Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
23.5.2.3 Uitroepende zinnen van het type Vuil dat het er was!
Verder lezen
Uitroepende zinnen van dit type bestaan uit een of meer taalelementen die we hier 'het voorstuk' noemen, gevolgd door een dat-zin (soms een als -zin; zie verderop). Het voorstuk bestaat meestal uit een adjectivische constituent, een naamwoordelijke constituent of een infinitief of voltooid deelwoord. In het laatste geval kunnen er ook nog taalelementen aanwezig zijn die als voorwerp of bepaling kunnen fungeren bij een gezegde waarvan deze werkwoordsvormen deel uitmaken.
De meest beklemtoonde lettergreep van het voorstuk en alles wat er na die lettergreep komt (dus ook de hele dat -zin) worden op vrij hoge toon uitgesproken.
Voorbeelden zijn:
1Vuil dat het er was!
2Griezelig dat ik het vond!
3Een boeken dat hij heeft!
4Een lieve schat dat het is!
5Een mooie paarden dat die man heeft!
6Een zand dat er in de sla zit!
7Schreeuwen dat hij deed!
8Moppen vertellen dat hij kan!
9Gelachen dat we hebben!
10Hard gelopen dat ze heeft!
Voor het gebruik van een in de naamwoordelijke constituent uit het voorstuk zie men [4.4.2].
Een zin van dit type kan worden omgezet in een enkelvoudige zin met voor-pv met dezelfde betekenis: hetgeen in het voorstuk wordt aangeduid, is in hoge mate of in grote hoeveelheid aanwezig. Om die betekenis uit te drukken moet aan de enkelvoudige zin een taalelement worden toegevoegd, bijv. een bepaling van graad. Bij een dergelijke omzetting worden de elementen die in het voorstuk staan zinsdeel (of een stuk daarvan) in de enkelvoudige zin. Staat er in het voorstuk een infinitief, dan is de persoonsvorm in de dat -zin een vorm van doen, die bij omzetting verdwijnt, of een hulpwerkwoord dat met een infinitief gecombineerd kan worden.
Passen we het bovenstaande toe op het type-voorbeeld 1, dan kunnen we deze zin omzetten in:
11Het was er erg vuil.
In deze laatste zin is vuil uit het voorstuk naamwoordelijk deel geworden, terwijl erg de hoge graad van het vuil-zijn aangeeft. Toegepast op de voorbeelden 3 en 7:
12Hij heeft erg veel boeken.
13Hij schreeuwde heel hard.
In plaats van dat komt in dit type zinnen ook als voor. Het gebruik van dit voegwoord (meestal in de vorm as) behoort tot informele taal. Een voorbeeld is:
14Griezelig a(l)s ik het vond!informeel
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links