Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.4.1.2 Verkorting
Voor een aantal Nederlandse woorden vinden we twee vormen, een vorm met en een kortere vorm zonder . Dit verschijnsel wordt wel aangeduid als De-deletie. De afwezigheid van kan zich zowel binnen een woord als op het woordeinde voordoen:
Zie Zonneveld (1978), Booij (1995: 88-92);2012).
1woordintern
broeder/broer, buidel/buil, ijdel/ijl, ledig/leeg, neder/neer, prediken/preken, teder/teer, veder/veer, voeder/voer, weder/weer;
aan het woordeinde
armoede/armoe, chocolade/chocola, getijde/getij, heide/hei, kade/ka, lade/la, mede/mee, roede/roe, schade/scha, slede/slee, snede/snee, spade/spa, stede/stee, trede/tree, weide/wei, zeide/zei, zijde/zij.
Het verschil tussen de twee woordvormen is vaak stilistisch: de lange vorm hoort bij een wat verheven en soms archaïsche stijl. Daarnaast kunnen de twee vormen zich qua betekenis tot aparte woorden ontwikkeld hebben. Dit geldt bijvoorbeeld voor woordparen als buidel-buil, ijdel-ijl en ledig-leeg. Het woord broeder heeft ook meer betekenissen dan het woord broer, dat alleen wordt gebruikt om een familierelatie aan te duiden, terwijl broeder ook voor een mannelijk lid van religieuze gemeenschappen zoals kerken en kloosterordes gebruikt kan worden, en voor een mannelijke verpleegkundige.
Bij samenstellingen en afleidingen ligt de keuze voor een van de vormen vaak vast. Naast de samenstelling broedermoord vinden we geen woord broermoord, en in de afgeleide woorden broederschap en broederlijk is de korte vorm broer evenmin mogelijk. En naast de samenstelling heideveld komt heiveld niet voor.
Een tweede vorm van verkorting is het weglaten van een d aan het eind van een werkwoordstam na een klinker: D-deletie. Deze d wordt uiteraard krachtens de regel van Finale Verscherping uitgesproken als t aan het eind van een woord:
Tabel 1. D-deletie
o.t.t. enkelvoud o.t.t. meervoud o.v.t. enkelvoud o.v.t. meervoud volt. deelwoord
glijd / glij glijden / glijen gleed / glee gleden / gleeën gegleden / gegleeën
lijd / lij lijden / lijen leed / lee leden / leeën geleden / geleeën
rijd / rij rijden / rijen reed / ree reden / reeën gereden / gereeën
snijd / snij snijden / snijen sneed / snee sneden / sneeën gesneden / gesneeën
doe doen deed / dee deden / deeën gedaan
houd / hou houden / houwen hield hielden gehouden / gehouwen
Bij deze werkwoorden zijn er ook verledentijdsvormen en voltooide deelwoorden zonder d, als de onderliggende d na een klinker staat. Daarom krijgen we geen vorm zonder d bij de verledentijdsvorm hield van het werkwoorden houden, waar de d wordt voorafgegaan door een medeklinker l. In het voltooid deelwoord gehouden kan de d wel weer ontbreken. In de voltooide deelwoorden met D-deletie wordt voor het sjwa-initiële suffix een glijklank ingevoegd, overeenkomstig de regel van Glijklank-invoeging. In de hier gegeven voorbeelden is die glijklank meestal een j, maar, zoals verwacht, een w na een geronde klinker, zoals in gehouwen.
De vormen zonder d moeten naast de lange vormen worden opgeslagen in het lexicaal geheugen van de taalgebruiker. Ze verschillen onder andere in stilistische waarde van de vorm met een d: de vormen zonder d zijn informeler en karakteristiek voor gesproken taal. Bovendien is de keuze tussen een van de twee vormen vaak gefixeerd in gelede woorden; vergelijk:
2glij-baan, glij-middel, glij-vlak; glijd-er, uitglij-er
rij-baan, rij-bewijs, rij-dier; rijd-er, aso-rij-er
snij-worst, snij-witlof, snij-brander; snijd-er, snij-er (‘snijboon’), snijd-baar
Nog een vorm van verkorting is het weglaten van een sjwa aan het eind van een woord, de zogenaamde Sjwa-apocope, zoals in de volgende woorden:
3Sjwa-apocope
aarde/aard, einde/eind, enveloppe/envelop, ere/eer, gaarde/gaard, giraffe/giraf, keuze/keus, koude/kou, kribbe/krib, leuze/leus, molecule/molecuul, oplage/oplaag, vreugde/vreugd, wijze/wijs
Ook deze vorm van verkorting geldt voor slechts een beperkt aantal woorden. In de loop van de geschiedenis van het Nederlands hebben talloze woorden sjwa-apocope ondergaan. Zo is bed ontstaan uit bedde, en letter uit lettere. Maar alleen als beide vormen zijn blijven bestaan, is er synchroon sprake van allomorfie.
Zie Marynissen (2009) voor een historische analyse van sjwa-apocope.
Sjwa-apocope treedt ook op binnen woorden, met name voor het suffix -s, voor het verkleinwoordsuffix, en aan het eind van het eerste deel van een samenstelling:
4aaard-s, Drent-s, Surinaam-s
bkarbonaad-je, machien-tje, parachuut-je
caard-appel, aard-bei, aard-beving, aard-rijk
ceind-spel, eind-verslag
cschand-knaap, schand-paal, schand-vlek
Van de verkorte woorden in samenstellingen in (4c) wordt schand in het hedendaags Nederlands niet als zelfstandig woord gebruikt. Met het vormverschil kan ook een betekenisverschil gepaard gaan. Zo wordt de lange vorm ere systematisch gebruikt in samenstellingen als deze de betekenis ‘honorair’ heeft, zoals in erelid en erevoorzitter.
Het naast elkaar blijven voortbestaan van de twee vormen heeft soms tot gevolg dat ze qua betekenis of gebruikswaarde van elkaar gaan verschillen. Een voorbeeld hiervan is het woordpaar here/heer. In gewoon taalgebruik zeggen we altijd heer, bijvoorbeeld in de aanhef van een brief. In religieus taalgebruik is er echter verschil. In sommige orthodox-protestantse kerkgemeenschappen is Heer als aanspreekvorm voor God uit den boze, alleen Here, de vorm die in de Statenvertaling (in de spellingsvorm Heere) en in de Bijbelvertaling van het Neder­lands Bijbelgenootschap van 1951 staat, is toegestaan: alleen de lange vorm is eerbiedig genoeg. Dat geldt ook voor de woordcombinatie Here Jezus. Mensen die over ‘de Heer’ spreken geven daarmee zo (wellicht onbedoeld) te kennen dat ze niet tot de zwaarste vorm van het calvinisme behoren.
Dat het juist de langere vorm is die als eerbiedig wordt ervaren, is niet toevallig: het is een algemene tendens in taal dat woorden langere vormen hebben naarmate ze tot een hoger register behoren. Dat zien we ook bij paren als gaarne/graag, moeder/moe, en broeder/broer.
Verder lezen
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Geert Booij juli 2020
    Interessante links