20.3.1 Eigenschappen
Het lijdend voorwerp heeft een aantal eigenschappen, die we kunnen gebruiken om
het te onderscheiden van andere zinsdelen. Het lijdend voorwerp komt voor bij
werkwoordelijke gezegden en heeft meestal de vorm van een nominale
constituent of een afhankelijke zin:
1We hebben de
nieuwe film van Alex van Warmerdam
gezien.
2We hebben gezien
dat de nieuwe film van Alex van Warmerdam
draait.
Anders dan het onderwerp vertoont het lijdend voorwerp geen congruentie met het werkwoord. In (3) kan het lijdend voorwerp
enkelvoud (de jongen) of meervoud
(de jongens) zijn, terwijl
het werkwoord de enkelvoudsvorm
waarschuwt behoudt. Ook krijgt
het persoonlijke voornaamwoord in de functie van lijdend voorwerp de niet-onderwerpsvorm, zoals
hem in (3c).
In een enkelvoudige zin komt altijd maar één lijdend voorwerp voor. Het
lijdend voorwerp kan het enige voorwerp van de zin zijn, maar het kan ook
gecombineerd worden met een indirect object of een voorzetselvoorwerp.
Er bestaan geen gezegden die zowel een ondervindend voorwerp als een lijdend voorwerp bij zich
hebben.
In de voorbeelden hieronder is het lijdend voorwerp gecursiveerd en het
indirect object of voorzetselvoorwerp onderstreept.
4Ik eet sla en
tomaten uit eigen
tuin.lijdend
voorwerp
5Hij gaf
hem
een
schouderklopje.indirect object +
lijdend voorwerp
6Ze hebben
ons gewaarschuwd voor de
gevolgen.lijdend voorwerp +
voorzetselvoorwerp
Het lijdend voorwerp kan, op een enkele uitzondering na, niet beginnen met een voorzetsel.
Hierin verschilt het van het indirect object (zie bijvoorbeeld 7) en van het
voorzetselvoorwerp (zie 6 en 8).
Lijdende voorwerpen, indirecte objecten en voorzetselvoorwerpen kunnen
ook alle drie als afhankelijke zin voorkomen. In dat geval zijn er
andere manieren om ze van elkaar te onderscheiden. Zo is een zin met de
functie van een indirect object altijd een betrekkelijke bijzin met ingesloten antecedent. Voor de
voorzetselvoorwerpszin geldt onder andere dat aan de
rompzin een voorlopig voorzetselvoorwerp kan worden
toegevoegd: Ze verbaasde zich
erover dat het zo
druk was.
7Ik schreef een briefje
aan mijn
ouders.indirect
object
CHN
8Ze verbaasde zich
over de
drukte.voorzetselvoorwerp
Hieronder bespreken we nog een aantal eigenschappen van het lijdend voorwerp. We
wijzen daarbij op de overeenkomsten en verschillen met andere zinsdelen die, net
als het lijdend voorwerp, de vorm van een nominale constituent kunnen hebben,
namelijk het indirect object, het oorzakelijk voorwerp, het ondervindend
voorwerp en de bijwoordelijke bepaling:
9De chauffeur hoorde een sissend
geluid.lijdend voorwerp
CHN
10Ik overhandigde hem een
boek.indirect
object
CHN
11Ze zijn de vieze lucht in hun
woning helemaal
zat.oorzakelijk voorwerp
CHN
12De goochelaar verbaasde de
kinderen.ondervindend
voorwerp
CHN
13We zijn deze zomer
verhuisd.bijwoordelijke
bepaling
CHN
Verder lezen
Wie/wat + gezegde + onderwerp?
Het lijdend voorwerp kan het antwoord vormen op de vraag Wie of wat +
[gezegde] + [onderwerp]?
Het deelt deze eigenschap met het oorzakelijk
voorwerp, het ondervindend voorwerp en het indirect object,
maar niet met een bepaling, zoals een hele
avond hieronder:
Onderwerp bij passivering
Het lijdend voorwerp van een actieve zin krijgt over het algemeen de functie van
onderwerp in de corresponderende passieve
zin:
Dit geldt niet voor andere zinsdelen, vergelijk bijvoorbeeld de zinnen in (17)
met het indirect object ons:
Hier is ons in zowel de actieve zin
(17a) als in de corresponderende passieve zin (17b) het indirect object. Het
lijdend voorwerp tijd om na te denken
uit de actieve zin wordt daarentegen het onderwerp van de passieve zin.
In een aantal gevallen kan het indirect object wél het onderwerp worden in een passieve zin
(zie ook Taaladvies.net ).
