Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
25.7.2.2.2 Aard van de leden
Verder lezen
a
Zinnen met voor-pv die door én-én verbonden worden, zijn altijd mededelende zinnen. Enkele voorbeelden:
1(De toestand is nog nooit zo ernstig geweest: ) én de schatkist is leeg én de werkloosheid neemt voortdurend toe.
2(We mogen tevreden zijn: ) én Jos heeft een baan én Sabine is geslaagd.
Bij nevenschikking van zinnen met voor-pv die ten minste het onderwerp en de persoonsvorm gemeenschappelijk hebben, moet het eerste en van de reeksvormer vlak achter de gemeenschappelijke delen en in ieder geval vóór de tweede zinspool geplaatst worden, en moeten de gemeenschappelijke delen in het tweede lid worden weggelaten (vergelijk(24.2.3, kenmerk 4 [3])). Vergelijk:
3aFrits wil en voor Maaike de rozen snoeien en (-) voor Jozien de tulpen planten.
bEn Frits wil voor Maaike de rozen snoeien en Frits wil voor Jozien de tulpen planten.geen samentrekking; eerste en verkeerd geplaatstuitgesloten
cFrits wil en voor Maaike de rozen snoeien en Frits wil voor Jozien de tulpen planten.geen samentrekkinguitgesloten
dEn Frits wil voor Maaike de rozen snoeien en (-) voor Jozien de tulpen planten.eerste en verkeerd geplaatstuitgesloten
b
Enkele voorbeelden van nevenschikkingen van zinnen met achter-pv zijn:
4(Ik zal hem zodra ik hem spreek vragen) én wanneer hij terug denkt te komen én of hij dan hetzelfde werk wil blijven doen.
5(Ze heeft me in één telefoongesprek verteld) én dat Jantje mazelen had én dat haar schoonmoeder kwam logeren én dat ze zoveel aardbeien hadden dit jaar.
Bij nevenschikking van zinnen met achter-pv die ten minste het inleidend woord en het onderwerp gemeenschappelijk hebben, moet het eerste en van de reeksvormer achter het onderwerp geplaatst worden en worden de gemeenschappelijke delen bij voorkeur samengetrokken (vergelijk(24.2.3, kenmerk 4 [3])). Vergelijk:
6a(Ik heb gehoord) dat Frits én voor Maaike de rozen wil snoeien én (-) voor Jozien de tulpen wil planten.
b(Ik heb gehoord) dat Frits én voor Maaike de rozen wil snoeien én dat Frits/hij voor Jozien de tulpen wil planten.geen samentrekkingtwijfelachtig
Naast 6 is echter ook mogelijk:
7(Ik heb gehoord) én dat Frits voor Maaike de rozen wil snoeien én (-) dat Frits/hij voor Jozien de tulpen wil planten.
Het eerste en van de reeksvormer staat hier niet achter het onderwerp van de eerste zin met achter-pv, maar achter de gemeenschappelijke delen van de twee zinnen met voor-pv die hier nevengeschikt worden ( Ik heb gehoord dat... + ik heb gehoord dat... ), waarbij de gemeenschappelijke delen ( ik heb gehoord ) in het tweede lid worden weggelaten (zie hierboven onder 1). Het eerste en zou ook vóór gehoord (de tweede zinspool) kunnen staan: zie(24.2.3, kenmerk 4 [3]).
Het betekenisverschil tussen constructies als in 6 (Ik heb gehoord dat a + b) en in 7 (Ik heb gehoord dat a + ik heb gehoord dat b) is bij de reeksvormer en - en meestal te verwaarlozen.
Behalve binnen een zinsdeel, zoals in 4, 5 en 6 kunnen twee zinnen met achter-pv ook nevengeschikt worden binnen een zinsdeelstuk, zoals in 8, waar inleidend woord en onderwerp samenvallen in die:
8Wilfried, die én een functie had in het bestuur én muziekles gaf op zaterdagmiddag, kreeg toch een uitkering.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links