Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.6.5.3 De klemtoon in verbale samenstellingen
Verbale samenstellingen komen in het Nederlands veel minder voor dan nominale en adjectivische. Het procedé om zulke woorden te maken is niet productief. Een verbale samenstelling is een samenstelling met als rechterdeel een werkwoord. Verbale samenstellingen hebben altijd klemtoon op het eerste deel.
1anomen als eerste lid: bééld-houwen, blóém-lezen, stóf-zuigen
badjectief als eerste lid: díép-vriezen, hárd-lopen
cwerkwoord als eerste lid: dónder-jagen, zwééf-vliegen
Daarnaast zijn er ook werkwoorden die geen verbale samenstellingen zijn, maar door conversie afgeleid zijn van nominale samenstellingen. Ze hebben hoofdklemtoon op het eerste deel, net zoals de ermee corresponderende nominale samenstelling:
2blókfluit-en, brándmerk-en, glímlach-en, sjóélbakk-en, vóétball-en
Sommige van deze samenstellingen hebben een aparte grammaticale status in die zin dat ze in hoofdzinnen niet in finiete vorm kunnen voorkomen. Dit geldt bijvoorbeeld voor werkwoorden als buikspreken en zeezeilen. Vergelijk de volgende zinnen:
3Mijn vader is aan het zeezeilen
*Mijn vader zeezeilt graag
Ik weet dat mijn vader graag zeezeilt
Deze combinaties zijn dus geen gewone verbale samenstellingen, maar hun klemtoonpatroon is wel hetzelfde.
Zie Booij (2019: 163-167). In Booij (2010: Hoofdstuk 4) worden ze geanalyseerd als syntactische samenstellingen.
Dat geldt ook voor scheidbaar samengestelde werkwoorden met een zelfstandig naamwoord of bijvoeglijk naamwoord als linkerlid, zoals:
4amet zelfstandig naamwoord als linkerlid: ádem-halen, bíér-brouwen, kóffie-zetten, piáno-spelen
bmet bijvoeglijk naamwoord als linkerdeel: líéf-hebben, lós-laten, wít-wassen
Bij alle soorten scheidbaar samengestelde werkwoorden ligt de klemtoon op het niet-werkwoordelijk deel, ook als het eerste deel een voorzetsel of bijwoord is:
5áán-vallen, óp-bellen, héén-gaan, néérleggen
Een bijzonder soort verbale samenstellingen zijn werkwoorden waarin het rechterdeel een zelfstandig naamwoord is, maar het woord als geheel een werkwoord:
6kláppertanden, kórtwieken, líkkebaarden, schúimbekken
Ook hier geldt dat de hoofklemtoon op het eerste deel valt.
Verder lezen
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Geert Booij september 2020
    Interessante links