Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
4.1 Algemene inleiding
Verder lezen
1
Er bestaan drie lidwoorden: de en het, die lidwoorden van bepaaldheid of bepaalde lidwoorden genoemd worden, en een, dat lidwoord van onbepaaldheid of onbepaald lidwoord heet.
De klinker in de lidwoorden wordt uitgesproken als een sjwa; de h van het wordt in onbeklemtoonde positie niet uitgesproken. De bepaalde lidwoorden kunnen beklemtoond worden, wat overigens slechts zelden voorkomt; het wordt dan uitgesproken met een h en met de e van met. In plaats van een en het wordt soms de spelling 'n of 't gebruikt. Het onbepaald lidwoord onderscheidt zich aldus in uitspraak en spelling van het telwoord een (ook één gespeld).
2
Het lidwoord fungeert als determinator in een naamwoordelijke constituent [14.4.3.1]. Het staat altijd vóór de kern van de naamwoordelijke constituent, zij het niet altijd vlak ervoor (tussen het lidwoord en de kern kan bijv. een adjectief komen, zie zin 4). Het lidwoord staat dus vóór een substantief (zie bijv. 1 en 2) of vóór een taalelement dat als substantief kan fungeren, zoals een infinitief (zie voorbeeld 3), een zelfstandig gebruikt voornaamwoord (zie voorbeeld 4) of een gesubstantiveerd adjectief (zie voorbeeld 5). Voorbeelden zijn:
1Het huis dat je daar ziet is van mijn broer.
2Er staat een paard in de wei.
3Het heen en weer lopen van mijn broer begon me de keel uit te hangen.
4Dat is een vreselijk geleerd iemand.
5De sterkste wint het altijd van de zwakste.
3
Van de bepaalde lidwoorden bestaan de oude naamvalsvormen des, der en den, die echter in de standaardtaal niet of nauwelijks voorkomen (afgezien van vaste uitdrukkingen). De meest gebruikte is de genitiefvorm der, die in formeel taalgebruik wel gebruikt wordt bij meervoudige substantieven en bij enkelvoudige vrouwelijke substantieven, vooral om een opeenvolging van van de-groepen te vermijden. Voorbeelden:
6De minister had zich verzekerd van de steun van de meerderheid der parlementsleden.formeel
7Beginselen van de schrijfwijze der Nederlandse taal.formeel
Enkele voorbeelden van vaste uitdrukkingen waarin een naamvalsvorm van een lidwoord voorkomt:
  • met des (genitief mannelijk en onzijdig enkelvoud):
    de tand des tijds, de dag des Heren; de heer des huizes, de plaats des onheils
    ; verder in tijdsbepalingen, waarin altijd 's gespeld wordt, als: 's morgens, 's maandags, 's winters, (tweemaal) 's jaars;
  • met der (genitief en datief vrouwelijk enkelvoud; genitief meervoud):
    in naam der wet, in naam der koningin; (een zaak) in der minne (schikken); het Boek der Boeken
    ;
  • met den (datief mannelijk en onzijdig enkelvoud):
    op den duur (maar: op de lange duur); in den beginne, om den brode
    .
Verder treffen we deze naamvalsvormen aan als delen van andere woorden, bijv. versmolten met het voorzetsel te tot ter (bijv. in ter plaatse) en ten (bijv. in ten dele) en in woorden als destijds, indertijd, metterdaad (= met der daad).
De vormen des en der worden vrijwel altijd, de vorm den wordt soms uitgesproken met de e van met.
Van het onbepaald lidwoord bestaan de oude naamvalsvormen eens (genitief mannelijk en onzijdig), bijv. in eens geestes zijn, en ener (genitief vrouwelijk), bijv. in de kracht ener vrouw. Ze zijn als archaïsch te beschouwen en komen zelden voor.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links