Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
20.9.2 De bepaling van gesteldheid tijdens de handeling
Verder lezen
1
Dit type bepaling van gesteldheid duidt een gesteldheid van het onderwerp of het lijdend voorwerp (soms het indirect object, zie voorbeeld 15) aan die zich voordoet tijdens de door het gezegde uitgedrukte werking. Tussen gesteldheid en werking bestaat geen inherent verband. Dikwijls kan de bepaling van gesteldheid omschreven worden met een terwijl-zin.
2
De bepaling van gesteldheid tijdens de handeling kan door de volgende taalelementen uitgedrukt worden.
  1. Een beknopte bijzin met een tegenwoordig of een voltooid deelwoord; (we maken hier geen onderscheid tussen deelwoorden met of zonder nog één of meer daarbij aansluitende zinsdelen; zie hierover(19.3.1, sectie 1, opmerking 1));
    Voorbeelden:
    1Schuchter lachend nam Ria de brief aan. (= 'Terwijl ze schuchter lachte...')
    2Teleurgesteld door zoveel onbegrip ging hij naar huis.
    3Ze vingen de leeuw levend.
    4Spartelend werd de vis op het droge getrokken.
    5Men had de man bloedend naar binnen gedragen.
    6Gebakken lust ik die lever wel.
  2. Een adjectivische constituent, bijv.:
    7Mijn vader is arm gestorven.
    8We vonden die ketel ongepoetst veel mooier.
    9Ik verdiende toen ƒ 490 schoon.
  3. Een naamwoordelijke constituent voorafgegaan door het voegwoord als, bijv.:
    10Als werkleider bevalt Walter heel goed.
    11Als kind logeerde ik dikwijls bij mijn grootouders.
    12Als vader maak je je gauw te veel zorgen.
    13We gingen als goede vrienden uit elkaar.
    14Ze hebben zijn broer als oudste zwaarder gestraft.
    15Het rapport werd hem als voorzitter overhandigd.
    Opmerking
    Verdieping
    Opmerking
    Los van enige context is soms niet uit te maken op welk zinsdeel een bepaling van gesteldheid in de vorm van een als -groep betrekking heeft, bijv.:
    iWilly heeft Johan als voorzitter een brief gestuurd.
    iiIk verzoek u mij als uitgever de teksten op tijd toe te sturen.
    In ia ligt het voor de hand als voorzitter op het indirect object Johan te betrekken, maar een interpretatie waarbij de bepaling van gesteldheid bij het onderwerp hoort, is niet uitgesloten. In het laatste geval is plaatsing van de bepaling op de eerste zinsplaats of vlak na de persoonsvorm evenwel duidelijker, bijv.:
    iiiWilly heeft als voorzitter Johan een brief gestuurd.
    In ii doet zich iets vergelijkbaars voor. Als deel van de beknopte bijzin (mij...toe te sturen) zal de bepaling van gesteldheid als uitgever eerder op het indirect object uit de bijzin betrokken worden. Staat de bepaling na u, dus in de rompzin, dan ligt het voor de hand ze op dat indirect object te betrekken.
    Voor het gebruik van het lidwoord in groepen die door als ingeleid worden zie men [4.5.7].
  4. Een collectiverend onbepaald voornaamwoord (eventueel met een telwoord), uitdrukkingen als met z'n allen, met z'n zessen en de woorden beide(n), zelf, alleen en samen;
    Voorbeelden:
    16De leerlingen kwamen de directeur allemaal feliciteren.
    17Hij gooide de kegels alle negen om.
    18De heren kregen ieder een corsage opgespeld.
    19Als de ene hand de andere wast, worden ze beide schoon.
    20Zelf ben ik daar nog nooit geweest, noch alleen, noch samen met anderen.
  5. Een voorzetselconstituent; hierbij doen zich verschillende mogelijkheden voor:
    • een voorzetselconstituent met de waarde van een adjectivische constituent (vergelijk (20.1.3.3.7)), bijv.:
      21Volkomen in de war liep ze de kamer uit.
    • een voorzetselconstituent ingeleid door in de hoedanigheid van, in zijn functie van, enz.; dergelijke voorzetselconstituenten doen dienst als equivalent van een door als ingeleide bepaling, bijv.:
      22In zijn hoedanigheid van voorzitter opende hij de vergadering.
    • een voorzetselconstituent met de waarde van een beknopte bijzin met een tegenwoordig deelwoord, bijv.:
      23Op rooftocht in het bergland kwam Ruwhart op een avond in de buurt van het spookslot. (= 'op rooftocht zijnde/rovend')
      Een aparte categorie binnen deze groep vormen voorzetselconstituenten ingeleid door met, dat soms kan worden weggelaten (vergelijk [14.5.3.11/2]). Voorbeelden:
      24(Met) de handen in haar schoot zat ze somber voor zich uit te staren. (= 'de handen in haar schoot hebbend')
      25(Met) zijn alpino schuin op zijn grote hoofd kwam hij elke morgen langsslenteren. (= 'zijn alpino schuin op zijn grote hoofd hebbend')
    Voor de behandeling van deze zogenaamde absolute met -constructie op zich zie men [17.5].
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links