Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
5.5.10 Bezittelijk voornaamwoord en possessief lidwoord
Verder lezen
Bij namen van lichaamsdelen en kledingstukken (soms ook bij namen van andere zelfstandigheden die (in een bepaalde situatie) geacht kunnen worden nauw met de bezitter verbonden te zijn, zoals fiets, pen, tas) wordt in de standaardtaal gewoonlijk naar de 'bezitter' verwezen door middel van een bezittelijk voornaamwoord. In regionaal taalgebruik (met name in het oosten van Nederland) komt in plaats van het bezittelijk voornaamwoord vaak een bepaald lidwoord voor, dat in deze functie 'possessief lidwoord' genoemd wordt. Vergelijk:
1aDie jongen loopt altijd met zijn handen in zijn zak.
bDie jongen loopt altijd met de handen in de zak.regionaal
2aZe heeft 'r haar geverfd.
bZe heeft het haar geverfd.regionaal
3aDe hond kwispelde met zijn staart.
bDe hond kwispelde met de staart.regionaal
4aHet was zo glad, ik ben maar naast mijn fiets gaan lopen.
bHet was zo glad, ik ben maar naast de fiets gaan lopen.regionaal
Om naar de bezitter te verwijzen kan regionaal in combinatie met het lidwoord een wederkerend of persoonlijk voornaamwoord gebruikt worden in de functie van bepaling van belang. Vergelijk (2a is hier herhaald als 5a):
5aZe heeft 'r haar geverfd.
bZe heeft zich het haar geverfd.regionaal
6aHij heeft met het broodmes in zijn vingers gesneden.
bHij heeft zich met het broodmes in de vingers gesneden.regionaal
7aDe kapper heeft ' r haar geverfd.
bDe kapper heeft 'r het haar geverfd.regionaal
In de standaardtaal is het possessieve lidwoord (al dan niet gecombineerd met een wederkerend of persoonlijk voornaamwoord) wel normaal als de zin figuurlijke betekenis heeft of als het gaat om min of meer vaste verbindingen. Het eerste is het geval in de volgende voorbeelden:
8aMet die affaire heeft hij zich lelijk in de vingers gesneden.
bMet die affaire heeft hij lelijk in z'n vingers gesneden.twijfelachtig
9aDe economische crisis heeft dat bedrijf de das omgedaan.
bDe economische crisis heeft dat bedrijf z'n das omgedaan.uitgesloten
Als min of meer vaste uitdrukkingen zijn bijv. te beschouwen iemand de hand kussen ('een handkus geven'), iemand de hand drukken ('een hand geven'), de ogen sluiten ('sterven'). Het gebruik van het bezittelijk voornaamwoord is hier niet uitgesloten, maar het is minder gewoon en geeft soms een andere nuance aan de zin. Een voorbeeld:
10Het is nog een heer van de oude stempel: ik zag dat hij haar de hand kuste.
In deze zin geeft de hand kussen aan dat het om een wat verouderde vorm van etiquette gaat; ... dat hij haar hand kuste zou dit niet uitdrukken.
Bij veel vaste uitdrukkingen is het gebruik van het bezittelijk voornaamwoord echter geheel uitgesloten, bijv.:
11aIk heb hem de hand boven het hoofd gehouden.
bIk heb mijn hand boven zijn hoofd gehouden.in dezelfde betekenis als 11a
Ook in spreekwoorden komt vaak een possessief lidwoord voor, bijv.:
12Met de hoed in de hand komt men door het ganse land.
In aansluiting bij de vorige twee alinea's kan nog vermeld worden dat het gebruik van het possessieve lidwoord in de standaardtaal soms tot een hoger stilistisch niveau behoort dan dat van het bezittelijk voornaamwoord, wat in bepaalde situaties tot een duidelijke voorkeur voor het lidwoord kan leiden. Zo zal men van iemand die pas overleden is, bijv. liever zeggen:
13Hij ligt al in de kist.
dan:
14Hij ligt al in zijn kist.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links