Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.4.2 Stamallomorfie in gelede woorden
Woorden hebben soms in samenstellingen niet dezelfde klankvorm als wanneer ze als zelfstandig woord optreden. Dat heeft een aantal oorzaken. Een belangrijke is dat oorspronkelijke naamvalsuitgangen werden geherinterpreteerd als zogenaamde verbindingsklanken, overgangsklanken tussen de twee delen van een samenstelling. Dat geldt met name voor s en ən. Bovendien wordt ən door veel taalgebruikers uitgesproken als ə. Deze ontwikkeling heeft er toe geleid dat woorden als deel van samenstellingen vaak een langere vorm hebben, eindigend op s, ən, of ə. Ook in sommige typen afgeleide woorden vinden we verbindingsklanken, zoals in voorjaar-s-achtig en werk-e-loos. De keuze van verbindingsklank is geen fonologische, maar een morfologische kwestie.
Zie Booij & Van Santen (2017: 163-170)
Een aantal zelfstandige naamwoorden heeft een lange allomorf op -er, die optreedt in meervoudsvormen, maar ook in samenstellingen:
Tabel 1. Stamallomorfie met -er
enkelvoud meervoud stamallomorf met –er stamallomorf zonder -er
blad bladeren bladerdeeg bladmuziek
ei eieren eierkoek eiwit
kalf kalveren kalverliefde kalfsvlees
kind kinderen kindermeisje kindsdeel
rund runderen rundergehakt rundvlees
Deze allomorfie is morfologisch van karakter: de lange allomorf bevat een oude meervoudsuitgang -er die is geherinterpreteerd als een verlenging van de stam.
Een andere historische oorzaak van stamallomorfie in samenstellingen is dat woorden in een vroegere vorm zijn opgenomen in een samenstelling. Het woord zon bijvoorbeeld had vroeger de vorm zonne, en die vinden we terug in een woord als zonneschijn. Evenzo had het woord pan vroeger de vorm panne, die we zien in de samenstelling pannekoek die volgens de huidige spellingregels als pannenkoek moet worden gespeld.
Zie Booij 1996b.
Veel nomina werden deel van een samenstelling toen ze hun finale sjwa nog hadden. Het woord in isolatie verloor pas daarna zijn sjwa, een geval van sjwa-apocope.
Tabel 2. Sjwa-apocope
Middelnederlands Hedendaags Nederlands
harte hart
kerke kerk
koninginne koningin
mane maan
panne pan
ziele ziel
zonne zon
De samenstelling kon het woord mét sjwa behouden, omdat de taalgebruiker samenstellingen, als ze eenmaal gevormd zijn, in zijn geheugen kan opslaan. Daardoor zijn er veel samenstellingen waarin tussen de twee delen een sjwa (volgens de officiële spelling geschreven als en, behalve in koninginnedag en zonneschijn) optreedt:
1hartendief, kerkenraad, koninginnedag, maneschijn, pannenkoek, zielenrust, zonneschijn
Deze sjwa wordt wel verbindingsklank genoemd, maar fonologisch gezien is deze deel van het eerste woord van de samenstel­ling. Dat zie je aan de lettergreepverdeling: in een woord als zonneschijn vormt de sjwa de kern van de tweede lettergreep (): zon.ne.schijn. De sjwa vormt één prosodisch woord met het eerste deel van de samenstelling. Dat geldt ook voor de s, als in var.kens.vlees. Deze prosodische structuur is ook te zien in het geval van ellipsis, zoals in:
2 varkens- of schapenvlees
zonne- of maneschijn
Het historische proces van sjwa-apocope en de herinterpretatie van naamvalsuitgangen als verbindingsklanken hebben dus geleid tot stamallomorfie op grote schaal in de linkerleden van samenstellingen van het Nederlands.
In afgeleide woorden met de suffixen -ling, -loos, -lijk en -nis zien we ook stamallomorfie:
3naar-ling, twee-ling vs hove-ling, lamme-ling, verschoppe-ling, vertrouwe-ling;
baan-loos, bodem-loos, werk-loos vs moede-loos, werke-loos;
aanzien-lijk, aandoen-lijk, klaag-lijk vs gemoede-lijk, graf-elijk, werke-lijk;
treur-nis, vuil-nis vs begrafe-nis, lafe-nis, vermoeie-nis
Het is niet goed mogelijk om op fonologische gronden de invoeging van een sjwa te voorspellen. Dit blijkt ook uit het feit dat we soms twee vormen hebben, zoals werkloos naast werkeloos.Zie Fehringer (2003, 2004) voor een analyse van deze stamallomorfie.
Een andere vorm van stamallomorfie is de klinkerwisseling in de zogenaamde sterke werkwoorden. Dit type allomorfie is ook niet fonologisch van aard, en heeft een puur morfologische functie, het vormen van de tijden van het werkwoord. Bij van deze werkwoorden afgeleide zelfstandige naamwoorden zien we ook zulke klinkerwisselingen optreden:
4komen, kwam; kom-st
snijden, sneed; snede
sluiten, sloot; slot, sleutel
geven, gaf; gav-e, gif-t
Allomorfie kan dus los staan van het fonologisch systeem van een taal.
Verder lezen
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Geert Booij juli 2020
    Interessante links