Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.6 Woordklemtoon
Woorden hebben fonologische eigenschappen die niet in termen van klanksegmenten te beschrijven zijn, zoals klemtoon. In woorden met meer dan één syllabe heeft één van de syllaben de meeste prominentie. Dit is de syllabe die hoofdklemtoon draagt. Zo heeft in het woord píjler de eerste syllabe klemtoon, en in het woord piláár de tweede. Klemtoon is een eigenschap die niet aan een bepaald segment kan worden toegekend, en het is daarom een prosodische eigenschap. Als we klemtoon aangeven in de spelling, doen we dat doorgaans door een accentteken te plaatsen op de klinkerletter van de syllabe met klemtoon, zoals in píjler en piláár. In het International Phonetic Alphabet  noteren we de klemtoon van een woord door het symbool ˈ voorafgaand aan de beklemtoonde syllabe: ˈpɛilər, piˈlar.
In het woord personeel draagt de laatste syllabe de hoofdklemtoon en de eerste een bijklemtoon of secundaire klemtoon: pèrsonéél. De tweede syllabe is onbeklemtoond, en de klinker ervan kan als ə worden gerealiseerd. Vergelijk dit met het woord persóón waar de klinker van de eerste, onbeklemtoonde syllabe per als ə kan worden uitgesproken, maar de o van de tweede, beklemtoonde syllabe soon juist niet. De locatie van secundaire klemtoon in personeel heeft te maken met ritme: een afwisseling van beklemtoonde en onbeklemtoonde syllaben is optimaal. Daarom krijgt de eerste syllabe van personeel een secundaire klemtoon, maar die van persoon niet.
Verder lezen
De fonetische eigenschappen van woordklemtoon
Een lettergreep (syllabe) met woordklemtoon wordt gekenmerkt door een toonhoogtebeweging. Daarnaast duurt een beklemtoonde syllabe langer dan een onbeklemtoonde syllabe. Ook de luidheid van een beklemtoonde syllabe kan groter zijn dan die van een onbeklemtoonde. Bovendien is er verschil in klinkerkwaliteit tussen beklemtoonde en onbeklemtoonde syllaben. Een beklemtoonde syllabe wordt met relatief meer articulatie-inspanning uitgesproken, en de klinker ervan met relatief meer afstand tot het centrum van de klinkerruimte.
Zie Van Heuven & Rietveld (2016), Van Heuven (2018).
Hoofdklemtoon wordt bij een in isolatie uitgesproken woord altijd gehoord als een toonhoogtebeweging, omdat het woord dan een éénwoordzin is, en daardoor een zinsaccent draagt. In een meerwoordzin kunnen meerdere woorden zinsaccent dragen. In de zin Maar Willem ziet natuurlijk niets meer kunnen we bijvoorbeeld de woorden Willem en natuurlijk accentueren. Dat doen we door een toonhoogtebeweging op de beklemtoonde syllaben, de eerste syllabe van Willem, en de tweede van natuurlijk. De beklemtoonde syllaben van deze woorden zijn dus ankerpunten voor de toonhoogtebewegingen die zinsaccent uitdrukken.
Klemtoon heeft ook andere effecten op de uitspraak van woorden. Zo kan de klinker van de eerste syllabe van natúúrlijk worden uitgesproken als ə omdat deze syllabe onbeklemtoond is.
De positie van de hoofdklemtoon
In woorden van één syllabe draagt uiteraard die syllabe de hoofdklemtoon. Hoe zit het met meerlettergrepige woorden? Er zijn talen waarin de hoofdklemtoon van een meerlettergrepig woord een vaste positie heeft. Zo valt in het Pools in vrijwel ieder woord de hoofdklemtoon op de voorlaatste syllabe. In het Nederlands is er niet zo’n vaste positie voor hoofdklemtoon, zoals de volgende woorden laten zien:
  • klemtoon op de eerste syllabe: váder, ólifant, Wágeningen;
  • klemtoon op de laatste syllabe: proféét, kanáál, normáál, psychologíé, paracetamól, encyclopedíé;
  • klemtoon op de voorlaatste syllabe: agréssie, ambassáde, indoctrinátie;
  • klemtoon op de voor-voorlaatste syllabe: petróleum, gymnásium, ária.
We vinden in het Nederlands ook minimale paren zoals cánon tegenover kanón, woorden met dezelfde klankreeks (en verschillende betekenissen), maar verschillend wat betreft de positie van de klemtoon.
Zijn er regels die bepalen op welke syllabe de hoofdklemtoon valt? Zulke klemtoonregels zijn er inderdaad, maar er zijn ook veel woorden waarvoor we de positie van de hoofdklemtoon niet via een regel kunnen voorspellen. Dan moeten we deze eigenschap van een woord dus opslaan in ons lexicaal geheugen.
De positie van de hoofdklemtoon wordt bij gelede woorden mede bepaald door de morfologische structuur van die woorden. In samenstellingen met een zelfstandig naamwoord als hoofd valt de hoofdklemtoon vrijwel altijd op het eerste deel van de samenstelling, zoals in lándbouw en vééteelt.
Een uitzondering is een samenstelling als boerenzóón.
Bij afgeleide woorden met een suffix is de plaats van de hoofdklemtoon afhankelijk van het suffix: er zijn suffixen die zelf de hoofdklemtoon dragen (1a), suffixen die de klemtoon van het basiswoord naar de laatste beklemtoonbare syllabe voor het suffix verschuiven (1b), en suffixen die het klemtoonpatroon van het basiswoord intact laten (1c).
1aillegáál - illegalitéít
avóógd - voogdíj
báfgod - afgódisch
bwáánzin - waanzínnig
cmólen - mólenaar
cvergáder- vergádering
Ook prefixen verschillen in hun effect op het klemtoonpatroon: sommige prefixen zijn onbeklemtoond of dragen hoogstens een secundaire klemtoon (2a), terwijl andere de hoofdklemtoon van het woord dragen (2b):
2aklágen - beklágen
alegáál - ìllegáál
bbísschop - áártsbìsschop
bassistént - có-assistènt
De plaats van de hoofdklemtoon van gelede woorden kan dus alleen berekend worden door hun morfologische structuur erbij te betrekken.
In woordgroepen kan de hoofdklemtoon van sommige woorden verschuiven. Zo kan in de woordgroep een speciaal moment de hoofdklemtoon van speciaal, in plaats van op de laatste, op de eerste syllabe vallen. Die verschuivende klemtoon is een secundaire klemtoon, omdat de hoofdklemtoon in deze woordgroep op de laatste syllabe van het zelfstandig naamwoord moment valt, zie (3). Dit type verschuiving wordt bijvoorbeeld vaak gehoord in toespraken.
3een speciààl momént > een spèciaal momént
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Geert Booij september 2020 De verantwoordelijke redacteur was Geert Booij Een tussentijdse versie van dit hoofdstukdeel werd van commentaar voorzien door Nelleke Jansen en Kathy Rys. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit hoofdstukdeel berust bij Geert Booij.
    Interessante links