Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
5.9.3.2.viii Het gebruik van genoeg, voldoende, zat
Verder lezen
1
De onbepaalde voornaamwoorden genoeg, voldoende en zat kunnen niet-zelfstandig gebruikt worden bij meervoudige telbare en enkelvoudige niet-telbare substantieven, alsook zelfstandig met en zonder kwantitatief er. Ze kunnen naar personen en zaken verwijzen (bij zelfstandig gebruik zonder kwantitatief er alleen naar zaken). De voornaamwoorden genoeg en voldoende duiden een voor een bepaald doel toereikend aantal of toereikende hoeveelheid aan; zat, dat tot informeel taalgebruik behoort, geeft soms aan dat dat aantal of die hoeveelheid overschreden zijn.
2
Bij niet-zelfstandig gebruik kunnen deze voornaamwoorden als determinator voorkomen, zat wordt bij voorkeur achter het kernwoord geplaatst (vergelijk [14.4.4.2/1]). Voorbeelden:
1aEr zijn genoeg mensen die beweren, dat we zo niet door kunnen gaan.
bEr zijn mensen genoeg die beweren, dat we zo niet door kunnen gaan.
2aZijn er nog voldoende schone handdoeken?
bZijn er nog schone handdoeken voldoende?
3We hebben drank zat.informeel
Bij ontkenning van een groep met genoeg en voldoende is de vorm van de negatie afhankelijk van de plaatsing van deze voornaamwoorden: niet bij voorplaatsing, geen bij achterplaatsing. Ontkenning van een groep met zat is alleen mogelijk als de eerder uitgesproken corresponderende bevestiging wordt ontkend. Vergelijk:
4aZijn er niet genoeg mensen die beweren, dat we zo niet door kunnen gaan?
bZijn er geen mensen genoeg die beweren, dat we zo niet door kunnen gaan?
5aEr zijn niet voldoende schone handdoeken.
bEr zijn geen schone handdoeken voldoende.
6aWe hebben niet genoeg drank.
bWe hebben geen drank genoeg.
7aWe hebben geen drank zat.uitgesloten
bA: We hebben drank zat. B: We hebben helemaal geen drank zat, we komen te kort.informeel
3
Bij zelfstandig gebruik wordt bij verwijzing naar telbare substantieven het kwantitatieve er gebruikt; naar niet-telbare substantieven wordt zonder kwantitatief er verwezen. Zonder er kunnen genoeg en voldoende ook naar zaken in het algemeen verwijzen (onbepaalde referent). Voorbeelden:
8We hoeven niet meer deelnemers te hebben, we hebben er nu voldoende.
9We hebben honderd manschappen ingezet, dat moeten er toch genoeg zijn.
10Wil je een paar wijnglazen van me lenen? Ik heb er genoeg.
11Wil je nog wijn? We hebben nog zat.informeel
12aDank u voor de inlichtingen; ik weet nu voldoende.
bDank u voor de inlichtingen; ik weet nu zat.uitgesloten
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Behalve als onbepaald voornaamwoord kunnen genoeg , voldoende en zat (dat laatste dan in de betekenis 'dronken') ook als adjectief en/of als bijwoord(zie 15.3.1.1, sectie 2a) verschijnen, bijv.:
iIk heb nu lang genoeg gewacht.
iiDrie kratten bier bleek nog niet voldoende.
iiiMet een zatte kop moet je niet achter het stuur gaan zitten.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links