Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
5.5.2 De bezitsrelatie
Verder lezen
1
Bezittelijke voornaamwoorden verwijzen niet alleen, maar ze drukken ook uit dat er een bepaalde betekenisrelatie bestaat tussen de zelfstandigheid aangeduid door het antecedent, en de zelfstandigheid aangeduid door de kern van de naamwoordelijke constituent waarin een niet-zelfstandig bezittelijk voornaamwoord determinator is; dit geldt ook wanneer in plaats van zo'n constituent een zelfstandig bezittelijk voornaamwoord met een lidwoord voorkomt. Deze betekenisrelatie noemen we bezitsrelatie.
We illustreren een en ander aan de hand van een voorbeeld:
1Dit is niet mijn boek, maar het jouwe.
In de constituent mijn boek uit voorbeeld 1 verwijst het niet-zelfstandige bezittelijk voornaamwoord mijn niet alleen naar een ik-persoon, maar geeft het tevens aan dat er een bezitsrelatie is tussen die persoon en het genoemde boek (zij het dat die bezitsrelatie in het gegeven voorbeeld ontkend wordt); in de constituent het jouwe (= jouw boek) verwijst het zelfstandige bezittelijk voornaamwoord jouwe naar een bepaalde persoon én geeft het aan dat er een bezitsrelatie met het boek is.
Een ander voorbeeld: in de naamwoordelijke constituent zijn huis verwijst zijn naar één mannelijke persoon, maar geeft het ook aan dat die persoon bijv. eigenaar of bewoner van het bedoelde huis is.
Opmerking
Verdieping
Opmerking
In dit verband dient vermeld te worden dat niet alleen de bezittelijke voornaamwoorden, maar ook de genitiefvormen van de wederkerige, aanwijzende, vragende, betrekkelijke en onbepaalde voornaamwoorden zowel een verwijzende functie hebben als een bezitsrelatie uitdrukken. Het gaat hier om vormen als elkaars, diens, wiens, ieders, enz. (zogenaamde voorgeplaatste genitieven). Deze vormen zijn vermeld in de onderdelen waar de desbetreffende voornaamwoorden behandeld worden.
2
De betekenisrelatie die het bezittelijk voornaamwoord uitdrukt, wordt in overeenstemming met de traditionele benaming van deze categorie voornaamwoorden 'bezitsrelatie' genoemd. Van 'bezitten' in de betekenis die dit woord in de gewone omgangstaal heeft, is echter lang niet altijd sprake. Dat is bijv. wel het geval in de volgende voorbeelden:
2Césarine reed haar auto in de garage.
3Onze kat zal binnenkort gesteriliseerd worden.
4Heb je werkelijk je trouwboekje weggegooid?
In combinatie met abstracta wordt veelal een betrekking van oorsprong aangegeven:
5Ze loopt met haar verliefdheid te koop.
6Uw opvattingen worden hier niet op prijs gesteld.
Een duidelijk voorbeeld is ook:
7Zijn juk is zacht.
indien juk figuurlijk wordt opgevat. Met zijn juk wordt dan bedoeld: het juk (de last) door hem opgelegd, van hem afkomstig.
In naamwoordelijke constituenten waarvan het kernwoord (het substantief) is afgeleid van een werkwoord (zogenaamde nominalisaties [14.8]), wordt een actieve of passieve betrekking uitgedrukt, die vergeleken kan worden met de betrekking tussen het onderwerp en het gezegde van een passieve of actieve zin. Bij substantieven afgeleid van onovergankelijke werkwoorden is er altijd een actieve relatie tussen de referent van het voornaamwoord en de werking uitgedrukt door het werkwoord. Met de naamwoordelijke constituent correspondeert dan een actieve zin met een persoonlijk voornaamwoord als onderwerp. Vergelijk:
mijn vertrek - Ik vertrek.
jouw vlucht - Jij vlucht.
hun rust - Zij rusten.
Bij substantieven afgeleid van overgankelijke werkwoorden is de relatie actief of passief. Is er een actieve verhouding, dan kan ook een parallelle actieve zin gevormd worden:
mijn vrees - Ik vrees.
zijn haat - Hij haat.
Aan groepen met een passieve betekenisrelatie beantwoorden passieve zinnen:
zijn bevordering - Hij wordt bevorderd.
onze redding - Wij worden gered.
Sommige naamwoordelijke constituenten, zoals jouw aanbeveling, zijn voor twee interpretaties vatbaar. Welke interpretatie de juiste is, moet blijken uit context en/of situatie. Vergelijk:
8aJouw aanbeveling baatte mij niet veel. (actief: 'Jij hebt (mij) aanbevolen')
bWat heeft hij tot jouw aanbeveling gezegd? (passief: 'Jij werd (door hem) aanbevolen')
Zie voor meer informatie over actieve en passieve zinnen [22].
Voor persoonsnamen wordt het bezittelijk voornaamwoord gebruikt als de persoon genoemd door de persoonsnaam en die waaraan door het voornaamwoord wordt gerefereerd, op de een of andere manier bij elkaar horen. Wat voor relatie er precies wordt bedoeld, blijkt dan uit de aard of de functie van de genoemde persoon. Voorbeelden:
9Mijn oom is tuinman, geen tuinarchitect.
10Onze leraar Engels is met een Zaïrese getrouwd.
11Jullie slager heeft lekker gehakt.
12Zou het waar zijn dat hun opperhoofd aan epilepsie lijdt?
13Vaarwel, m'n liefste!
Voor eigennamen kan het bezittelijk voornaamwoord gebruikt worden om aan te geven dat de genoemde persoon tot een bepaald gezin of tot een bepaalde familie behoort:
14Onze Dirk is niet geslaagd.
15Jullie François haalt weer kattenkwaad uit.
Zie voor speciale gebruiksgevallen van mijn, m'n en ons/onze in aansprekingen [5.5.5.2].
Zowel voor persoonsnamen als voor zaaknamen kan het bezittelijk voornaamwoord gebruikt worden om uit te drukken dat de door het substantief genoemde zelfstandigheid door de persoon waarnaar door het voornaamwoord wordt verwezen, zeer gewaardeerd wordt, dat die er veel over spreekt, er een bijzondere belangstelling voor heeft, enz.:
16Begint ze nou weer over haar vierwaardige logica?
17Hoe komt het dan dat jouw Belle van Zuylen zo onbekend is?
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links