Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
5.7.3.2 Het gebruik van wat voor (een)
Verder lezen
1
De woordcombinaties wat voor en wat voor een worden gebruikt om een classificering te vragen van de zelfstandigheid genoemd door het kernwoord. Met de vraag in 1 verzoekt de spreker de toegesprokene aan te duiden tot welke soort het boek waar men het over heeft, behoort:
1A: Wat voor (een) boek is het? B: Het is een boek over logica./Het is een van die boeken die verboden zijn.
De keuze tussen wat voor en wat voor een is afhankelijk van de aard van het kernwoord. De combinatie wat voor een wordt gebruikt vóór enkelvoudige substantieven, behalve als het stofnamen of abstracta zijn. De combinatie wat voor kan altijd gebruikt worden, ook bij enkelvoudige substantieven. In informeel taalgebruik komt regionaal (vooral in België, maar bijv. ook in Noord-Brabant) wat voor een ook vóór meervoudige substantieven en stofnamen voor. Voorbeelden:
2Vader vroeg zich af wat voor (een) jongen Henkie is.
3Wat voor (een) weer zou het morgen zijn?
4aWat voor lood gebruik je?
b Wat voor een lood gebruik je?informeel_regionaal
5aWat voor onzin is dat nu weer?
b Wat voor een onzin is dat nu weer?informeel_regionaal
6aIn wat voor cafés komt hij zoal?
bIn wat voor een cafés komt hij zoal?informeel_regionaal
Wat voor wordt ook gebruikt als determinator bij de onbepaalde voornaamwoorden iemand en iets en bij zelfstandige adjectieven op -s, bijv.:
7Wat voor iemand heb jij op het oog?
8Wat voor geks is dat?
9Hij stelde me de vraag wat voor leuks ik nu weer bedacht had.
2
Constituenten met wat voor (een) als determinator kunnen in bepaalde - niet in alle - gevallen gesplitst worden: wat blijft dan op de eerste zinsplaats staan, terwijl de rest van de constituent in het middenstuk van de zin geplaatst wordt. Zie voor bijzonderheden over dit soort splitsing [21.3.5.3]. We volstaan hier met enkele voorbeelden; vergelijk:
10aWat voor een krant is dat?
bWat is dat voor een krant?
11aWat voor leuks is daar nou aan?
bWat is daar nou voor leuks aan?
12aWat voor boeken heb jij gekocht?
bWat heb jij voor boeken gekocht?
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Een constructie die niet met bovengenoemde verward mag worden, is de volgende (vergelijk met 12):
iWat heb jij aan boeken gekocht?
De constituent aan boeken is een bijwoordelijke bepaling die niet samen met wat één geheel vormt; onmogelijk is in dit geval:
iiWat aan boeken heb jij gekocht?uitgesloten
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links