Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
21.8.3 Het verwijswoord
Verder lezen
1
Meestal kunnen anticiperende aanloopelementen (zie [21·8·2·1]) op de plaats van het verwijswoord komen, kunnen ze dit vervangen. Vergelijk het volgende paar zinnen:
1aZo'n gekunsteld boek, dat |vind| ik onleesbaar.
bZo'n gekunsteld boek |vind| ik onleesbaar.
In zin 1b staat de naamwoordelijke constituent die in 1a in de aanloop stond, nu op de eerste zinsplaats. Dat is de plaats die dat in 1a bezette. Ook wanneer het verwijswoord niet op de eerste zinsplaats maar in het middenstuk staat is vervanging mogelijk. Naast zin 2a staat dan 2b:
2aZ'n broer, |heb| je die ook uit|genodigd| op het feest?
b|Heb| je z'n broer ook uit|genodigd| op het feest?
2
Als de aanloop uit een afhankelijke zin bestaat, is vervanging van het verwijswoord door die afhankelijke zin niet steeds mogelijk. Met name afhankelijke zinnen met een voor-pv (zinstype 1b) kunnen althans in de standaardtaal niet op de plaats van het verwijswoord komen. Vergelijk de zinnen 3a en 3b (met voor-pv) met de zinnen 4a en 4b (met voegwoord en achter-pv):
3aEet je je boterham niet op, dan |krijg| je geen appel.
bEet je je boterham niet op |krijg| je geen appel.informeel
4aAls je je boterham niet opeet, dan |krijg| je geen appel.
bAls je je boterham niet opeet |krijg| je geen appel.
Anders geformuleerd: in de standaardtaal moet in zinnen als 3a een verwijswoord staan. Weglating van dan, waarbij de afhankelijke zin op de eerste zinsplaats komt te staan, behoort in dit geval tot informeel taalgebruik. Tot formeel taalgebruik daarentegen behoort weglating van dan zonder dat er in de rompzin inversie van onderwerp en persoonsvorm optreedt, bijv.:
5aWas hij met de bus gekomen, dan |zou| hij nu niet natgeregend |zijn. |
bWas hij met de bus gekomen, hij |zou| nu niet natgeregend |zijn.|formeel
Anders dan in 3b blijft de afhankelijke zin in 5b in de aanloop staan. Zie voor meer voorbeelden van beide gevallen [10·3·8/3].
Vervanging van het verwijswoord is ook mogelijk als de aanloop uit een betrekkelijke bijzin met ingesloten antecedent (met wie of wat) bestaat. Die heeft immers ook een achter-pv, net als de zinnen 4a en 4b. Naast 6a staat dus 6b:
6aWie het weet, die |mag| het |zeggen.|
bWie het weet |mag| het |zeggen. |
Ook bij een dat- of een of-zin als onderwerpszin of als lijdend-voorwerpszin bestaan beide mogelijkheden: zo'n zin kan zowel aanloop - dan heeft hij een verwijswoord - als zinsdeel op de eerste zinsplaats van de eigenlijke zin zijn. Enkele voorbeelden zijn:
7aDat je desondanks niet mee gaat, dat |zal| hij niet goed |vinden. |
bDat je desondanks niet mee gaat |zal| hij niet goed |vinden. |
8aOf je het begrijpt, dat |is| niet zo belangrijk.
bOf je het begrijpt |is| niet zo belangrijk.
Een als-zin als onderwerps- of lijdend-voorwerpszin kan daarentegen alleen maar aanloop zijn; vergelijk met de zinnen 7 en 8:
9aAls je dat voor me kon doen, dat |zou| erg fijn |zijn.|
bAls je dat voor me kon doen |zou| erg fijn |zijn.|uitgesloten
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links