Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.1.3.1.15 De tweeklank œy
De œy is een geronde tweeklank die vooraan in de mond (maar iets centraler dan de εi) gearticuleerd wordt. Deze klinker komt voor in woorden als:
1atrui /trœy/
bhuis /hœys/
bpluim /plœym/
bkuil /kœyl/
De klank wordt altijd als ui gespeld, behalve in leenwoorden als neutron en deuteronomium, waar eu door sommige (Nederlandse) sprekers als œy wordt gerealiseerd. De œy kan worden beschouwd als de meest exotische klinker in het Nederlandse systeem: de klank komt in heel weinig andere talen voor.
Dit heeft wellicht te maken met het feit dat de diftong bestaat uit twee geronde voorklinkers, die op zichzelf ook al weinig frequent zijn in de talen van de wereld.
Figuur 1 toont de begin- en eindpositie van œy (met de verglijding weergegeven door de pijl) in het klinkerdiagram.
Figuur 1. Positie van œy in het klinkerdiagram (Bron: Gussenhoven 1992: 47)
Verder lezen
Articulatie
De œy is een geronde, stijgende tweeklank die vooraan in de mond wordt gearticuleerd en waarbij de tong van half open naar half gesloten beweegt. Voor sommige sprekers is de tweeklank gerond gedurende de gehele articulatie, maar andere sprekers hebben een ongeronde beginklank.
Duur
De œy is fonetisch gezien lang, net als de twee andere echte diftongen εi en ɔu. De absolute duur hangt onder andere af van factoren als spreekstijl en spreeksnelheid. Volgens Van der Harst (2011: 323-324) is de gemiddelde duur van de œy voorafgaand aan respectievelijk een s en een t 216 ms en 191 ms in het Nederlands Nederlands, en 227 ms en 193 ms in het Belgisch Nederlands.
Regionale variatie
In het Belgisch Nederlands en in de zuidelijke variëteiten van het Nederlands Nederlands is de verglijding van œy minder sterk. In het Poldernederlands is de verglijding sterker en wordt de tweeklank uitgesproken met een opener beginklank.
Zie Jacobi (2009).
In het Belgisch Nederlands wordt de beginklank van œy niet gerond.
Zie Collins & Mees (1984: 117). De fonetische transcriptie is dan ay.
In het Belgisch Nederlands en in het zuiden van Nederland is de eindklank van œy meer naar voren gelokaliseerd dan in de rest van Nederland, waar het tweede element een centralere klank is.
Zie Van de Velde et al. (2010: 396).
Akoestische eigenschappen van de tweeklank œy
Tabellen 1 en 2 geven een aantal voorbeeldzinnen met œy in verschillende fonologische contexten voor het Nederlands Nederlands en Belgisch Nederlands. Een overzicht van de referentiewaarden voor de eerste en tweede formant (F1 en F2) van de œy in het Nederlands Nederlands en Belgisch Nederlands wordt gegeven op Taalportaal .
Tabel 1. Geluidsbestanden, golfvormen en spectrogrammen voor œy in verschillende fonologische contexten in het Nederlands Nederlands.
Woordgroep Fonologische context Geluidsbestand Golfvorm/spectrogram
we zouden lui en apathisch worden woordfinaal
dat ik zo snel mogelijk naar huis kwam vóór obstruent
hartstikke vuil vóór vloeiklank
Tabel 2. Geluidsbestanden, golfvormen en spectrogrammen voor œy in verschillende fonologische contexten in het Belgisch Nederlands.
Woordgroep Fonologische context Geluidsbestand Golfvorm/spectrogram
niet dat Franklin lui was woordfinaal
toen ik alleen naar huis reed vóór obstruent
nat en vuil vóór vloeiklank
Fonologische analyse van de tweeklank œy
  • Distinctieve kenmerken
    De distinctieve kenmerken van œy kunnen worden gespecificeerd door de distinctieve kenmerken voor de begin- en eindklank van de diftong apart weer te geven, respectievelijk [–hoog, +laag, –gespannen, +rond, –achter] en [+hoog, -laag, +gespannen, +rond, –achter]. Deze weergave gaat er wel van uit dat de plaatskenmerken voor de begin- en eindklank van de diftong gelijk zijn, maar dit is voor veel sprekers niet het geval.
  • Fonotaxis
    De tweeklank œy kan niet voorkomen als er een r in dezelfde lettergreep staat (een tautosyllabische r , omdat r een centraliserend effect heeft op de voorafgaande klinker. Dit effect is in strijd met de sluitende beweging die de tong maakt bij de articulatie van œy.
    Zie Booij (1995: 6-7).
    Binnen een lettergreep kan œy niet gevolgd worden door de glijklank w, wellicht omdat de tongpositie bij de eindklank van de diftong (nl. y) veel hoger is dan bij de articulatie van de glijklank w, waarbij de tong zich laag in de mond bevindt.
    Zie (Booij 1995: 7).
Literatuur
Collins & Mees (1984), Gussenhoven (1992), Booij (1995), Adank et al. (2004), Jacobi (2009), Van der Harst (2011).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Kathy Rys november 2020
    Interessante links