Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
2.2.5 Persoonlijke en onpersoonlijke werkwoorden
Verder lezen
1
onpersoonlijke werkwoorden zijn zelfstandige werkwoorden die het niet-verwijzende het als onderwerp hebben(zie 5.1.2, sectie 2) [5.2.10]; persoonlijke werkwoorden zijn werkwoorden met een andersoortig onderwerp.
2
Sommige werkwoorden zijn altijd of vrijwel altijd onpersoonlijk, namelijk de werkwoorden die een natuurgebeuren aanduiden, zoals: bliksemen, dauwen, donderen, dooien hagelen, ijzelen, miezeren, misten, onweren, regenen, sneeuwen, stormen, vriezen, weerlichten. In 1 is alleen het niet-verwijzende het als onderwerp mogelijk:
1aHet ijzelt.
bZij ijzelt.uitgesloten
cDat ijzelt.uitgesloten
dHet weer ijzelt.uitgesloten
Slechts bij uitzondering komen de hier genoemde werkwoorden in overdrachtelijk gebruik als persoonlijk werkwoord voor; voorbeelden zijn:
2Zijn ogen bliksemden.
3Die tabak sneeuwt. (= 'laat de as in kleine vlokjes vallen')
(Voor het gebruik van een bepaling van gesteldheid bij sommige van deze werkwoorden zie(zie 20.9.4, sectie 3).)
Bij de hier genoemde werkwoorden sluiten de werkwoorden zijn, worden en blijven zich aan in verbindingen als Het is vijf uur, Het wordt winter, Het is eb, Het blijft maar koud.
3a
Een aantal werkwoorden komt zowel onpersoonlijk als persoonlijk voor. Enkele voorbeelden, met onpersoonlijk gebruik in de (a) -zinnen en persoonlijk gebruik in de (b) -zinnen:
4aHet waait hard.
bDe bladeren waaien van de bomen.
5aZe kunnen helemaal niet samenwerken: het gaat altijd mis met die twee.
bDat duet is heel mooi om te zingen, maar met die twee gaat het altijd mis. (het verwijst naar dat duet)
6aHet kraakt op zolder.
bDe planken op zolder kraken.
7aHet regent niet meer, het plenst!
bDe regen plenst in de vijver.
8aHet echoot hier wel erg.
bZijn hulpgeroep echode tegen de bergwanden.
9aHet spookt in huize Schoonoord.
bDe jongens gingen 's nachts, in witte lakens gehuld, spoken op de gangen.
10aHet tocht hier.
bDat raam tocht erg.
3b
Werkwoorden die normaal alleen persoonlijk gebruikt worden, kunnen in zinnen waarin een waardering wordt uitgedrukt, soms ook onpersoonlijk voorkomen. Voorbeelden:
11Het woont hier prettig.
12Wat typt het zwaar op deze machine!
13Het telt makkelijker als je van die biljetten eerst eens nette stapeltjes maakt.
14Het zit lekker op die stoel.
15Het fietst prettiger op asfalt.
Deze constructie heeft dezelfde kenmerkende eigenschappen van de zogenaamde mediumconstructies(zie 2.2.3, sectie 2, groep [3]), met dien verstande dat het onderwerp altijd het is en dat de betekenis van de zin niet passief is. De betekenis kan als volgt omschreven worden: 'het is + adjectivische constituent + beknopte bijzin'; voor zin 11 wordt dat bijv. 'Het is prettig om hier te wonen'.
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Verwant hiermee zijn zinnen zoals:
iWat typt deze machine zwaar!
Hier komt echter een ander onderwerp dan het voor, zodat we niet van een onpersoonlijk gebruikt werkwoord kunnen spreken. Voor meer voorbeelden zie(zie 2.2.2, opmerking 1).
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Enige verwantschap met de onpersoonlijke werkwoorden die alleen het niet-verwijzende het als onderwerp hebben, vertonen een aantal werkwoorden en werkwoordelijke uitdrukkingen die een niet-verwijzend het als verplicht lijdend voorwerp hebben, bijv. het laten afweten, het besterven, het begeven, het goed/slecht/warm/koud (enz.) hebben, het verkorven hebben.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links