Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
21.3.5.3 Een vragend of uitroepend voornaamwoord als deel van een naamwoordelijke of adjectivische constituent
Verder lezen
Vragende (c.q. uitroepende) voornaamwoorden die deel uitmaken van een naamwoordelijke of een adjectivische constituent kunnen van deze constituenten gescheiden worden. Vergelijk de volgende paren zinnen:
1aWat voor (een) raar boek |heb| je daar?
bWat |heb| je daar voor (een) raar boek?
2aWat voor zinnigs |kun| je daar nu over |vertellen?|
bWat |kun| je daar nu voor zinnigs over |vertellen? |
3aWat een vervelende jóngen |ben| je toch!
bWat |ben| je toch een vervelende jóngen!
4aWat vervélend |is| dat!
bWat |is| dat vervélend!
In de zinnen (a) -zinnen van 1 t.e.m. 4 staat het informatief belangrijkste element vooraan in de zin, in de (b) -zinnen verder achteraan. Aangezien het vragende (c.q. uitroepende) voornaamwoord plaatsvast is, kan het niet mee naar achteren komen. Wat de informatieve geleding betreft zijn alleen de (b) -zinnen in overeenstemming met het links-rechts-principe. Dat betekent overigens niet dat dit soort splitsing altijd even gebruikelijk is als niet-splitsing of zelfs niet dat splitsing altijd mogelijk is. Alleen als de bedoelde constituent de functie van lijdend voorwerp (zie 1 en 2) of van naamwoordelijk deel van het gezegde (zie 3 en 4) heeft, is splitsing in principe zonder meer mogelijk. Bij een indirect object is splitsing uitgesloten, vergelijk bijv. 5, met een lijdend voorwerp, en 6, met een indirect object:
5aWat voor mensen |zullen| we volgend jaar uit|nodigen? |
bWat |zullen| we volgend jaar voor mensen uit|nodigen? |
6aWat voor mensen |zullen| we straks een kaart |sturen? |
bWat |zullen| we straks voor mensen een kaart |sturen?|uitgesloten
Betreft het een onderwerp, dan moet er ofwel sprake zijn van een passieve zin waarvan het onderwerp correspondeert met het lijdend voorwerp van een actieve zin (zie 8), ofwel het moet gaan om een zin met een onovergankelijk werkwoord, presentatief er (of: hier/daar) en een niet-handelend onderwerp (zie 9 t.e.m. 12). Vergelijk:
7aWat voor mensen |hebben| jouw proefschrift |gekocht? |
bWat |hebben| voor mensen jouw proefschrift |gekocht?|uitgesloten
8aWat voor boeken |zijn| er dit jaar zoal |gelezen?|
bWat |zijn| er dit jaar zoal voor boeken |gelezen? |
9aWat voor vreselijks |is| er nu weer |gebeurd?|
bWat |is| er nu weer voor vreselijks |gebeurd? |
10aWat een troep |ligt| er hier toch!
bWat |ligt| er hier toch een troep!
11aWat voor boeken |liggen| daar?
bWat |liggen| daar voor boeken?
12aWat een boeken |staan| er op jouw kamer!
bWat |staan| er een boeken op jouw kamer!
Maakt wat voor deel uit van een voorzetselconstituent, dan is splitsing uitgesloten, bijv.:
13aIn wat voor cafés |kom| jij zoal?
bIn wat |kom| jij zoal voor cafés?uitgesloten
Zie voor meer voorbeelden van het hier besproken soort splitsing [5·7·3·2/2] en [5·10·2].
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links