Ook een tijdsbepaling als de komende
maanden in (18) wordt niet het onderwerp bij een
passieve zin, maar behoudt haar oorspronkelijke functie:
Het vliegtuig is het lijdend voorwerp in
de actieve zin (18a) en het onderwerp van de passieve zin (18b).
Niet elk gezegde met een lijdend voorwerp laat overigens passivering toe. Dit geldt
bijvoorbeeld voor het hoofdwerkwoord
hebben, zoals in (19), maar dat
neemt niet weg dat een diploma rechten, management en
bedrijfsbeheer in (19a) wel de functie van lijdend voorwerp vervult:
Daarnaast zijn er een aantal gezegden, zoals
vertonen, die wel
passivering toelaten in één betekenis, maar niet in een andere. Zo is
passivering wel mogelijk in (i), maar niet in (ii):
Toch beschouwen we zowel een selectie
daarvan in (ia) als
nog andere sporen van vulkanische
activiteit in (iia) als lijdend voorwerp.
Nauwe band met het gezegde
Het lijdend voorwerp heeft een nauwere band met het gezegde dan het indirect
object, het ondervindend voorwerp en de bepalingen. Dit kan invloed hebben op de
woordvolgorde: volgens het inherentieprincipe staat het lijdend voorwerp hierdoor dichter bij
de tweede zinspool dan de andere bovengenoemde
zinsdelen.
Dit is te zien in voorbeeld (20), waarin zowel een lijdend voorwerp,
vertraging, als een indirect object, een bus passagiers,
voorkomt. Het lijdend voorwerp staat hier dichter bij de tweede zinspool
bezorgd:
We zien hetzelfde in voorbeeld (21), waar het lijdend voorwerp,
een cateringbedrijf, samen
voorkomt met een bepaling van tijd, een
jaar. Ook hier is alleen de volgorde mogelijk met het
lijdend voorwerp achteraan, dichter bij de tweede zinspool
gehad:
Dit is de normale volgorde van de constituenten in kwestie. Van deze volgorde kan
worden afgeweken onder invloed van het links-rechts-principe, het complexiteitsprincipe of een bijzondere
accentuering.
De bepaalde constituent het
cateringbedrijf in (i) heeft bijvoorbeeld
een geringere nieuwswaarde dan de onbepaalde constituent
een jaar. Volgens
het links-rechts-principe kan het
cateringbedrijf daarom toch voor
een jaar geplaatst
worden:
iIk |heb|
het cateringbedrijf
een jaar
|gehad|.
En volgens het complexiteitsprincipe kan een indirect object ook achter
het lijdend voorwerp komen (en dus dichter bij de tweede zinspool) als het
met een voorzetsel begint:
Nominalisaties met van
Bij een bepaald type nominalisaties verschijnt het lijdend voorwerp in een
adpositieconstituent met het voorzetsel
van. Het gaat om nominalisaties
van het soort het eten van fruit of
het bakken van
pannenkoeken:
We noemen dit type nominalisatie ook wel een nominalisatie van het type 2.
Het lijdend voorwerp deelt deze eigenschap met het onderwerp (23), het oorzakelijk voorwerp (24) en een aantal bepalingen, zoals in (25).
Ook voorzetselvoorwerpen kunnen in dit type nominalisatie verschijnen,
maar alleen bij gezegden met het vaste voorzetsel
van, zoals
gebruikmaken
van:
Dit type nominalisatie is echter niet mogelijk bij het ondervindend voorwerp (26)
en het indirect object (27):
Er is een kleine groep van werkwoordelijke gezegden waarbij het indirect
object in nominalisaties van type 2 uitzonderlijk wel de adpositie
van krijgt, namelijk
werkwoorden van het type
afpakken en
afnemen. Bij deze
werkwoorden krijgt het indirect object als het in de prepositionele vorm
verschijnt altijd van in
plaats van aan:
Deze gezegden hebben naast een indirect object steeds een lijdend
voorwerp bij zich. Dat maakt het gemakkelijk om te zien dat het niet om
een voorzetselvoorwerp gaat. Bij een gezegde met een lijdend voorwerp en
een voorzetselvoorwerp kan het voorzetsel van het voorzetselvoorwerp
immers nooit weggelaten worden. Dat is hier wel mogelijk, zoals zin (ia)
laat zien.
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Dirk Pijpops | januari 2026 | Een tussentijdse versie van deze paragraaf werd van commentaar voorzien door Maaike Beliën, Timothy Colleman, Frank Landsbergen en Freek Van de Velde. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit hoofdstuk berust bij de redacteur(en). |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | hoofdstuk 20,../../data/archief/ans2/e-ans/20/03/body.html; |
