Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
20.10.2.2.ii Er wordt een plaats aangeduid die met de nader bedoelde plaats in verband staat (relationeel)
Verder lezen
1
In dit geval kan de plaatsbepaling geparafraseerd worden met: 'De plaats waar..., is...', gevolgd door een voorzetselconstituent of een voornaamwoordelijk bijwoord (niet door een ander bijwoord of een naamwoordelijke constituent). Zo kan de zin:
1Hij heeft de hele middag voor het huis gezeten.
omschreven worden met 'De plaats waar hij de hele middag gezeten heeft, is voor het huis'(niet: het huis).
2
Om deze plaatsbepaling uit te drukken, worden alleen taalelementen gebruikt die gevormd zijn met een voorzetsel.
  1. Voorzetselconstituenten;
    De voornaamste voorzetsels die hier voorkomen, zijn:
    aan achter beneden benoorden beoosten bewesten bezuiden bij binnen boven buiten door in langs naast nabij om omstreeks onder op over rond rondom tegen tegenover tussen voor voorbij
    Deze voorzetsels kunnen in de hier bedoelde functie niet achtergeplaatst worden. Er kunnen wel combinaties van vooropstaande en achtergeplaatste voorzetsels voorkomen, met name onder...langs, over...heen, tot...(aan)...toe, tussen...in. Voorbeelden:
    2Voor mij stond een politieagent.
    3Ze bevonden zich 1000 meter onder de grond.
    4Het huis stond aan een drukke weg.
    5Binnen de omheining liepen enige muildieren te grazen.
    6Naast waar die molen staat, zie je een grijs vlekje.
    7Tegenover waar Hannes nu zit, stond vroeger een kasteel.
    8Anton Koolhaas staat tussen Marie Koenen en Alfred Kossmann in.
  2. Voornaamwoordelijke bijwoorden met een van de onder [a] genoemde voorzetsels;
    Voorbeelden:
    9Het stadhuis was niet interessant maar ernaast was een aardig eethuisje.
    10Waar moet ik deze zak op zetten?
    11Het huis waarachter een tuin was, werd meteen verkocht.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links