Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
2.4.8.4.ii De werking ligt vóór referentiepunt en spreekmoment
Verder lezen
1
Het perfectum kan uitdrukken dat de werking helemaal vóór het spreekmoment (en het referentiepunt) ligt. Ook het imperfectum kan nu gebruikt worden. Om de gebruiksmogelijkheden van het perfectum en het imperfectum tegen elkaar af te grenzen, kunnen we het best drie categorieën onderscheiden, die elkaar echter ten dele overlappen (zie 2a t/m 2c). Een bepaalde zin kan daarom wel eens tot meer dan één categorie gerekend worden.
2a
Het perfectum duidt een incidenteel gebeuren aan; het imperfectum een werking van onbeperkte duur, een gewoonte enz. Vergelijk:
1aVorig jaar heeft opa nog gefietst.
bVorig jaar fietste opa nog.
Zin 1a geeft aan dat opa vorig jaar een enkele keer gefietst heeft, 1b dat hij toen nog regelmatig fietste.
Zo is 2b een normale zin in tegenstelling tot 2a. De uitdrukking 'op krukken lopen' wijst immers op zichzelf al op de toestand waarin iemand verkeert, niet op een bepaalde gebeurtenis. Wel mogelijk is 2c:
2aGisteren heeft zij nog op krukken gelopen.twijfelachtig
bGisteren liep zij nog op krukken.
cGisteren heeft zij nog een eindje gelopen, met haar krukken.
Andere voorbeelden:
3aIk heb vorige week rijexamen gedaan: ik ben helaas gezakt.
bIk heb vorige week rijexamen gedaan: ik zakte helaas.twijfelachtig
4aIk ben opgehouden met de rijlessen: ik ben voortdurend gezakt voor het examen.twijfelachtig
bIk ben opgehouden met de rijlessen: ik zakte voortdurend voor het examen.
Zin 3b is twijfelachtig omdat het hier duidelijk om een incidentele gebeurtenis gaat, in tegenstelling tot 4a en 4b. Toch is 4a niet helemaal ondenkbaar: 'voortdurend' kan opgevat worden als wijzend op een reeks incidentele gebeurtenissen. Wordt een bepaald aantal genoemd, dan heeft het perfectum weer duidelijk voorkeur:
5aIk ben zes keer gezakt voor het examen.
bIk zakte zes keer voor het examen.twijfelachtig
2b
Het perfectum plaatst de werking in (een periode van) het verleden, zonder die duidelijk aan een bepaald moment te koppelen; het imperfectum doet dit laatste wel. Vergelijk:
6aZij heeft nog op krukken gelopen.
bZij liep nog op krukken.
Zin 6a betekent: 'in een niet nader gespecificeerd verleden verkeerde zij in een toestand waardoor zij zich met krukken moest voortbewegen'; zin 6b drukt uit: 'op het moment waar we het nu over hebben, bewoog ze zich nog voort met krukken'. Andere voorbeelden:
7aAl zijn broers hebben de pokken gehad.
bAl zijn broers hadden de pokken.
8aHij heeft al geslapen.
bHij sliep al.
Zin 7a betekent: 'vóór het spreekmoment heeft er voor al zijn broers een periode bestaan waarin ze (al dan niet gelijktijdig) de pokken hadden'; zin 7b drukt uit: 'op een bepaald moment in het verleden hadden al zijn broers (tegelijk) de pokken'. Zin 8a verwijst naar het spreekmoment en drukt uit dat iemand daarvóór al geslapen heeft, terwijl 8b alleen kan verwijzen naar een moment in het verleden waarop iemand sliep.
Met het feit dat het imperfectum de werking koppelt aan een bepaald moment in het verleden, hangt samen dat in een door het voegwoord toen ingeleide bijzin (het referentiepunt), en in de bijbehorende rompzin, geen perfectum gebruikt kan worden:
9aToen ik in New York gewoond heb, is het verkeer nog lang zo druk niet geweest.uitgesloten
bToen ik in New York woonde, was het verkeer nog lang zo druk niet.
10aWaar ben je geweest toen ik je opgebeld heb?uitgesloten
bWaar was je toen ik je opbelde?
Andere voorbeelden:
11aU zegt dat u veel ervaring hebt. Bij welke firma's hebt u gewerkt?
bU zegt dat u veel ervaring hebt. Bij welke firma's werkte u?twijfelachtig
12aU zei dat op dat moment verkoper was. Bij welke firma hebt u gewerkt?twijfelachtig
bU zei dat u op dat moment verkoper was. Bij welke firma werkte u?
13(Sprekend over het verleden: ) We hebben nog op fietsen met houten banden gereden.
14(Bij het bekijken van een foto: ) Dat moet in de oorlog geweest zijn. Kijk: we reden op fietsen met houten banden.
2c
Het perfectum geeft aan dat het resultaat van de werking voortduurt tot het spreekmoment en/of dat de situatie op het spreekmoment van belang is; het imperfectum geeft dit niet aan. Vergelijk:
15aHet heeft vannacht geregend: de straat is nat.
bHet regende vannacht: de straat is nat.uitgesloten
Ook een zin als 7a kan in een bepaalde context tot deze categorie behoren:
16aBesmettingsgevaar is er gelukkig niet: al zijn broers hebben de pokken gehad.
bBesmettingsgevaar is er gelukkig niet: al zijn broers hadden de pokken.uitgesloten
Andere voorbeelden (om beurten wordt een perfectum- en een imperfectumvorm van hetzelfde werkwoord gebruikt):
17He, het regent en nu ben ik mijn paraplu vergeten.
18Ik stapte hals over kop uit en vergat mijn paraplu.
19Kareltje heeft zeker een standje gekregen, dat hij zo sip kijkt.
20Kareltje was stout en kreegeen standje.
21De koekjes zijn op. Walter heeft ze zeker opgegeten.
22De koekjes waren zo lekker dat Walter ze allemaal opat.
23Ik heb vroeger veel gefietst. Daarom heb ik nu zo'n goede conditie.
24Ik fietste vroeger veel. Het was toen ook veel rustiger op de wegen.
25Ik heb gisteren geen huiswerk gemaakt. Ik hoop maar dat ik geen beurt krijg.
26A: Ik zag je gisteravond laat nog huiswerk maken. B: Nee, ik maakte geen huiswerk, ik las een boek.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links