Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
21.4.7.4 De plaatsing van het onderwerp ten opzichte van twee voorwerpen
Verder lezen
1a
Als in het middenstuk zowel een onderwerp als een lijdend voorwerp als een indirect object voorkomt en die hebben alle drie de vorm van een substantivische constituent, dan is de onderlinge volgorde: onderwerp - indirect object - lijdend voorwerp, bijv.:
1Ten einde raad |heeft| de hoogleraar de studenten de oplossing maar |vertéld.|
2Uiteindelijk |hebben| de autoriteiten de moeder het kind terúg|gegeven.|
3Daarna |heeft| de voorzitter de burgemeester het schilderij |overhándigd.|
1b
Is het indirect object een voorzetselconstituent, dan is de plaatsing ervan ten opzichte van het lijdend voorwerp variabel. Bij bepaalde constituenten is de meest gewone volgorde die met de voorzetselconstituent achteraan: onderwerp - lijdend voorwerp - indirect object met voorzetsel. Vergelijk met de zinnen hierboven:
4aTen einde raad |heeft| de hoogleraar de oplossing (maar) aan de studenten (maar) |vertéld. |
bTen einde raad |heeft| de hoogleraar aan de studenten de oplossing maar |vertéld. |
5aUiteindelijk |hebben| de autoriteiten het kind aan de moeder terúg|gegeven.|
bUiteindelijk |hebben| de autoriteiten aan de moeder het kind terúg|gegeven.|
6aDaarna |heeft| de voorzitter het schilderij aan de burgemeester |overhándigd.|
bDaarna |heeft| de voorzitter aan de burgemeester het schilderij |overhándigd.|
In de zinnen 1 t/m 3 ligt de informatieve kern van de mededeling in de werkwoordsinhoud. Het zinsaccent valt dan ook respectievelijk op verteld , teruggegeven en overhandigd . De zinnen 4 t/m 6 kunnen in dit geval met dezelfde betekenis naast elkaar gebruikt worden, al zijn de zinnen 1 t/m 3 gewoner. In andere gevallen gebeurt de plaatsing overeenkomstig het principe van de informatieve geleding: het meest prominente zinsdeel staat het laatst. Een voorzetselconstituent als indirect object kan nu vóór het lijdend voorwerp staan:
  • als het lijdend voorwerp als informatief belangrijker voorgesteld wordt, wat met name tot uitdrukking gebracht kan worden door een onbepaalde constituent, bijv.:
    7(In de krant stond) |dat| het meisje aan de burgemeester een schilderíj aan|geboden had. |
    8(De vrouw zei) |dat| haar zoon voor het meisje een bóek |gekocht had. |
    Het kan ook om een bepaalde constituent gaan, bijv. in de volgende contrastieve context:
    9(De vrouw zei) |dat| haar zoon voor het meisje het bóek |gekocht had| (maar niet de boekenkast.)
  • als het lijdend voorwerp nauw met het werkwoord verbonden is, bijv.:
    10(Hij hoorde) |dat| de journalist aan één van de ministers een vraag |stelde. |
    11Vanmorgen |wou| moeder voor m'n vader koffie |zetten. |
De omgekeerde volgorde (lijdend voorwerp vóór indirect object) is in de genoemde gevallen alleen mogelijk als het lijdend voorwerp een nadruksaccent heeft, bijv. in een contrastieve context:
12(In de krant stond) |dat| het meisje een schilderíj aan de burgemeester aan|geboden had| (en niet een bóek.)
13Vanmorgen |wou| mijn moeder kóffie voor m'n vader |zetten| (, terwijl ze toch weet dat hij alleen théé drinkt.)
Een alternatief voor de volgorde in zinnen zoals hier behandeld is achteropplaatsing (naar de laatste zinsplaats) van de voorzetselconstituent (zie [21·7·2·2/i]).
1a
In passieve zinnen wordt een en ander nog iets gecompliceerder doordat er een door-bepaling kan optreden, en er op die manier twee voorzetselconstituenten voor kunnen komen. Toch is de situatie vergelijkbaar met die in actieve zinnen (zie 1), met dien verstande dat het onderwerp hier door-bepaling van de passieve zin is en het lijdend voorwerp onderwerp. Voor de achteropplaatsing van een van beide of allebei de voorzetselconstituenten zie men bij de laatste zinsplaats ( [21·7·2·2/i]).
Als het werkwoord alleen de kern van de mededeling uitmaakt, is de volgorde van de (bepaalde) constituenten gewoonlijk, en bij voorkeur: onderwerp - voorzetselloos meewerkend voorwerp - door -bepaling, bijv.:
14Ten slotte |werd| het kind de moeder door de autoriteiten terúg|gegeven.|
15Daarna |werd| het schilderij de burgemeester door de voorzitter |overhándigd.|
Men geeft echter in zinnen als deze de voorkeur aan een meewerkend voorwerp met aan, dat dan na de twee andere zinsdelen komt:
16Ten slotte |werd| het kind door de autoriteiten aan de moeder terúg|gegeven.|
17Daarna |werd| het schilderij door de voorzitter aan de burgemeester |overhándigd.|
1b
Ligt de informatieve kern niet bij het werkwoord alleen, dan komt het informatief belangrijkste element het laatst. In niet-contrastieve zinnen is dat in de praktijk het onderwerp of het meewerkend voorwerp, dat dan samen met het hoofdwerkwoord de informatieve kern vormt. Voorbeelden zijn:
18(Toen kwam het ogenblik) |dat| door het meisje aan de burgemeester een schilderíj |overhandigd moest worden.|
19Tot ieders verbazing |werd| het schilderij door het meisje aan een klein jóngetje |gegeven. |
Voorbeelden van contrastieve zinnen, waarin het desbetreffende zinsdeel zonder het werkwoord de informatieve kern vormt, zijn:
20(Het gerucht ging) |dat| het/een kind door de rechter aan zijn móeder toe|gewezen was| in plaats van aan zijn váder.)
21(In de krant van gisteren stond) |dat| door het meisje aan de burgemeester het schilderíj aan|geboden was| (en niet de gedénkpenning, zoals de bedoeling was.)
22(Men vond) |dat| het schilderij aan de burgemeester door een méisje |overhandigd moest worden| (en niet door een jóngetje.)
Met dezelfde betekenis en in dezelfde context bruikbaar, is naast de volgorde van 21 en 22 ook mogelijk:
23(In de krant van gisteren stond) |dat| het schilderíj door het meisje aan de burgemeester aan|geboden was| (en niet de gedénkpenning, zoals de bedoeling was.)
24(Men vond) |dat| het schilderij door een méisje aan de burgemeester |overhandigd moest worden| (en niet door een jóngetje.)
Zin 24 lijkt zelfs gewoner dan zin 22. Wel wordt hierin, net als in 23, afgeweken van de strikte links-rechts-ordening van de elementen.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links