Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.1.2.1.1 De uitspraak van de diftongen
De tweeklanken εi, œy en ɔu worden in het Nederlands Nederlands gekenmerkt door een opener aanzet en door een sterkere verglijding dan hun equivalenten in het Belgisch Nederlands.
Het opener realiseren van de beginklank gebeurt in extreme mate in het zogenaamde Poldernederlands. De tweeklanken klinken in dat geval als respectievelijk ai, ay en au.
Uit onderzoek blijkt dat deze verschillen in de uitspraak van de tweeklanken niet gelijklopen met de landsgrens, maar dat het zuiden van Nederland meedoet met België, terwijl de Belgische regio Brabant zich meer aansluit bij de rest van Nederland.
Zie Van de Velde et al. (2010: 395-396).
Figuur 1 representeert de gemiddelde waarden van de eerste (F1) en tweede formant (F2) bij de begin- en eindklank van de tweeklanken εi, œy en ɔu voor vier Nederlandse en vier Vlaamse regio’s, namelijk Nederland-Randstad (N-R), Nederland-Midden (N-M), Nederland-Noorden (N-N), Nederland-Zuiden (N-S), Vlaanderen-Limburg (F-L), West-Vlaanderen (F-W), Oost-Vlaanderen (F-E) en Vlaanderen-Brabant (F-B):
Figuur 1. Gemiddelde waarden voor F1 en F2 bij de begin- en eindklank van de tweeklanken εi, œy en ɔu (Bron: Van de Velde et al. 2010: 396)
Figuur 1 laat zien dat de aanzet van de drie diftongen in de Randstad, het midden en noorden van Nederland en de Vlaamse regio Brabant opener is (en dus lager in de grafiek) dan in de rest van Vlaanderen en het zuiden van Nederland. Ook is er voor de eerstgenoemde regio’s een grotere afstand (en dus meer verglijding) tussen de begin- en eindklank van de diftongen dan voor de overige regio’s. Een ander noord-zuid verschil dat uit Figuur 1 naar voren komt, is dat de tweeklank œy in de Randstad, het noorden en midden van Nederland naar een centralere eindklank verglijdt dan in het zuiden van Nederland en Vlaanderen het geval is.
Uit onderzoek bij 70 Nederlandse proefpersonen blijkt dat er een lineair verband bestaat tussen het opener realiseren van de aanzet en de sterkere diftongering van de tweeklanken: doordat het beginpunt van de diftongen verlaagt, terwijl het eindpunt gelijk blijft, wordt de mate van diftongering groter.
Jacobi (2009); zie ook Van de Velde et al. (2010: 396).
Beide ontwikkelingen lijken dus deel uit te maken van dezelfde klankverandering. Bovendien worden tweeklanken vaker op deze manier gerealiseerd door hoger opgeleide dan door lager opgeleide proefpersonen. Bij de hoger opgeleiden is er vooral een verschil tussen de oudste (55 jaar en ouder) en middelste (36-54 jaar) generatie, waarbij de middelste generatie sterker diftongeert en een opener beginklank realiseert. Tussen de middelste en jongste (18-35 jaar) generatie zijn er geen significante verschillen, wat aangeeft dat de klankverandering zich in vorige generaties heeft voltrokken en er nu sprake is van stabiele variatie. Bij de lager opgeleiden doen er zich echter nauwelijks verschillen voor tussen de verschillende generaties. Dit wijst erop dat het opener realiseren en het sterker diftongeren van de tweeklanken in het Nederlands Nederlands een verschijnsel is dat kan samenhangen met sociale variatie.
Zie Jacobi (2009: 89).
Het is echter ook een verschijnsel dat al langer voorkomt bij dialectsprekers uit het westen van Nederland.
De uitspraak van ongespannen klinkers
Verdieping
De uitspraak van ongespannen klinkers
Behalve de opener uitspraak van de beginklanken van de diftongen εi, œy en ɔu, wordt ook de geslotener uitspraak van de ongespannen klinkers ε en ɑ genoemd als een kenmerk van het zogenaamde Poldernederlands .
Stroop (1998: 32).
De ongespannen klinkers ε en ɑ zouden worden verhoogd tot respectievelijk ɪ en ε. Vooral de ε zou geslotener worden gerealiseerd, met name voor l en in mindere mate voor n.
Van der Harst & Van de Velde (2014) onderzochten de uitspraak van de ε, en bij uitbreiding ook van de ɪ, aangezien het denkbaar is dat door een verhoging van de ε ook de ɪ naar een geslotener positie ‘geduwd’ zou worden (een zogenaamde ‘push chain’). Uit een werkelijke tijdvergelijking tussen de uitspraak van leraren Nederlands in 2000 en de uitspraak van sprekers in de jaren 1960
Pols (1977)
blijken er inderdaad verschillen te zijn in de mate van geslotenheid van de ε: bij de sprekers uit de jaren ’60 zit de ε qua hoogte halverwege ɑ en ɔ, terwijl de klank bij de sprekers uit 2000 een stuk geslotener is.
Van der Harst & van de Velde (2014: 323).
Voor de ɪ vinden de onderzoekers geen beduidende verschillen. De resultaten van deze werkelijke tijdvergelijking zijn enkel van toepassing op de regio’s Nederland Randstad en Nederland Midden. Uit een schijnbare tijdvergelijking blijkt dat in het zuiden van Nederland de uitspraak van ε (en ɪ) een stuk opener is dan in de andere regio’s. Het Belgisch Nederlands werd niet betrokken in dit onderzoek.
Verder lezen
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Kathy Rys november 2020
    Interessante links