Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
5.8.6 Genitiefvormen en equivalenten
Verder lezen
1
Het betrekkelijk voornaamwoord wiens is de genitiefvorm van het zelfstandige wie en wordt gebruikt als voorgeplaatste genitief bij een substantief. Het kan beschouwd worden als een bezittelijk betrekkelijk voornaamwoord: net zoals een bezittelijk voornaamwoord geeft het een bezitsrelatie aan tussen de zelfstandigheid genoemd door het kernwoord en die aangeduid door het antecedent. Wiens wordt vooral in geschreven taal gebruikt en dan alleen wanneer het antecedent een mannelijke persoon noemt of ernaar verwijst. Voorbeelden:
1Jaak, wiens strafblad een woelig leven verraadt, blonk in de rechtszaal niet uit door ingetogenheid.
2Die daar, wiens vrouw jij het hof maakt, schijnt een heel belangrijk man te zijn.
3Ken jij een edelman wiens broer in een commune leeft?
Zoals uit deze voorbeelden blijkt, kan het antecedent een naamwoordelijke constituent met een substantivische of een voornaamwoordelijke kern (zie 2) zijn en wordt wiens zowel in uitbreidende als beperkende (zie 3) bijzinnen gebruikt.
De groepen met wiens zijn in de bovenstaande voorbeelden onderwerp of voorwerp, maar ze kunnen ook in voorzetselconstituenten gebezigd worden:
4Fred, in wiens flatje wij nog gewoond hebben, is naar het buitenland uitgeweken.
Bij een meervoudig of vrouwelijk enkelvoudig antecedent dat personen aanduidt, wordt wier gebruikt. Deze vorm behoort tot formeel taalgebruik. Voorbeelden:
5De studente, wier naam ik alvast genoteerd heb, heeft een verzoek tot uitstel van examen ingediend.formeel
6De studenten, tegen wier houding ik bezwaar heb, hoeven niet langer op mijn steun te rekenen.formeel
2
Andere genitiefvormen zijn welks en welker. Ze zijn archaïsch. Deze vormen worden als volgt gebruikt:
  • welks: bij een enkelvoudig mannelijk of enkelvoudig onzijdig antecedent dat geen personen aanduidt;
  • welker: bij een meervoudig of vrouwelijk enkelvoudig antecedent dat geen personen aanduidt.
Overigens worden ze op dezelfde manier gebruikt als wiens. Voorbeelden zijn:
7Het warenhuis welks adjunct-directeur mij een baan aangeboden heeft, verkeert in een moeilijke financiële situatie.formeel
8De kathedraal, welker gewelven door u zo geroemd worden, moet dringend gerestaureerd worden.formeel
9De warenhuizen welker bezoekers wij van zins waren te interviewen, hebben ons alsnog alle toestemming verleend.formeel
3a
Alternatieven voor de genitiefvormen zijn de voorzetselconstituent van wie en het voornaamwoordelijk bijwoord waarvan . Men gebruikt van wie als het antecedent personen aanduidt; waarvan wordt gebruikt voor zaken, soms ook voor personen (vooral in informele taal; zie hierover(8.7.3, sectie 1b)).
Zowel van wie als waarvan staan (als bindterm) aan het begin van de bijzin, terwijl de naamwoordelijke constituent waar ze betrekking op hebben verderop (in het middenstuk van de bijzin) staat - dit blijkt duidelijk als die constituent zelf niet het onderwerp is; zie bijv. 10b -; deze scheiding treedt niet op wanneer de naamwoordelijke constituent waarop ze betrekking hebben in een voorzetselconstituent is opgenomen (zie 13b en 14). Vergelijk:
10aDe man wiens stoel ik geschilderd heb, is een verre neef van me.
bDe man van wie ik de stoel geschilderd heb, is een verre neef van me.
11aDe studente, wier naam niet op de lijst voorkomt, zal zich opnieuw moeten laten inschrijven.formeel
bDe studente, van wie de naam niet op de lijst voorkomt, zal zich opnieuw moeten laten inschrijven.
12De stoel waarvan ik de poten geschilderd heb, komt op mijn studeerkamer te staan.
13aDe man in wiens stoel ik nu zit, heet Johnny.
bDe man in de stoel van wie ik nu zit, heet Johnny.
14De stoel op de poten waarvan ik een laklaag aangebracht heb, is uit eikenhout gemaakt.
Constructies als die in de voorbeelden 13b en 14 maken echter een gewrongen indruk en kunnen het beste vermeden worden.
3b
In informeel taalgebruik bestaan als equivalent van wiens of wier ook nog combinaties van zelfstandig wie of die met een bezittelijk voornaamwoord (vergelijkbaar met het type Jan z'n (fiets) [5.5.7.3/ii]):
wie z'n en die z'n (als het antecedent een mannelijke persoon aanduidt) wie d'r en die d'r (als het antecedent een vrouwelijke persoon aanduidt) en wie d'r/die d' r/wie hun/die hun(als het antecedent meer personen aanduidt)
Ze worden niet frequent gebruikt. Voorbeelden:
15De man wie z'n stoel ik geschilderd heb, is een verre neef van me.informeel
16De studente, wie d'r naam niet op de lijst voorkomt, zal zich opnieuw moeten laten inschrijven.informeel
17Onze buurman, die z'n vrouw in het ziekenhuis ligt, komt vanavond bij ons eten.informeel
18De vrouw, die d'r tas in de tram was blijven liggen, vroeg of ze de afdeling gevonden voorwerpen mocht opbellen.informeel
19De jongens, die hun/die d'r huiswerk alweer niet op tijd binnen was, moesten van de meester nablijven.informeel
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links