Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
8.3.2 Indeling naar de betekenis
Verder lezen
De bijwoorden kunnen naar de betekenis op een overeenkomstige wijze ingedeeld worden als de bijwoordelijke bepalingen [20.10]. De voornaamste categorieën zijn:
  1. bijwoorden van plaats of van richting, bijv.:
    waar, waarheen, hier, nergens, elders, ginds, opzij, bergop, rechtsaf, allerwegen, buitengaats;
  2. bijwoorden van tijd (tijdstip, periode, tijdsduur) (vergelijk met categorie [8]), bijv.:
    wanneer, hoelang, nu, toen, dan, morgen, vandaag, gisteren, aanstonds, binnenkort, zojuist, eens (= 'op zekere tijd'), pas (' kortgeleden'), gauw (= 'weldra'), voorshands, kortelings;
    Opmerking
    Verdieping
    Opmerking
    Het bijwoord van tijd nu kent in een aantal contexten als nevenvorm het informele nou. Als tijdsbepaling binnen naamwoordelijke constituenten komt alleen nu voor, bijv.: de nu aanwezige gasten, het Europa van nu.
  3. bijwoorden van frequentie, bijv.:
    soms, bijwijlen, vaak, dikwijls, doorgaans, telkens;
  4. bijwoorden van graad;
    Deze drukken de graad of intensiteit uit van de door een adjectief, een ander bijwoord of een gezegde uitgedrukte eigenschap, toestand of werking. Voorbeelden zijn:
    nogal, zo, hoe, enigszins
    en met versterkende betekenis:
    zeer, uitermate, hartstikke.
    (Voor voorbeelden van het gebruik van deze bijwoorden zie [15.3.1.1] [16.3.1.1].)
  5. kwantificerende bijwoorden;
    Deze drukken uit dat een door een adjectief, een ander bijwoord of een gezegde uitgedrukte eigenschap, toestand of werking ten volle of maar tot op zekere hoogte geldt. In combinatie met een telwoord geven ze aan dat een bepaalde hoeveelheid slechts bij benadering bereikt wordt. Voorbeelden van kwantificerende bijwoorden zijn:
    bijna, volkomen, helemaal, vrijwel, nauwelijks, nagenoeg zelfs, alleen, ook , juist , al , nog , pas toch , dan , maar , nou, eens, even
    , evenals wat , bijv. in:
    1Hij was maar wát blij.
    Tussen sommige van deze bijwoorden bestaan heel subtiele betekenis- en gebruiksverschillen, die erg moeilijk exact aan te geven zijn. Zo lijken bijna en vrijwel synoniemen van elkaar, maar toch is het eerste niet altijd door het tweede te vervangen (voor een voorbeeld hiervan zie(20.10.6, sectie 2)). Voor voorbeelden van het gebruik van de kwantificerende bijwoorden zie ook [15.3.1.2] [16.3.1.2].
    Opmerking
    Verdieping
    Opmerking
    De accentuering van het bijwoord bijna is niet voor iedereen gelijk. Veel taalgebruikers leggen de klemtoon vrijwel altijd vooraan. Andere, veelal zuidelijke, taalgebruikers kennen een verschil in accentuering naargelang van de betekenis en de functie van het bijwoord: de klemtoon ligt vooraan als bijna voorbepaling bij een adjectief of een ander bijwoord is (een bíjna onuitvoerbaar stuk), en achteraan in andere gevallen, bijv.:
    i(Wat vind je van dat stuk?) Onuitvoerbaar bijná.
    iiWe waren bijná tegen die paal gereden!
  6. bijwoorden van hoedanigheid, bijv.:
    hoe, zo, aldus, anders, graag, gewapenderhand;
  7. bijwoorden van modaliteit, bijv.:
    misschien, wellicht, allicht, weliswaar, inderdaad.
    Bijwoorden van modaliteit geven uitdrukking aan de realiteitswaarde van het in de zin beweerde ('verstandsmodaliteit'), zie bijv. 2a, aan de subjectieve houding of waardering van de spreker of de schrijver ten opzichte van het in de zin uitgedrukte ('gevoelsmodaliteit'), zie bijv. 2b, of aan een combinatie van beide, zie bijv. 2c:
    2aMisschien is de bus al vertrokken.
    bHelaas is de bus al vertrokken.
    cHopelijk is de bus al vertrokken.
