Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
20.10.5 De bepaling van graad
Verder lezen
1
De bepaling van graad geeft antwoord op de vraag: 'in welke mate?'. Deze bepaling geeft de intensiteit van de door het gezegde uitgedrukte werking aan, of de intensiteit van een eigenschap of toestand die in de zin wordt uitgedrukt. In het eerste geval is de bepaling zinsdeel; in het tweede geval heeft de bepaling meestal betrekking op een adjectief (dat bijv. als naamwoordelijk deel fungeert) en is ze zinsdeelstuk. Vergelijk:
1De vloer kraakt erg.
2De vloer is erg glad.
In de eerste zin is erg een bepaling van graad bij het werkwoordelijk gezegde kraakt (dus zinsdeel); in de tweede zin bij het naamwoordelijk deel van het gezegde glad (dus zinsdeelstuk). In de hieronder gegeven voorbeelden komen de bepalingen van graad zonder nadere aanduiding als zinsdeel en als zinsdeelstuk voor.
2
Om deze bepaling uit te drukken worden de volgende taalelementen gebruikt.
  1. Bijwoordelijke constituenten, alsmede adjectivische constituenten in bijwoordelijke functie, bijv.:
    hoe zo te enigszins wat tamelijk nogal vrij redelijk genoeg flink behoorlijk hard ernstig zwaar heel erg zeer bijzonder reuze buitengewoon ontzettend vreselijk
    Voorbeelden:
    3Dit is werkelijk te gek.
    4De temperatuur is enigszins gedaald.
    5Ze is redelijk intelligent.
    6Het regent flink.
    7De machinist was ernstig gewond.
    8Ze hebben zich bijzonder voor ons ingespannen.
    Opmerking
    Verdieping
    Opmerking
    Een afwijkend gebruik van te komt voor in slang, vooral in jeugdtaal, in de uitdrukking te gek'heel goed geslaagd', bijv. een te gekke cd van Mike Jagger.
  2. Een beperkt aantal naamwoordelijke constituenten met een onbepaald lidwoord;
    Voorbeelden:
    9Hij stottert een beetje.
    10Oom Dagobert is een tikkeltje bazig.
  3. Voorzetselconstituenten;
    Als inleidende voorzetsels komen voor: in ( + adjectief + mate) en tot (...aan) (...toe). Voorbeelden:
    11Het water is hier nog maar in geringe mate verontreinigd.
    12Ik was tot op het bot koud geworden.
    13De scheidende voorzitter was tot tranen toe bewogen.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links