Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
21.6.1 Inleiding: doorbreking van de tweede pool
Verder lezen
Als een werkwoordelijk gezegde uit meer dan één werkwoord bestaat, dan vormen al die werkwoordelijke elementen in een zin met achter-pv samen de tweede pool. In zinnen met voor-pv bestaat de tweede pool alleen uit één of meer niet-vervoegde werkwoordsvormen. Zijn er meer werkwoordelijke elementen achteraan in de zin aanwezig, dan bezetten die dus als één geheel één vakje in het zinsschema (zie [21·1·1]).
Dat geheel van werkwoorden aan het eind van een zin noemt men de werkwoordelijke eindgroep. De opbouw van een werkwoordelijke eindgroep en de onderlinge plaatsing van de elementen ervan worden behandeld in [18·5·7]. Aan de orde is hier het verschijnsel dat een werkwoordelijke eindgroep in principe ondoordringbaar is, dat wil zeggen dat er tussen de werkwoorden geen niet-werkwoordelijke elementen staan. In termen van zinsplaatsen uitgedrukt: de tweede pool wordt in de regel niet doorbroken door niet-werkwoordelijke elementen. Deze gaan naar gelang van het geval aan de tweede pool vooraf (en staan dan in het middenstuk) of ze volgen erop (en staan dan op de laatste zinsplaats). Vergelijk:
1a(Hij beweerde) |dat| hij het haar gisteren al |had verteld.|
b(Hij beweerde) |dat| hij het haar |had gisteren al verteld. |uitgesloten
Op de genoemde regel van de ondoordringbaarheid bestaan echter uitzonderingen, echte en schijnbare. Een voorbeeld van echte doorbreking van de tweede pool door een niet-werkwoordelijk element is:
2(De verdachte ontkent tot op heden) | | zich aan zwendel |te hebben schuldig gemaakt. |
Er kan alleen sprake zijn van doorbreking als het zelfstandig werkwoord (in 2 en 3 gemaakt) in de eindgroep niet het eerste werkwoord is (zoals in 2). Als dat wel het geval is, dan staan niet-werkwoordelijke elementen altijd vóór alle werkwoorden; vergelijk:
3a(De verdachte ontkent tot op heden) | | zich aan zwendel schuldig |gemaakt te hebben. |
b(De verdachte ontkent tot op heden) | | zich aan zwendel |gemaakt schuldig te hebben.|uitgesloten
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Met de woordvolgorde in de werkwoordelijke eindgroep houdt ook verband het feit dat doorbreking vaker voorkomt als het hoofdwerkwoord als infinitief verschijnt dan wanneer het een deelwoord is. Een hoofdwerkwoord in de vorm van een infinitief komt immers, anders dan een deelwoord, overwegend aan het eind van de groep voor (zie [18·5·7·4]).
In de standaardtaal is doorbreking slechts in bepaalde gevallen mogelijk. Bij twijfel over de aanvaardbaarheid van doorbreking is het daarom aan te bevelen niet-werkwoordelijke elementen vóór de tweede pool te plaatsen. Echte doorbrekingsgevallen worden behandeld in [21·6·3]. Eerst wordt in [21·6·2] aandacht besteed aan gevallen van schijnbare doorbreking.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links