Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.5.2.1 Assimilatie van stem
Obstruenten in clusters zijn vaak allebei stemhebbend, of allebei stemloos. Regressieve assimilatie treedt echter lang niet altijd op: obstruenten kunnen ook stemloos worden uitgesproken voor een volgende stemhebbende obstruent.
Zie Ernestus et al. (2006), Gussenhoven (2007: 346), Schuppler et al. (2011: 102), Smakman (2018: 121).
Een obstruent kan ook stemhebbend worden voor een sonorante consonant, zoals in boswachter bɔzwɑxtər, of tussen twee klinkers (Intervocalische Stemassimilatie), zoals in huisarts met de uitspraak hœyzɑrts.
Zie Gussenhoven & Bremmer (1983), Ernestus (2000: 148).
De regel van Progressieve Stemassimilatie luidt als volgt:
Progressieve Stemassimilatie (PSA) Een fricatief wordt stemloos na een voorafgaande stemloze obstruent
De volgende voorbeelden, alle samenstellingen, illustreren dit proces.
Bron: Booij (1995: 58).
De door samenstelling ontstane reeksen van identieke consonanten worden vereenvoudigd tot een enkele door de regel van Degeminatie:
Tabel 1. Progressieve Stemassimiliatie (PSA)
samenstelling obstruentcluster vorm na assimilatie
opvallend pv pf
stoepzout pz ps
opgraving px
zoutvat tv tf
zoutzuur tz ts
straatgoot tx
dakvenster kv kf
dakgoot kx
afval fv f
afzuigen fz fs
afgang fx
asvat sv sf
waszak sz s
wasgoed sx
pechvogel xv xf
lachzak xz xs
lachgas x
PSA treedt niet alleen op bij samenstellingen, maar ook bij ongelede en afgeleide woorden. In een woord als advies wordt de letter d geïnterpreteerd als t krachtens Finale Verscherping, en vervolgens wordt de v door deze t stemloos gemaakt: ɑtfis. Ook in acronymen werkt PSA, zoals in ABVA (Algemene Bond van Ambtenaren) ɑpfa en AKZO (Algemene Kunstzijde(Unie) & (Koninklijke) Zout Organon) ɑkso. We zien ook PSA in woorden met het suffix -zaam (een woord als voedzaam wordt uitgesproken als vutsam), en in krachttermen als godsamme ɣɔtsɑmə (van ‘God zal me bewaren'), en godver ɣɔtfər.
Hoewel PSA is geformuleerd als een regel voor fricatieven, blijken ook plofklanken wel stemloos te kunnen worden na een stemloze obstruent. Zo vonden Schuppler et al. (2011: 103) de uitspraak pɔstpɑŋk voor het woord postbank. Zie ook Ernestus et al. 2006.
De regel van Regressieve Stemassimilatie luidt als volgt:
Regressieve Stemassimilatie (RSA) Stemloze obstruenten worden stemhebbend voor een volgende stemhebbende plofklank
De volgende voorbeelden, allemaal samenstellingen,
Bron: Booij 1995: 59)
illustreren dit proces; twee door assimilatie identieke consonanten worden door Degeminatie vereenvoudigd tot een enkele consonant b of d:
Tabel 2. RSA
woord onderliggend cluster fonetische vorm
klapband pb b
opdruk pd bd
zitbank tb db
potdicht td d
kookboek kb ɡb
zakdoek kd ɡd
afbraak fb vb
stofdoek fd vd
kasboek sb zb
misdaad sd zd
lachbui xb ɣb
pechdag xd ɣd
Het eventuele effect van Finale Verscherping in een woord wordt teniet gedaan door de toepassing van RSA. In het woord vriesbak bijvoorbeeld is de s van vries- onderliggend een z, vanwege vriezen, en Finale Verscherping van die z wordt teniet gedaan door assimilatie aan de erop volgende b, met als resultaat de gebruikelijke fonetische vorm vrizbɑk.
RSA kan ook werken in afgeleide woorden waarvan het suffix begint met een b of een d, zoals in wend-baar wɛndbar, zes-de zɛzdə, en was-dom wɑzdɔm . De woorden verwijtbaar en verwijdbaar hebben door RSA dezelfde fonetische vorm vərwɛidbar. De slotconsonant van sommige prefixen kan stemhebbend worden door RSA, zoals die van de prefixen ab-, ont-, en trans- in woorden als a[bd]icatie, on[db]randen en tran[zd]uctie.
