Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
5.5.8.2 Het gebruik
Verder lezen
1
De zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden worden meestal gebruikt om herhaling te vermijden van het substantief waarbij een eerder in de zin voorkomend niet-zelfstandig bezittelijk voornaamwoord een determinator is. Ze worden altijd voorafgegaan door een lidwoord. Vergelijk:
1aBedoel je mijn boek of zijn boek?
bBedoel je mijn boek of het zijne?
2aIk heb haar ouders en jouw ouders gesproken.
bIk heb haar ouders en de jouwe gesproken.
De zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden hebben aldus een dubbele verwijzende functie. Zo wordt in het laatste voorbeeld met de jouwe (buitentekstelijk) verwezen naar de toegesprokene en tegelijkertijd wordt (binnentekstelijk) verwezen naar het substantief ouders. De dubbele verwijzende functie wordt ook duidelijk bij parafrase door middel van een terugwijzend aanwijzend voornaamwoord met als nabepaling een voorzetselconstituent met van en een persoonlijk voornaamwoord. Een dergelijke omschrijving komt vooral in gesproken taal veel voor:
3Ik heb haar ouders en die van jou gesproken.
De verwijzing naar de toegesprokene wordt hier tot stand gebracht door het persoonlijk voornaamwoord jou, de verwijzing naar ouders door het aanwijzend voornaamwoord die. Vergelijk nog:
4aDat is jouw fiets niet, dat is de zijne.
bDat is jouw fiets niet, dat is die van hem.
5aOnze melk is beter dan de hunne.
bOnze melk is beter dan die van hen.
6aZijn lippen kusten de hare.
bZijn lippen kusten die van haar.
Het gebruik van de groep met die/dat is verplicht bij jullie, waarvan - zoals uit schema 5.11 blijkt - geen zelfstandige vorm bestaat:
7Hun kerstbrood is goedkoper dan dat van jullie.
8Onze zoon heeft die van jullie zijn driewieler afgepakt.
Uit bovenstaande voorbeelden zal duidelijk geworden zijn dat de keuze tussen de en het bepaald wordt door het getal en het genus van het substantief dat de kern is van de naamwoordelijke constituent met een niet-zelfstandige vorm van het bezittelijk voornaamwoord als deel. Vergelijk:
9azowel mijn ruitenwisser als zijn ruitenwisser
bzowel mijn ruitenwisser als de zijne
10azowel mijn ruitenwissertje als zijn ruitenwissertje
bzowel mijn ruitenwissertje als het zijne
2
De zelfstandige vormen kunnen ook gebruikt worden zonder dat ze een voorafgaand substantief vervangen, namelijk als ze een groep mensen aanduiden die in een relatie van saamhorigheid staat tot een bepaalde persoon. De op deze manier gebruikte vormen hebben dus altijd meervoudige betekenis; ze eindigen op -n en worden voorafgegaan door de. Ze kunnen niet vervangen worden door een groep met die van (...). Het gebruik van deze vormen behoort tot de formele taal. Enkele voorbeelden:
11Hij gaat met de zijnen een paar dagen op reis. (bijv. zijn gezin)formeel
12Groet de uwen van mij. (bijv. uw gezin, huisgenoten)formeel
13Ik ken de Mijnen en de Mijnen kennen Mij. ('mijn uitverkorenen')formeel
14Luther en de zijnen brachten een ware omwenteling teweeg. (bijv. zijn volgelingen)formeel
De combinaties met het komen op deze manier gebruikt voor in vaste uitdrukkingen. Enkele voorbeelden:
ergens het zijne (mijne enz.) van denken/zeggen, ergens het zijne (mijne enz.) van willen weten/hebben, ieder het zijne geven
.
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Van de hierboven besproken gevallen te onderscheiden zijn constructies als de volgende, die in formeel-archaïsch én in regionaal taalgebruik (in het laatste geval vooral in België in het Brabantse) voorkomen:
iDe stad is ons!formeel
iiHet land is mijn!formeel
iiiDat is mijn.regionaal
Het betreft hier niet-zelfstandige vormen van de bezittelijke voornaamwoorden, die predicatief (als naamwoordelijk deel van het gezegde) gebruikt worden en waarbij een lidwoord ontbreekt. In de standaardtaal wordt in de plaats hiervan een groep met van gebruikt:
ivDe stad is van ons.
vHet land is van mij.
viDat is van mij.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links