Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
27.1 Algemene inleiding
Verder lezen
1
Nevenschikkingen als 1a en 1b hebben dezelfde betekenis:
1aopmerkingen en aanmerkingen
bop- en aanmerkingen
In 1b moet het taalelement op namelijk verstaan worden als opmerkingen; in geschreven taal wordt dit aangeduid door een koppelteken.
De eenvoudigste manier om dit taalverschijnsel te beschrijven is opmerkingen en aanmerkingen te beschouwen als een volledige vorm, waarvan in op- en aanmerkingen iets is weggelaten, namelijk merkingen, het identieke deel van de beide substantieven waar het hier om gaat.
We noemen dit procédé samentrekking; deze term wordt ook gebruikt voor het resultaat van het procédé (dus: 1b is een samentrekking van 1a). Een taalbouwsel waarop samentrekking toegepast wordt of kan worden, bestaat uit twee of meer onderdelen (leden genaamd) die één of meer identieke elementen bevatten. Samentrekking is dan het weglaten van (een) dergelijk(e) element(en) in alle leden op één na. In 1a en 1b hebben we te maken met twee leden; in 2a en 2b met drie:
2aprefixen, infixen en suffixen
bpre-, in- en suffixen
De elementen die overblijven in het lid of de leden waarvan identieke bestanddelen weggelaten zijn (in 1b op, in 2b pre en in) noemen we restanten. Het met de restanten corresponderende bestanddeel in het lid waarin geen weglating heeft plaatsgevonden (in 1b aan, in 2b suf), noemen we het parallelle element.
Samentrekking kan beschouwd worden als een vorm van taalspaarzaamheid. Ook kan er een stilistisch effect mee bereikt worden: het vermijden van de vaak als storend ervaren herhaling van identieke elementen. Verder worden de restanten en het parallelle element duidelijker ten opzichte van elkaar afgetekend, waarbij contrastintonatie zich dikwijls opdringt.
2
Naar gelang van de aard van de leden onderscheiden we drie niveaus van samentrekking.
We spreken van samentrekking op woordniveau als de volledige leden woorden zijn en de weggelaten elementen bijgevolg woorddelen. Voorbeelden zijn 1 en 2. Deze samentrekking wordt besproken in [27.2].
Zijn de volledige leden constituenten die uit meer dan één woord bestaan, en worden bestanddelen daarvan weggelaten (bijv. kern of bepalingen), dan spreken we van samentrekking op constituentenniveau. De nevengeschikte naamwoordelijke constituenten in 3a bijvoorbeeld hebben een identiek kernwoord, dat dan ook weggelaten kan worden in het eerste lid (bij weglating in het tweede lid spreken we niet van samentrekking, maar van zelfstandig gebruik van een adjectief (3b); zie [6.3.1.3]):
3ade witte jassen en de zwarte jassen
bde witte (-) en de zwarte jassen.
Samentrekking op constituentenniveau wordt in [27.4] behandeld.
(Het teken '(-)' zoals in 3b wordt in dit hoofdstuk gebruikt om aan te geven dat op de plaats waar het staat een element - dat uit één of meer woorden kan bestaan - uit de volledige vorm is weggelaten. Dit element is gecursiveerd in het lid waarin het niet weggelaten is. Als de officiële spelling een koppelteken vereist, namelijk bij samentrekking op woordniveau (zie 1b en 2b), dan is het teken '(-)' overbodig en wordt het niet gebruikt.)
Er kan ook samentrekking op woord- én constituentenniveau plaatsvinden. Het ene lid is dan een woord en het andere een constituent die uit meer dan één woord bestaat. Vergelijk:
4ahandelsondernemingen en industriële ondernemingen
bhandels- en industriële ondernemingen
Op deze 'tussenvorm' en de aanvaardbaarheid ervan wordt ingegaan in [27.3].
