Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.6.3 Secundaire klemtoon
In meerlettergrepige woorden kan er naast de hoofdklemtoon ook een klemtoon rusten op andere syllaben. Het woord personeel bijvoorbeeld heeft hoofdklemtoon op de laatste syllabe, en secundaire klemtoon op de eerste: ˌpɛr.so.ˈnel. De duur en de intensiteit van een syllabe met secundaire klemtoon zijn groter dan die van een onbeklemtoonde syllabe. Typerend is ook dat de klinker van secundair beklemtoonde syllaben geen klinkerreductie kan ondergaan.
De plaats van de secundaire klemtoon binnen een prosodisch woord wordt bepaald door een ritmisch principe van Klemtoonafwisseling:
Klemtoonafwisseling Binnen een prosodisch woord wisselen beklemtoonde en onbeklemtoonde syllaben elkaar af.
Voor de toepassing van dit principe bepalen we eerst waar de hoofdklemtoon valt, en vervolgens kunnen we bepalen waar de secundaire klemtoon valt.
De plaats van secundaire klemtonen is niet afhankelijk van het gewicht van een syllabe, maar wordt zuiver ritmisch bepaald (Van der Hulst & Kooij (1992), Booij (1995), Gussenhoven (2009)).
Voor de aanwezigheid van een secundaire klemtoon moet een woord dus minstens uit drie syllaben bestaan. Als de hoofdklemtoon op een van de laatste twee syllaben ligt, gaat secundaire klemtoon eraan vooraf, en als er na de hoofdklemtoon nog minstens twee syllaben volgen, kan er na de hoofdklemtoon nog een secundaire klemtoon komen. Een reeks van twee beklemtoonde syllaben wordt zo vermeden. De volgende woorden illustreren het principe van Klemtoonafwisseling;
1Secundaire klemtoon op ongelede woorden
avoorafgaand aan de primaire klemtoon: àutomáát, stèroíde, fònologíé, èncyclòpedíé, èndocrìnologíé
bvolgend op de primaire klemtoon: dóminèè, ádelààr, Wágenìngen, katálogùs
In een woord als fonologie, met hoofdklemtoon op de laatste syllabe, zou een secundaire klemtoon op de tweede syllabe no tot een patroon leiden, waarin beklemtoonde en onbeklemtoonde syllaben elkaar afwisselen. Toch wordt in dit woord de eerste syllabe secundair beklemtoond. Deze voorkeur voor de eerste syllabe als drager van secundaire klemtoon volgt uit het Hangmat-principe: de beklemtoonde syllaben zitten bij voorkeur aan het linker- en rechtereind van het woord.
Zie Booij (1981: 166-169), Van Zonneveld (1985), Kager 1989).
Dit Hangmat-principe overrulet dus in woorden als fònologíé het principe van Klemtoonafwisseling. Wel zijn er woorden waarin de tweede syllabe secundaire klemtoon kan krijgen, zoals melàncholíék (hoewel ook mèlancholíék mogelijk is).
Kager (1989: 290) veronderstelde dat de locatie van secundaire klemtoon op de tweede syllabe van melancholiek te maken heeft met het feit dat dit een zware syllabe is, bestaande uit een klinker gevolgd door een medeklinker. Maar in woorden met een vergelijkbare fonologische bouw zoals ìdentitéít en cònservatíéf valt de secundaire klemtoon wel op de eerste syllabe; zie Booij 1995: 106)
De hier besproken ritmische regel voor secundaire klemtoon geldt binnen prosodische woorden, dus zowel voor ongelede woorden als voor gelede woorden die één prosodisch woord vormen. Voorbeelden van gelede woorden die één prosodisch woord vormen zijn de volgende, waarin de secundaire en primaire klemtonen zijn aangegeven:
2woorden met hoofklemtoon rechts van de secundaire klemtoon
tèrminòlogíé
dìalèctologíé
èncyclòpedísch
sèntimèntalitéít
3woorden met hoofdklemtoon links van de secundaire klemtoon
érfenìs
Heilóóénààr
víézerìk
wándelààr
wándelìng
Aan een woord als díaléctologíé kunnen we zien dat de toekenning van secundaire klemtoon van links naar rechts gaat, en in overeenstemming met het Hangmat-principe. We krijgen in dit woord zo een reeks van twee onbeklemtoonde syllaben, tolo. Hetzelfde geldt voor séntiméntalitéít, waar tali een reeks van twee onbeklemtoonde syllaben vormt.
