Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.1.3.2.14 De palatale glijklank j
De palatale glijklank j kan worden gespecificeerd als [+hoog, –laag, +gespannen, –rond, –achter]. Net als de glijklank w wordt de j dus gespecificeerd aan de hand van distinctieve kenmerken die ook van toepassing zijn op klinkers. De j wordt ook wel een halfvocaal genoemd vanwege de sterke fonetische gelijkenis met de klinker i.
De j kan voorkomen in aanzetten van één medeklinker (bijv. jarig, joepie, juist, jemig), behalve als er een i in de nucleus staat (dus wel Jip, maar geen jiep. Als tweede lid van een complexe aanzet kan j enkel voorkomen in leenwoorden en vreemde eigennamen (bijv. fjord, Pjotr), of volgend op t in klanknabootsingen (bijv. tjilpen). In coda's kan j voorkomen na gespannen achterklinkers (bijv. bloei bluj, kraai kraj).
Er is geen consensus over de vraag of de laatste klank in woorden als haai, mooi, boei de medeklinker j is (Gussenhoven & Broeders 1976: 126; Booij 1995: 7) of een realisatie van de klinker i (Mees & Collins 1982). Zonneveld & Trommelen (1980) geven goede redenen, zowel op fonetisch als fonologisch gebied, om aan te nemen dat het hier om de medeklinker j gaat.
Verder lezen
Articulatie
De j is een stemhebbende palatale approximant.  Bij de articulatie van j is er een vernauwing tussen de tong en het harde gehemelte (‘palatum’) (zie Figuur 1), die zo zwak is dat de lucht zonder hoorbare ruis kan ontsnappen.
Figuur 1. Schematisch beeld van de mond-keelholte met benamingen van articulatieplaatsen en bijhorende klassen van medeklinkers in het Nederlands (Bron: Rietveld & Van Heuven 2016: 76)
Figuur 2 is een MRI-afbeelding van j in jas.
Figuur 2. MRI-afbeelding van [j] in jas, voorafgegaan en gevolgd door de neutrale klinker sjwa (Bron: Rietveld & Van Heuven 2016: 78)
Akoestische informatie
Tabellen 1 en 2 geven een aantal voorbeeldzinnen met j in verschillende fonologische contexten (aan het begin van een woord, tussen twee klinkers, en aan het woordeinde) voor het Nederlands Nederlands en Belgisch Nederlands. De bijhorende spectrogrammen en geluidsbestanden worden telkens gegeven.
Tabel 1. Geluidsbestanden, golfvormen en spectrogrammen voor /j/ in verschillende fonologische contexten in het Nederlands Nederlands.
Woordgroep Fonologische context Geluidsbestand Golfvorm/spectrogram
waar ik ‘ja’ zei woordinitieel
af te draaien intervocalisch
deze is heel mooi woordfinaal
Tabel 2. Geluidsbestanden, golfvormen en spectrogrammen voor /j/ in verschillende fonologische contexten in het Belgisch Nederlands.
Woordgroep Fonologische context Geluidsbestand Golfvorm/spectrogram
ja woordinitieel
draaien rond de zon intervocalisch
wat een mooi huis woordfinaal
Literatuur
Gussenhoven & Broeders (1976), Zonneveld & Trommelen (1980), Mees & Collins (1982), Booij (1995).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0
    Interessante links