Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
26.5.1.1 Inleiding
Verder lezen
Het voegwoord dus verbindt taalelementen waarvan dat wat op dus volgt, een gevolg noemt van hetgeen in het daaraan voorafgaande element wordt omschreven. Het verband tussen de leden van een nevenschikking met dus wordt daarom gevolgaanduidend of consecutief genoemd.
De betekenisverhouding tussen de leden is de omgekeerde van die bij nevenschikkingen met want. Heel dikwijls is een nevenschikking met want dan ook in een nevenschikking met dus te veranderen door verwisseling van de beide leden. Vergelijk:
1Ik blijf maar thuis, want ik voel me niet lekker.
2Ik voel me niet lekker, dus ik blijf maar thuis.
Parallel met want zijn er twee soorten nevenschikkingen met dus te onderscheiden: die waarvan het tweede lid als uitspraak een gevolg is van wat in het eerste lid wordt genoemd (vergelijk [26.4.1.2]), en die waarvan het tweede lid inhoudelijk als een gevolg van het eerste lid te beschouwen is (vergelijk [26.4.1.3]). Verder kan dus, zoals en (zie [26.1.1.3]) en maar (zie [26.3.1.2]), aansluiten bij context en/of situatie.
Op grond van de overeenkomst met want wordt de nevenschikking met dus behandeld bij de bijzondere vormen van nevenschikking. In feite nemen de nevenschikkingen met dus een tussenpositie in tussen de in dit hoofdstuk en de in het vorige hoofdstuk behandelde, omdat ze soms niet, soms wel samentrekking toelaten. Vergelijk:
3aHij is ziek en hij blijft thuis.
bHij is ziek en (-) blijft thuis.
4aHij blijft thuis want hij is ziek.
bHij blijft thuis want (-) is ziek.uitgesloten
5aHij is ziek dus hij blijft thuis.
bHij is ziek dus (-) blijft thuis.uitgesloten
6aHij is bijna het hele jaar ziek geweest en hij is niet geslaagd.
bHij is bijna het hele jaar ziek geweest en (-) (-) niet geslaagd.
7aHij is niet geslaagd, want hij is bijna het hele jaar ziek geweest.
bHij is niet geslaagd, want (-) (-) bijna het hele jaar ziek geweest.uitgesloten
8aHij is bijna het hele jaar ziek geweest, dus hij is niet geslaagd.
bHij is bijna het hele jaar ziek geweest, dus (-) (-) niet geslaagd.
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Behalve het voegwoord dus bestaat ook het voegwoordelijk bijwoord dus. Deze woorden onderscheiden zich niet semantisch, maar wel syntactisch van elkaar. Het voegwoordelijk bijwoord dus kan op verschillende plaatsen in de zin voorkomen; staat het op de eerste zinsplaats, dan veroorzaakt het (anders dan het voegwoord dus) inversie van onderwerp en persoonsvorm (zie ook [8.5] en [21.3.2.1/iii], [2]). Vergelijk:
iaIk voel me niet lekker, dus ik blijf maar thuis.voegwoord
bIk voel me niet lekker, dus blijf ik maar thuis.voegwoordelijk bijwoord
cIk voel me niet lekker, ik blijf dus maar thuis.voegwoordelijk bijwoord
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links