Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
20.2.3.1.ii.1.a Congruentie met het antecedent: algemeen
Verder lezen
In betrekkelijke bijzinnen waarin het betrekkelijk voornaamwoord als onderwerp fungeert, congrueert de persoonsvorm niet met het betrekkelijk voornaamwoord, maar het antecedent daarvan. Dat blijkt uit de volgende voorbeelden, waar het betrekkelijk voornaamwoord steeds hetzelfde blijft:
1aDe jongen die daar loopt, is mijn vriend.
bDe jongens die daar lopen, zijn mijn vrienden.
2aIk, die hier veertig jaar gewerkt heb, word waarschijnlijk net zo goed ontslagen.
bWij, die hier veertig jaar gewerkt hebben, worden waarschijnlijk net zo goed ontslagen.
In de regel congrueert de persoonsvorm in getal en in persoon met het antecedent van het betrekkelijk voornaamwoord. De congruentie in persoon blijkt bij vergelijking van 2 met 3:
3Hoe komt het toch dat jij, die altijd haantje de voorste bent, vandaag zo stil in een hoekje zit?
Er doen zich een paar uitzonderingen voor op de regel van de congruentie in persoon en getal.
  • Als het antecedent een verzamelnaam is, congrueert de persoonsvorm in informeel taalgebruik niet altijd met het antecedent wat het getal (enkelvoud) betreft. De persoonsvorm richt zich dan naar de meervoudige betekenis. Voorbeelden zijn:
    4Er worden wel eens te hoge eisen gesteld aan de politie, die toch ook niet alles kunnen voorkomen.informeel
    5 Die Rode Jeugd, die mensen aanvallen, moesten ze toch maar eens wat beter in de gaten houden.informeel
  • In gekloofde zinnen waarin een persoonlijk voornaamwoord antecedent is van het betrekkelijk voornaamwoord, congrueert de persoonsvorm van de bijzin niet in persoon, maar alleen in getal met het antecedent. Vergelijk onderstaande (a)-zinnen met 2 en 3. In deze gevallen is die op te vatten als een betrekkelijk voornaamwoord met ingesloten antecedent (zie [5.8.5.1/ii]). De (b)-zinnen zijn equivalenten hiervan:
    6aIk ben het die hier veertig jaar gewerkt heeft.
    b(Degene) die die hier veertig jaar gewerkt heeft, ben ik.
    7aJij bent het toch die hier anders altijd haantje de voorste is?
    b(Degene) die hier anders altijd haantje de voorste is, ben jij toch?
    8aJullie zijn het die me het verhaal verteld hebben.
    b(Degenen) die me het verhaal verteld hebben, zijn jullie.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links