RSA is duidelijk een optioneel proces, zoals blijkt uit verschillende studies van corpora van gesproken taal. Assimilatie treedt meer op in woorden met een relatief hoge frequentie dan in woorden met een lage gebruiksfrequentie. Bij woorden met een hoge gebruiksfrequentie kan de spreker eerder streven naar articulatiegemak en de beide obstruenten van een cluster of allebei stemhebbend, of allebei stemloos uitspreken.
Zie Ernestus et al. (2006), Schuppler et al. (2001: 103).
Variatie in Regressieve Stemassimilatie
Verdieping
Variatie in Regressieve Stemassimilatie
De volgende factoren bepalen mede de stemhebbendheid van woordfinale obstruenten voor stemhebbende plofklanken in het Nederlands-Nederlands:
Bron Ernestus (2000: 149).
  • het type voorafgaand segment: als het voorafgaande segment stemloos is, wordt de obstruent minder vaak stemhebbend dan na een stemhebbend segment;
  • woordklemtoon: woordfinale obstruenten worden eerder stemhebbend als de volgende plofklank in een beklemtoonde syllabe staat. In het woord stáátsbehèèr bijvoorbeeld wordt de s minder gauw stemhebbend dan in stáátsblàd;
  • spreeksnelheid: bij een hoge spreeksnelheid is er meer kans op volledige stemhebbendheid van een cluster van een obstruent gevolgd door een stemhebbende obstruent;
  • sekse van de spreker: mannen passen RSA vaker toe dan vrouwen;
  • stemming van de spreker: bij emotioneel taalgebruik is er minder RSA.
  • Hoe werkt RSA in samenstellingen als fietsbel en rijksdaalder en in woordgroepen als Jaaps tunnel en Kaaps meisje? Hier wordt de wrijfklank s voorafgegaan door een stemloze obstruent, en deze zou er juist voor kunnen zorgen dat de s stemloos blijft. Dit is onderzocht door Jansen (2004, 2007). Hij komt tot de conclusie dat in dit soort woorden en woordgroepen wel degelijk RSA kan optreden, waardoor we fonetische vormen krijgen zoals fidzbɛl. Maar ook voor sonorante consonanten zoals de m kan een obstruent wel stemhebbend worden (bijv. in grasmaaier). Dit laat zien dat het stemhebbend worden van obstruenten breder optreedt dan wat RSA verantwoordt.
Fonologie of fonetiek?
Verdieping
Fonologie of fonetiek?
Regressieve stemassimilatie is hierboven omschreven als een categorische regel, die van stemloze klanken stemhebbende maakt. De grammatica van een taal omvat echter ook graduele fonetische processen die de realisatie van klanksegmenten bepalen of beïnvloeden. De regel van RSA kan worden opgevat als een fonetisch proces, omdat fonetisch onderzoek laat zien dat de beïnvloede obstruenten niet altijd of niet helemaal stemhebbend worden.Zie Ernestus (2000: hoofdstuk 7), Ernestus et al. (2006), Jansen (2004, 2007) In deze interpretatie is RSA een kwestie van anticiperende coarticulatie: een obstruent in een coda heeft geen specificatie voor stem, krachtens Finale Verscherping, en de mate van stemhebbendheid wordt bepaald door de omgeving waarin die obstruent staat. Stemhebbendheid is fonetisch gezien een graduele eigenschap. Het verschil tussen bijvoorbeeld een b en een p voor een volgende stemhebbende klank is dat bij de b de opheffing van de afsluiting in het mondkanaal eerder plaats vindt dan bij een p. Opheffing is een gradueel proces, en dus fonetisch gezien stemhebbendheid ook.
Literatuur
Gussenhoven & Bremmer (1983), Booij (1995), Ernestus (2000), Grijzenhout & Krämer (2000), Ernestus et al. (2006), Jansen (2004, 2007), Kerkhoff (2007), Zonneveld (1983, 2007), Schuppler et al. (2011).
Verder lezen
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Geert Booij oktober 2020
    Interessante links