Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
5.9.2.3.iii Het zelfstandige gebruik van de vormen iedereen, ieder, eenieder, elk, elkeen, alleman, allen en alles
Verder lezen
1a
De voornaamwoorden iedereen, ieder, eenieder, elk, elkeen en alleman worden als onderwerp verbonden met een enkelvoudige persoonsvorm.
Van de genoemde vormen behoren eenieder en elkeen tot formeel-archaïsch taalgebruik; alleman komt voor in de uitdrukking Jan en alleman ('iedereen').
1b
Het zelfstandige elk is in de standaardtaal normaal in verbinding met een van -bepaling met een meervoudig substantief of voornaamwoord. Ook ieder kan zo gebruikt worden, maar niet iedereen. Bij een van -bepaling met een enkelvoudig substantief (een verzamelnaam) wordt iedereen en niet ieder gebruikt. Vergelijk:
1aOp elk van de verdiepingen is een nooduitgang.
bOp ieder van de verdiepingen is een nooduitgang.
2In elk van de gerenoveerde huizen is een douchecel aangebracht.
3aIeder van de deelnemers werd persoonlijk toegesproken.
bIedereen van de deelnemers werd persoonlijk toegesproken.uitgesloten
4aIeder van ons was het ermee eens.
b Iedereen van ons was het ermee eens.uitgesloten
5aZe hadden iedereen van de familie uitgenodigd.
bZe hadden ieder van de familie uitgenodigd.uitgesloten
Afgezien van de verbinding met van-bepalingen is het gebruik van het zelfstandige elk beperkt tot formeel, archaïsch taalgebruik of vaste uitdrukkingen. Het verwijst dan naar personen. Voorbeelden:
6De wereld is een schouwtoneel, Elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel.formeel
7Melk is goed voor elk.
1c
De vormen iedereen en ieder kunnen (afgezien van het gebruik met van -bepalingen) in principe door elkaar gebruikt worden, maar de eerste vorm is (zeker in gesproken taal) frequenter. Eveneens afgezien van het gebruik met van -bepalingen (bijv. 1b) verwijzen iedereen en ieder naar personen. Enkele voorbeelden:
8Iedereen had wat op te merken.
9Dat doe ik niet voor iedereen.
10Dat moet ieder(een) maar voor zichzelf uitmaken.
In enkele vaste uitdrukkingen is ieder verplicht, bijv.
ieder op z'n beurt ieder voor zich
Verder geldt de onder i 1 vermelde tendentie om ieder voor personen en elk voor zaken en kleine groepen te gebruiken, ook als deze voornaamwoorden zelfstandig zijn. Vergelijk:
11aAan elk van beide oren had ze een oorring.
bAan ieder van beide oren had ze een oorring.uitgesloten
In dit voorbeeld wordt er door het gebruik van beide nog meer dan in het laatste voorbeeld van i 1 (hieronder herhaald als 12) de nadruk op gelegd dat het om een 'kleine groep' gaat.
12Aan ieder oor had ze een oorring.
2
Het zelfstandig voornaamwoord allen verwijst naar personen. Het wordt als onderwerp met een meervoudige persoonsvorm verbonden. De vorm allen behoort tot formele taal. In de standaardtaal kan in plaats van allen bijv. iedereen gebruikt worden, of het predicatieve allemaal met een persoonlijk voornaamwoord als onderwerp (zie onder ii 2). Vergelijk:
13aAllen waren tevreden.formeel
bIedereen was tevreden.
cZe waren allemaal tevreden.
Andere voorbeelden van het gebruik van allen zijn:
14Zoiets is niet aan allen gegeven.formeel
15De voorzitter verzocht allen een minuut stilte in acht te nemen.formeel
Opmerking
Verdieping
Opmerking
In de constructie met ons/z'n allen vertoont allen verwantschap met de bepaalde hoofdtelwoorden [7.2.3.1/1].
3
Het zelfstandig voornaamwoord alles verwijst naar zaken en wordt als onderwerp met een enkelvoudige persoonsvorm verbonden (zie zin 17). Voorbeelden:
16Jullie moeten alles onmiddellijk opruimen.
17Is alles op?
18Houding, gezicht, stem, alles herinner ik mij.
De combinatie van alles met een voorzetsel kan vervangen worden door een voornaamwoordelijk bijwoord, bestaande uit overal met een voorzetselbijwoord (altijd in twee woorden geschreven) (zie [8.7.3]), bijv.:
19aHij heeft met alles moeite.
bHij heeft overal moeite mee.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links