -e van zulke woorden als eerste deel van een samenstelling als tussenklank ervaren.Zie Booij (1996b). In Van Tiel et al. (2013) wordt betoogd dat prosodische factoren zoals klemtoon al vroeg een rol speelden in de keuze van een verbindingsklank. Over deze factoren wordt ook gerapporteerd in Hanssen et al. (2013) en Banga et al. (2013).
Het probleem van de spelling van tussenklanken is voor een deel het gevolg van twee fonologische regels, Degeminatie en n-deletie. In een woord als stationsstraat wordt op de grens van de twee delen van de samenstelling slechts één s gehoord ten gevolge van Degeminatie. Daardoor kan de spelling van een dergelijke samenstelling niet alleen maar gebaseerd worden op de fonetische vorm van het woord. Voor de spelling van zulke woorden wordt dan de regel van analogie gehanteerd: in verwante woorden zoals stationsweg en stationsklok horen we ook een s, en dus moet het eerste deel van zulke samenstellingen gespeld worden met een -s.Er doet zich echter variatie voor in het al of niet gebruiken van een tussenklank s; zo zijn zowel doodkist als doodskist welgevormd.
De spelling van de tussenklank(en) -en is voor veel Nederlands sprekenden lastig te bepalen op basis van de klankvorm, omdat ze de n aan het eind van een prosodisch woord niet uitspreken. De n is dan onhoorbaar in de fonetische vorm. Met een finale sjwa in de fonetische vorm kunnen dus twee spelvormen corresponderen, e of en, en de vraag is dan hoe we bepalen welke spelvorm de juiste is.
Om dat probleem op te lossen is in de huidige spellingregeling ingevoerd dat men in principe de tussenletters -en spelt als men een sjwa hoort aan het eind van een zelfstandig naamwoord als eerste deel van een samenstelling, en het desbetreffende zelfstandig naamwoord uitsluitend een meervoud op -en heeft. Vandaar de spelling van het woord pannenkoek (1d) met -en, want het enige meervoud van pan is pannen.Historisch gezien zou de spelling pannekoek juister zijn, omdat het eerste deel van deze samenstelling oorspronkelijk het woord panne was. Op deze regel zijn echter een aantal uitzonderingen; zie https://woordenlijst.org/leidraad .Uitzonderingen zijn bijvoorbeeld het woord Koninginnedag, en (deels) ondoorzichtige samenstellingen zoals flierefluiter, klerestreek, en andere samenstellingen waarin klere- in de betekenis "rot" gebruikt wordt.
Als het eerste deel van een samenstelling een adjectief is dat eindigt op een sjwa, wordt e gespeld, zoals in wittebrood. Dat geldt ook voor zelfstandige naamwoorden die als eerste deel van samenstellingen een meer evaluerende betekenis hebben gekregen zoals reuzeleuk en zonneklaar.
Een gevolg van deze spellingregel is dat -en door taalgebruikers kan worden geïnterpreteerd als een meervoudssuffix, ook als dat naar betekenis eigenlijk niet juist is. Zo is een kerkenraad de raad van één kerk, terwijl een stedenraad wel de raad van een aantal steden is, in contrast tot stadsraad.
Meervoudige nomina als linkerdeel van samenstellingen
Verdieping
Meervoudige nomina als linkerdeel van samenstellingen
Een woord als boeken drukt, anders dan boek, expliciet uit dat het gaat om meer dan een boek. Hoewel ook de vorm boek in een samenstelling generiek kan worden geïnterpreteerd zoals in boekverkoper, is het niet vreemd om woordintern een meervoudssuffix te hebben. Zo vinden we in het WNT twee typen samenstellingen met worm als eerste lid:
iawormweb, wormteler, wormziekte
bwormenteler, wormenweb, wormenzoeker
In (i) zien we dat er twee mogelijkheden zijn. Dat komt doordat het eerste deel in een samenstelling als wormteler niet per se als enkelvoudig moet worden geïnterpreteerd: worm kan hier een generieke interpretatie krijgen omdat worm niet per se als een enkelvoudig nomen hoeft te worden geïnterpreteerd, en ook als stam kan worden opgevat. Daarom kunnen we ook rustig van een boekverkoper spreken, zonder dat dit impliceert dat de desbetreffende verkoper slechts één boek verkoopt. Het is dus voor een generieke interpretatie niet noodzakelijk, maar wel mogelijk dat het nominale linkerlid van een samenstelling in het meervoud verschijnt. De neiging om meervoudsvormen te gebruiken is vooral groot bij nominale samenstellingen waarin het tweede lid een collectief betekenisaspect heeft: huizenrij, dakenzee, mannenvereniging, directeurenoverleg, decanenbijeenkomst, rectorenconferentie, etc. Er is dan een duidelijk semantisch contrast met de vorm zonder -en zoals in rectorsfunctie en directeurskamer. In bepaalde gevallen kan het meervoud nadrukkelijk gewenst zijn om een betekenisverschil te maken, bijv. tussen stadsraad (de raad van één stad) en stedenraad (een raad voor meer steden), en tussen schoolgemeenschap en scholengemeenschap. Daardoor kunnen taalgebruikers -en in een samenstelling als meervoudssuffix interpreteren, ook al was het dat historisch niet, zoals het geval is voor herenhuis, als we het interpreteren als ‘huis voor heren’. We hebben dan te maken met herinterpretatie van een bestaand woord.
Een meervoudsinterpretatie van het eerste deel van samenstellingen met een linkerlid dat eindigt op -s is vaak niet aan de orde. Zoals bekend treden verkleinwoorden altijd op in hun meervoudsvorm als ze het eerste deel van een samenstelling vormen. In rokjesdag is een meervoudige interpretatie van rokjes mogelijk. Maar in rijtjeshuis, meisjeslijk en vrouwtjesolifant ligt een meervoudige interpretatie niet voor de hand, en fungeert de s uitsluitend als een markering van de grens tussen de twee delen van de samenstelling.
Literatuur
Booij (1996b), Booij & Van Santen (2017: hoofdstuk 7.4.), Hanssen (2012), Jansen et al (2007), Neijt & Zuidema (red.) (1994), Neijt et al. (2004), Neijt & Schreuder (2007), Neijt et al. (2010).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Geert Booij september 2020
    Interessante links