Gelede woorden kunnen uit meer dan een prosodisch woord bestaan. Dat geldt voor samenstellingen, voor woorden met de suffixen -achtig, -baar, -dom, -heid, -ling, -loos, -schap, en -zaam (suffixen die zelf een prosodisch woord vormen), en voor woorden met bepaalde prefixen. In zulke gevallen wordt het klemtoonpatroon voor ieder van de prosodische woorden afzonderlijk bepaald. In zo’n geleed woord draagt een van de prosodische woorden de hoofdklemtoon van het woord. In de samenstelling broodbakker bijvoorbeeld zijn er klemtonen op de prosodische woorden brood en bakker, en daardoor op de syllaben brood en bak. De eerste daarvan draagt de hoofdklemtoon. Daarom is de klemtoon op bakker een secundaire klemtoon: bróódbàkker. In dit woord volgen dus twee beklemtoonde syllaben op elkaar. Dit is niet in strijd met het principe van Klemtoonafwisseling, omdat dit principe betrekking heeft op een reeks syllaben binnen één prosodisch woord.
Secundaire klemtoon en cyclische klemtoontoekenning
Verdieping
Secundaire klemtoon en cyclische klemtoontoekenning
De berekening van het klemtoonpatroon van samenstellingen kan worden gezien als een cyclisch proces. Eerst wordt het klemtoonpatroon berekend van de samenstellende delen, volgens de Regel voor hoofdklemtoon. Vervolgens wordt op de samenstelling als geheel de regel voor hoofdklemtoon in samenstellingen toegepast. Voor een nominale samenstelling is die regel dat het eerste deel hoofdklemtoon krijgt. Daardoor wordt de hoofdklemtoon van het tweede deel verlaagd tot een secundaire klemtoon, zoals in de samenstelling ólifànten-asìèl. In dit woord krijgt de syllabe fan in de eerste cyclus, die van olifanten, een secundaire klemtoon krachtens de regel van Klemtoonafwisseling. Wordt dit dan in de samenstelling olifantenasiel een tertiaire klemtoon? Het is de vraag of zo’n verschil tussen een secundaire en een tertiaire klemtoon fonetische realiteit heeft, en of deze wel kan worden waargenomen.
Klemtoonpatronen en prosodische structuur
Verdieping
Klemtoonpatronen en prosodische structuur
Het klemtoonpatroon van woorden kan worden beschreven in termen van de groepering van syllaben tot voeten, en van voeten tot prosodische woorden. Waar mogelijk worden syllaben gegroepeerd tot trocheeën, voeten waarin een sterke syllabe met het label s (= strong) gevolgd wordt door een zwakke met het label w (= weak). Dit representeert de afwisseling tussen beklemtoonde en onbeklemtoonde syllaben. Bij een woord met een even aantal syllaben, en hoofdklemtoon op de voorlaatste syllabe zoals het woord èpisóde levert dit de volgende prosodische structuur op.
Figuur 1. Prosodische structuur van episode
Een woord als Wágenìngen heeft dezelfde prosodische structuur, met dit verschil dat de eerste voet de sterke is:
Figuur 2. Prosodische structuur van Wageningen
Het woord wándelìng begint met een sterke trocheïsche voet, en wordt gevolgd door een zwakke eenlettergrepige voet.
Figuur 3. Prosodische structuur van wandeling
Als een vierlettergrepig woord klemtoon heeft op de laatste syllabe, zoals fonologíé, moeten we een eenlettergrepige voet aan het woordeind aannemen. Aan het begin van dit woord kan een trochee fono gevormd worden. De syllabe lo blijft dan over, en kan worden opgevat als een syllabe die een zwakke zuster is van de eerste voet:
Figuur 4. Prosodische structuur van fonologie
De tweede syllabe no is in deze prosodische structuur de zwakste, en wordt het gemakkelijkst gereduceerd tot een sjwa. Bij een sterk informele spreekstijl kan ook de zwakke syllabe lo klinkerreductie ondergaan.
Zie ook Martinez-Paricio & Kager 2005, Kager & Martinez-Paricio 2018.
Verder lezen
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Geert Booij september 2020
    Interessante links