Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
20.5.2 Gezegdes met een ondervindend voorwerp
Verder lezen
1
Er zijn twee categorieën gezegdes te onderscheiden die een ondervindend voorwerp moeten of kunnen krijgen:
  1. Zelfstandige werkwoorden en combinaties van koppelwerkwoorden met een naamwoordelijk deel die een ervaring tot uitdrukking brengen die meestal met bepaalde gevoelens gepaard gaat, bijv.: aanstaan, baten, berouwen, betamen, bevallen, bevreemden, bijblijven, mankeren, meevallen, ontbreken, passen, spijten, tegenvallen, verbazen, voegen; aangenaam zijn, mogelijk zijn, waard zijn, wel zijn; moeilijk vallen, zwaar vallen, dwars zitten; blijken, dunken, lijken, (toe)schijnen, voorkomen
  2. Zelfstandige werkwoorden die alleen een gebeuren aangeven, bijv.: gebeuren, (ge)lukken, mislukken, ontgaan, opvallen, overkomen. Verder kan een ondervindend voorwerp bij niet systematisch te groeperen gezegdes voorkomen in combinatie met een bepaling van graad (vooral te en genoeg). Voorbeelden:
    1Hij rookt me te veel.
    2Ze slaapt jou zeker te lang.
    3Het heeft ons nu lang genoeg geduurd.
    4De Eiffeltoren was moeder te hoog.
    5De Noordkaap is mijn vriendin te ver.
2
Ook de zogenaamde ethische datief is als ondervindend voorwerp te beschouwen, bijv.:
6Het was me daar een drukte!
7Het is je wat.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links