Ten slotte bestaat er nog samentrekking op zinsniveau. De leden zijn dan zinnen (hoofd- of bijzinnen), de weggelaten elementen zinsdelen of stukken daarvan. Zo hebben de nevengeschikte zinnen in 5a een identiek onderwerp (Pim) dat in de samentrekking in 5b is weggelaten:
5aPim zit in de keuken en Pim leest een boek.
bPim zit in de keuken en (-) leest een boek.
De samentrekking op zinsniveau komt in [27.5] aan de orde.
3
Naast een niveauverschil is er ook een verschil in 'richting', een verschil tussen voorwaartse en achterwaartse samentrekking. Als het gemeenschappelijke deel behouden wordt in het eerste lid en in de daarop volgende leden wordt weggelaten, hebben we te maken met voorwaartse samentrekking. Voorbeelden:
6azowel door afleiding als door samenstelling
bzowel door afleiding als (-) samenstelling
7aJanko en Marijke wilden naar de schouwburg en Janko en Marijke kochten daarom twee plaatsbewijzen.
bJanko en Marijke wilden naar de schouwburg en (-) kochten daarom twee plaatsbewijzen.
Achterwaartse samentrekking vinden we in de volgende gevallen, waarin het gemeenschappelijke deel behouden blijft in het laatste lid en weggelaten wordt in de voorafgaande leden:
8ade zwarte jassen, de gele jassen en de rode jassen
bde zwarte (-), de gele (-) en de rode jassen
9aJan lag op de bank en Piet zat op de bank.
bJan lag (-) en Piet zat op de bank.
Voorwaartse en achterwaartse samentrekking kunnen ook tegelijk optreden:
10amet kleine raketten en met grote raketten
bmet kleine (-) en met grote raketten (achterwaarts)
cmet kleine raketten en (-) grote raketten (voorwaarts)
dmet kleine (-) en (-) grote raketten (achter- en voorwaarts)
Voor de 'richting' van de samentrekking op zinsniveau in samengestelde zinnen: zie(27.5.4, sectie 2).
4
In de hierboven gegeven voorbeelden van taaluitingen waarin samentrekking voorkomt, zijn alleen nevenschikkingen gebruikt, waarvan de leden verbonden worden door nevenschikkende voegwoorden of reeksvormers, of zonder voegwoord. Samentrekking is echter dikwijls ook mogelijk als de leden verbonden worden door onderschikkende voegwoorden of voegwoordelijke uitdrukkingen dan wel door voorzetsels of voorzetseluitdrukkingen.
Bij samentrekking op woord- en constituentenniveau (of op deze beide niveaus tegelijk) komen voegwoorden van vergelijking voor en het uitbreidend voegwoord behalve (... ook), die constituenten kunnen verbinden (zie respectievelijk [10.3.14] en [10.3.12]); verder de voorzetseluitdrukking in plaats van en in beperkte mate ook andere voorzetsels en voorzetseluitdrukkingen. In het laatste geval zijn in de taaluiting waarin samentrekking plaatsvindt, in principe twee volgordes van de leden mogelijk: '1ste lid + voorzetsel(uitdrukking) + 2de lid' of 'voorzetsel(uitdrukking) + 1ste lid + 2de lid' (zie de voorbeelden 14b -14c, 15b -15c en 20b -20c). Enkele voorbeelden:
11aDit huis heeft evenveel badkamers als studeerkamers.
bDit huis heeft evenveel bad- als studeerkamers.
12aEr zijn hier meer industriële ondernemingen dan handelsondernemingen.
bEr zijn hier meer industriële (-) dan handelsondernemingen.
13aMen heeft behalve de wetgevende macht ook de uitvoerende macht.
bMen heeft behalve de wetgevende (-) ook de uitvoerende macht.
14aDe boeven hadden de caissière van de zaak in plaats van de directeur van de zaak ontvoerd.
bDe boeven hadden de caissière (-) in plaats van de directeur van de zaak ontvoerd.
cDe boeven hadden in plaats van de directeur (-) de caissière van de zaak ontvoerd.