    Voor de genoemde soorten modaliteit zie [28.2].
    Opmerking
    Verdieping
    Opmerking
    Als variant van misschien of wellicht komen ook de versteende woordgroepen godweet en wieweet voor, die volledig als bijwoord fungeren blijkens het optreden van inversie in zinnen als:
    iGodweet heeft-ie het toch niet gedaan.
    iiWieweet is Piet wel weggegaan.
  8. oordeelspartikels;
    Deze worden ook wel als een subklasse van de bijwoorden van modaliteit beschouwd. Hun betekenis is moeilijk precies te beschrijven, maar ze dragen in belangrijke mate bij aan de bedoeling van de zin of een gedeelte ervan, zonder dat ze aan de feitelijke inhoud iets af- of toedoen. We kunnen twee soorten oordeelspartikels onderscheiden:
    1. focuspartikels, zoals zelfs, alleen, oo , juist , al , nog , pas , die een bepaald deel van de zin als focus hebben, dat wil zeggen dat ze een bepaald deel van de zin onder de aandacht brengen;
      Voorbeeldzinnen (waarbij het focusgedeelte tussen vierkante haken staat) zijn:
      3[Ook Veerle] had een mooi boeket meegebracht.
      4Ik heb [alleen Die Zauberflöte] gezien, geen andere opera' s.
      5Hij heeft [gisteren al] gezegd dat hij niet mee zou gaan.
      6[Juist toen we naar het journaal keken] belde ze op.
      Ze maken deel uit van een constituent en zijn dus niet als een zelfstandig zinsdeel te beschouwen. Komen bijwoorden als alleen en pas wel zelfstandig voor, dan hebben we met een andere functie te maken, bijv.:
      7Je hebt alleen te gehoorzamen, verder niets. ('slechts'; bijwoord van modaliteit)
      8Pas was er hier nog een mooie tentoonstelling. (bijwoord van tijd; zie categorie [2])
    2. schakeringspartikels, zoals toch , dan , maar , nou, eens, even , die betrekking hebben op de gehele zinsinhoud en deze op subtiele wijze schakeren;
      Deze partikels komen altijd onbeklemtoond voor en ze kunnen niet zelfstandig op de eerste zinsplaats staan. Voorbeelden:
      9Ik heb je dat toch gisteren al verteld!
      10Laten we maar gaan.
      11Hou even je mond, wil je?
      12Laat die kinderen eens met rust.
      Als toch, nou, eens en dergelijke op de eerste zinsplaats voorkomen, vervullen ze de functie van andere bijwoorden, bijv.:
      13Even hield hij zijn mond. (= bijwoord van tijd; vergelijk categorie [2])
      14Toch heb ik je dat gisteren al verteld. (= voegwoordelijk bijwoord; zie categorie [10])
      De schakeringspartikels vervullen een belangrijke nuancerende functie in de omgangstaal. Zo drukken ze uiteenlopende houdingen van de spreker uit bij imperatieve zinnen, zoals uit de volgende voorbeelden blijkt:
      15aGeef die boeken hier. (bevel)
      bGeef die boeken eens hier. (vriendelijk verzoek)
      cGeef die boeken maar hier. (geruststellend en vriendelijk verzoek)
      dGeef die boeken nou hier. (met ongeduld geuit verzoek)
      eGeef die boeken toch hier. (met ergernis of ongeduld geuit verzoek)
      Ook combinaties van schakeringspartikels komen voor, bijv.:
      16aGeef die boeken nou toch hier.
      bGeef die boeken dan nou toch maar eens even hier.
      Voor de onderlinge volgorde van deze partikels, die afhangt van hun functie, zie [21.4.9.4/ii].
  9. het bijwoord van ontkenning niet , met als pendant het bijwoord van bevestiging wel ;
    Opmerking
    Verdieping
    Opmerking
    Zonder ontkennende betekenis komt niet bijv. voor in:
    iHoe vaak heb ik dat al niet gezegd!
  10. voegwoordelijke of zinsverbindende bijwoorden, die op een soortgelijke wijze als de nevenschikkende voegwoorden een logisch verband leggen met het voorafgaande;
    Voorbeelden van deze categorie zijn:
    immers, bovendien, nu, echter, daarentegen, trouwens.
    Zie voor de behandeling van de voegwoordelijke bijwoorden [8.5].
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links