Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
4.5.3 Na voorzetsels
Verder lezen
1
In een groot aantal gevallen kan na een voorzetsel een enkelvoudig substantief zonder lidwoord voorkomen (zie bijvoorbeeld de (a) -zinnen hieronder). Een dergelijk substantief kan in het algemeen geen voor- of nabepaling krijgen, afgezien van gevallen waarin voorzetsel, bepaling en substantief een vaste verbinding vormen (bijv. per kerende post, met buitengewoon verlof). Vergelijk de volgende voorbeelden:
1aIk ga altijd per trein.
bIk ga altijd per trein van 8.25 uur.uitgesloten
cIk ga altijd met de trein van 8.25 uur.
2aZonder auto zou ik me niet kunnen redden.
bZonder auto van mijn vrouw zou ik me niet kunnen redden.uitgesloten
cZonder de auto van mijn vrouw zou ik me niet kunnen redden.
3aDe operatie is volgens plan verlopen.
bDe operatie is volgens slim bedacht plan verlopen.uitgesloten
In de voorbeelden waarin het lidwoord achterwege blijft (zie 1a, 2a en 3a), gaat het niet om een concreet exemplaar van het soort dingen dat door het substantief wordt aangeduid, maar om het soort dingen in het algemeen. In de voorbeelden 1a en 2a gaat het dus niet om een welbepaalde trein of om een welbepaalde auto, maar om het vervoermiddel trein respectievelijk auto als zodanig. In 3a gaat het niet om een welbepaald plan, maar om het concept 'plan' als zodanig. Het gebruik van trein in 1a, auto in 2a en plan in 3a noemen we 'niet-referentieel'. In zulke gevallen kan er geen nabepaling toegevoegd worden die de referent nader specificeert (vergelijk 1b en 2b). Om dezelfde reden kan er ook geen voorbepaling in 3b staan: het gaat niet om een bepaald plan (bijv. een slim bedacht plan), maar om plan in het algemeen.
Voor de praktijk van het taalgebruik is het verschil tussen referentieel en niet-referentieel soms van weinig belang. Vergelijk:
4aBij ongeval gelieve te waarschuwen: (...).formeel
bBij een ongeval gelieve te waarschuwen: (...).twijfelachtig
Bij 4a kunnen we denken aan het verschijnsel 'ongeval' in het algemeen, bij 4b aan een concreet ongeval. Hoewel er uiteraard altijd gewaarschuwd wordt bij een concreet ongeval, komt in het taalgebruik vrijwel uitsluitend 4a voor: het is een vaste verbinding in formele taal. In de standaardtaal zijn de verhoudingen omgekeerd; vergelijk met 4a -4b:
5aBij ongeval moet je meteen de politie waarschuwen.twijfelachtig
bBij een ongeval moet je meteen de politie waarschuwen.
2
In deze subparagraaf wordt niet verder getracht de afwezigheid van het lidwoord per gebruiksgeval te verklaren: we beschouwen de gevallen waarin het al dan niet voorkomt als idiomatisch.
We onderscheiden vijf groepen: [1] combinaties met de voorzetsels per, qua en te, [2] combinaties met het voorzetsel zonder, [3] combinaties met van en tot, [4] parallelconstructies, [5] plaatsaanduidende verbindingen en [6] andere verbindingen.
  1. Combinaties met de voorzetsels per, qua en te;
    Deze voorzetsels worden nooit gevolgd door een lidwoord. Voor de verschillende gebruikswijzen van te wordt verwezen naar [9.3.2]. Voorbeelden:
    6De brieven worden per luchtpost verzonden.
    7Die appels kosten een gulden per kilo.
    8Het is een groot geleerde, maar qua docent is hij niet veel waard.
    9Geboren op 26 februari 1925 te Amsterdam.
    Voor een geval als 7 vergelijke men ook [4.3.2].
  2. Combinaties met het voorzetsel zonder;
    In constituenten die op grond van hun betekenis het lidwoord een vereisen, wordt dit na zonder meestal weggelaten. Voorbeelden (vergelijk ook 2a en 2b hierboven):
    10aHij gaat nooit weg zonder wandelstok.
    bHij gaat nooit weg zonder een wandelstok.twijfelachtig
    11aZonder bril ziet hij bijna niets.
    bZonder een bril ziet hij bijna niets.twijfelachtig
    12Niets is erger dan een café zonder (een) kastelein.