15aJe moet de kleine dozen naast de grote dozen zetten.
bJe moet de kleine (-) naast de grote dozen zetten.
cJe moet naast de grote (-) de kleine dozen zetten.
Bij samentrekking op zinsniveau komen, naast voegwoorden van vergelijking en behalve (dat), ook andere onderschikkende voegwoorden en voegwoordelijke uitdrukkingen voor; voorzetsels en voorzetseluitdrukkingen, die geen zinnen verbinden, zijn hier niet mogelijk, met uitzondering van in plaats van. Enkele voorbeelden:
16aEls kuste Marc even vaak als Monique Peter kuste.
bEls kuste Marc even vaak als Monique Peter (-).
17aHet is de gewoonte geworden dat ik vaker voor hem de kaarten schud dan dat hij voor mij de kaarten schudt.
bHet is de gewoonte geworden dat ik vaker voor hem de kaarten schud dan (-) hij voor mij (-) (-).
18aBehalve dat hij vol hoop is op een goede uitslag, is hij ook afhankelijk van een goede uitslag.
bBehalve dat hij vol hoop is óp (-), is hij ook afhankelijk ván een goede uitslag.
cBehalve (-) vol hoop (-) óp (-), is hij ook afhankelijk ván een goede uitslag.
19aHoewel hij vol hoop is op een goede uitslag, is hij niet afhankelijk van een goede uitslag.
bHoewel hij vol hoop is óp (-), is hij niet afhankelijk ván een goede uitslag.
20aHij had haar een kaart gestuurd in plaats van dat zij hem een kaart gestuurd had.
bHij had haar een kaart gestuurd in plaats van (-) zij hem (-) (-).
cIn plaats van (-) zij hem (-) (-), had hij haar een kaart gestuurd.
Bij de behandeling van de samentrekking op woord- en constituentenniveau ( [27.2], [27.3] en [27.4]) worden voorbeelden met verschillende verbindende elementen tussen de leden gebruikt zonder dat dit nader aangegeven wordt. Bij de samentrekking op zinsniveau ( [27.5]) worden de samentrekking in nevenschikkingen ( [27.5.2] en [27.5.3]) en die in samengestelde zinnen ( [27.5.4]) afzonderlijk behandeld.
5
Bij samentrekking moet onderscheid gemaakt worden tussen wat grammaticaal mogelijk en wat stilistisch gewenst is. Zo zal 21a meestal samengetrokken worden tot 21b:
21aHij had een paar opmerkingen en aanmerkingen.
bHij had een paar op- en aanmerkingen.
Naast het structureel gelijke 22a maakt het samengetrokken 22b echter een geforceerde indruk:
22aHij had een paar opmerkingen en een veel groter aantal zeer kritische aanmerkingen.
bHij had een paar op- en een veel groter aantal zeer kritische aanmerkingen.
Vooral op woordniveau doen samentrekkingen geforceerd aan als er een relatief grote afstand is tussen het taalelement waarin wel weglating heeft plaatsgevonden, en het daarmee corresponderende waarin dat niet het geval is. In zinnen als 22 kan bovendien een rol spelen, dat de kern van het eerste lid van de nevenschikking alleen wordt gekwantificeerd, terwijl de kern van het tweede lid behalve gekwantificeerd (in andere bewoordingen) ook gekwalificeerd wordt.
Op de stilistische beperkingen van de samentrekking wordt in de rest van dit hoofdstuk - waar daar aanleiding toe is - nader ingegaan.
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Een lid van een collectieve nevenschikking (zie [24.4.1]) kan nooit beschouwd worden als een restant van een woord, een meerwoordige constituent of een zin waarvan bestanddelen zijn samengetrokken:
ihet Land van Maas en Waal ( het Land van Maas en het land van Waal)
iischeiding van tafel en bed ( scheiding van tafel en scheiding van bed)
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links