Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
14.6.3.2 Bijzinnen ingeleid door een onderschikkend voegwoord
Verder lezen
1
Bijzinnen die met een onderschikkend voegwoord beginnen, kunnen het complement vormen van een substantivische kern in een naamwoordelijke constituent. Als onderschikkende voegwoorden in dit soort bijzinnen komen hiervoor in aanmerking: de grammatisch verbindende (dat en of), sommige voegwoorden van tijd en sommige voegwoorden van vergelijking. Voorbeelden van voegwoordelijke bijzinnen zijn:
1De verwachting dat er spoedig een einde aan de gijzeling zou komen (werd niet bewaarheid.)
2(Op) zijn vraag of de trein dan vertraging had, (kreeg hij geen antwoord.)
3(Ze sloegen) de waarschuwing dat het ijs nog erg dun was (in de wind.)
4De veronderstelling dat hij zijn redenen had om zich op de vlakte te houden (bleek onjuist.)
5(Ze had) een gevoel alsof ze in dagen niet gegeten had.
Bijzinnen die beginnen met het voegwoord als in de betekenis van 'alsof', hebben een voor-pv (zie [10.3.14.1] en [21.2.2.2/2]). Vergelijk met 5:
6Het bericht als zou de koning ernstig ziek zijn, (bleek niet juist te zijn.)
Als kern van de naamwoordelijke constituent treedt in het merendeel van de gevallen een substantief op dat naar vorm en betekenis overeenkomst vertoont met een werkwoord:
de verwachting de vraag
, enz. (zie de voorbeelden hierboven), het verwijt, de hoop, de vrees, de wens, het bewijs, het besef, enz., maar ook andere substantieven zijn mogelijk:
7(Dat is echt) een boek zoals ik zelf zou willen schrijven.
8Het gevaar dat dit tot een gewapend conflict leidt, (is permanent aanwezig.)
9De dag voor(dat) hij stierf, (had hij nog een prijs gekregen.)
10De tijd dat iemand zelf zijn kleren leerde maken (lijkt helemaal voorbij.)
11(Op) het moment dat het vliegtuig zou landen, (ontstond er een hevige windvlaag.)
2
Complementszinnen die ingeleid worden door een voegwoord komen zover mogelijk achteraan in de constituent, bijv.:
12De mededeling van Co dat hij voortaan mee zou doen, (werd met instemming begroet.)
13Dat gevoel die avond alsof ik ging zweven, (kwam door die glaasjes alcohol).
Bijstellingen staan normaal gesproken na voegwoordelijke complementszinnen, bijv.:
14De vraag of Richard een belangrijke rol wil spelen, een allesbeheersende kwestie, (hield ook hem al geruime tijd bezig.)
Maar wanneer de bijstelling een herhaling, correctie of verzwakking tot uitdrukking brengt, kan ze ook voor de complementszin staan:
15De verwachting, overigens een blijde verwachting, dat er spoedig een einde aan de gijzeling zou komen (werd niet bewaarheid).
Complementszinnen kunnen of moeten soms buiten de naamwoordelijke constituent komen waar ze deel van zijn (zie [21.7.3.1/3], [1]). Ze staan dan op de laatste zinsplaats, bijv.:
16(Toen begon hem) een gevoel (te bekruipen) alsof hij nog maar enkele uren te leven had.
17(Tijdens de persconferentie op het vliegveld wees hij geërgerd) de beschuldigingen (van de hand) als zou hij de buitenlandse politiek voor persoonlijke doeleinden aanwenden.
3
Soms komen complementszinnen qua vorm overeen met nabepalingen in de vorm van een betrekkelijke bijzin (zie [14.5.3.8/iii]). Dat is het geval wanneer dat als betrekkelijk voornaamwoord wordt gebruikt, omdat de kern van de naamwoordelijke constituent (bijv. boek in 18) onzijdig is en in het enkelvoud staat. Vergelijk zin 18 met zin 19:
18Het boek dat Jan voorleest (komt uit de bibliotheek.)
19De bewering dat Jan komt (is nergens op gebaseerd.)
Het betrekkelijk voornaamwoord in 18 is vormelijk gelijk aan het voegwoord in 19 dat een voegwoordelijke complementszin inleidt.
In 20 zien we dat de zin twee interpretaties toelaat. De bijzin kan een betrekkelijke bijzin zijn of een complementszin ingeleid door een voegwoord. Context en betekenis kunnen uitsluitsel geven over de aard van de bijzin.
20Het bericht dat Jan zou voorlezen (bleek uiteindelijk niet te kloppen.)
In de lezing van 20 waarin Jan een bepaald bericht zou voorlezen, hebben we te maken met een betrekkelijke bijzin. Het bericht is het antecedent van het betrekkelijk voornaamwoord dat. In de lezing van 20 waarin er iets gezegd wordt over de inhoud van een bericht (namelijk: Jan zal voorlezen), hebben we te maken met een complementszin die wordt ingeleid door het voegwoord dat.
Deze mogelijke dubbelzinnigheid valt weg als we de kern van de naamwoordelijke constituent in het meervoud zetten. Het relativum in de betrekkelijke bijzin moet daarmee congrueren en derhalve veranderen in die. Vergelijk in dit verband zin 21a met zin 21b:
21aDe berichten die Jan zou voorlezen (bleken uiteindelijk niet te kloppen.)
bDe berichten dat Jan zou voorlezen (bleken uiteindelijk niet te kloppen.)
In 21a hebben we met een betrekkelijke bijzin te maken en congrueert het betrekkelijk voornaamwoord die met de meervoudige kern van de naamwoordelijke constituent. In 21b daarentegen hebben we met het voegwoord dat te maken, dat onafhankelijk is van het geslacht en getal van het kernwoord in de naamwoordelijke constituent.
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Bij tijdsaanduidingen kan dat vervangen worden door toen of door een voornaamwoordelijk bijwoord (bijv. waarin, waarop) wanneer het antecedent een bepaalde constituent is. Vergelijk:
iaDe tijd dat iemand zelf zijn kleren leerde maken (lijkt helemaal voorbij.)
bDe tijd toen iemand zelf zijn kleren leerde maken (lijkt helemaal voorbij.)
iia(Er is) een tijd (geweest) dat veel mensen judo maar een minderwaardige sport vonden.
b(Er is) een tijd (geweest) toen veel mensen judo maar een minderwaardige sport vonden.uitgesloten
Vergelijk verder nog:
iiiDe dag dat/waarop/toen hij aankwam, (regende het.)
ivDe dag dat/waarop zoiets gebeurt (neem ik ontslag.)
In een zin als iv is toen natuurlijk uitgesloten, aangezien het niet met een tegenwoordige tijd gecombineerd kan worden (zie [10.3.3.4/2b]).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links