  3. Combinaties met de voorzetsels van en tot;
    Als een voorzetselconstituent met van en een met tot gecombineerd worden om de volledige 'ruimte' tussen twee uiteinden te benadrukken, wordt het lidwoord na de voorzetsels soms weggelaten. Voorbeelden:
    13Van (de) Pyreneeën tot (de) Vogezen is geen druppel regen gevallen.
    14Ik heb die marathonzitting van (het) begin tot (het) eind bijgewoond.
    15Het voltallige personeel, van (de) directeur tot (de) portier, werd aan de tand gevoeld.
    In de vaste uitdrukking van top tot teen is weglating van het lidwoord echter verplicht.
  4. Parallelconstructies;
    In parallelconstructies worden twee identieke substantieven zonder lidwoord door middel van een voorzetsel met elkaar verbonden. Het gaat hier meestal om vaste uitdrukkingen. Voorbeelden:
    16In oude tijden gold de wet: oog om oog, tand om tand.
    17Keer op keer heb ik ze hand in hand zien lopen.
    18Aflevering op aflevering verschijnen er bijdragen over dit onderwerp.
  5. Plaatsaanduidende verbindingen;
    De meest voorkomende verbindingen zijn:
    aan boord, aan bakboord, aan huis, aan land, aan stuurboord, aan tafel, aan wal, aan zee, bij huis, bij school, boven water, boven dek, in bad, in bed, in veilige haven, in huis, in (volle) zee, in school, naar bed, naar college, naar huis, naar kantoor, naar school, naar zee, onder water, onder tafel, op bed, op kantoor, op (kost) school, op stal, op straat, op tafel, op tv, op weg, op zak, op zee, uit school (komen), uit bed, van huis (weg), voor anker
    Regionaal komen nog andere verbindingen voor, bijv.: op café ( met name in België gebruikelijk), naar kerk (wordt met name in Noordoost-Nederland gebruikt).
    Veel van deze verbindingen zijn te beschouwen als vaste uitdrukkingen en laten geen variatie toe. Soms komt echter naast een verbinding zonder lidwoord ook een constructie met een lidwoord voor. In dezelfde situatie kunnen naast elkaar bijv. gebruikt worden: in bad/in het bad, op tafel/op de tafel, op tv/op de tv.
    In sommige gevallen is het gebruik van een verbinding met of zonder lidwoord afhankelijk van datgene wat er uitgedrukt moet worden. Zo zal men van iemand die van beroep kantoorbediende is en naar haar werk is gegaan, zeggen:
    19Ze is naar kantoor.
    maar van iemand die bijv. in een magazijn werkt, maar zich tijdelijk naar een bepaald kantoor begeven heeft:
    20Ze is naar het kantoor.
    Soms is het betekenisverschil heel duidelijk:
    21Ze hebben lang naar woonruimte gezocht, maar nu zijn ze tenminste onder dak, al slapen ze nog onder het dak.
    Hier betekent onder dak zijn: 'woonruimte hebben'; onder het dak: 'vlak onder het dak', 'op zolder'.
  6. Andere verbindingen;
    Van de niet-lokaliserende verbindingen kunnen er alleen ter illustratie enkele genoemd worden:
    behoudens koninklijke goedkeuring ;
    beneden nul, beneden (alle) peil;
    bij gelegenheid, bij ongeval, bij toeval, bij tijden, bij uitzondering;
    boven nul;
    buiten bereik;
    in positie (zijn);
    in geval van (brand, diefstal, storing, enz.);
    met open mond;
    naar wens, naar keuze;
    onder vrijgeleide, onder invloed, onder nul, onder dak, onder zeil;
    op staande voet, op gelijke voet, op bevel, op voorwaarde, op slot, op slag, op verzoek, op aanvraag, op termijn, op tijd, op stap;
    uit medelijden;
    van beroep, van huis uit;
    volgens afspraak, volgens plan
    .
3
Gevallen als de bovenstaande, waarin de afwezigheid van het lidwoord veroorzaakt wordt door het voorzetsel, moeten onderscheiden worden van gevallen met een al dan niet telbaar gebruikt substantief waarbij het lidwoord kan ontbreken onafhankelijk van de aanwezigheid van een voorzetsel. Vergelijk 22 met 23 en 24 met 25:
22aMoord is een ernstig misdrijf.
bEen moord is een ernstig misdrijf.
23aHij is beschuldigd van moord.
bHij is beschuldigd van een moord.
24aDat is jeugdig enthousiasme.
bDit is een jeugdig enthousiasme dat aanstekelijk werkt.
25aVol van jeugdig enthousiasme begon hij aan zijn taak.
bVol van een jeugdig enthousiasme dat aanstekelijk werkte, begon hij aan zijn taak.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links