Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
21.2.1 Inleiding
Verder lezen
Uit subparagraaf [21·1·1·1] is gebleken dat op grond van de plaats van de persoonsvorm een eerste (formele) indeling in types van zinnen gemaakt kan worden: zinnen met voor-pv (zinstype 1) en zinnen met achter-pv (zinstype 2). Naargelang van de plaatsingsmogelijkheden vooraan in de zin van de voor-pv kan zinstype 1 verder onderverdeeld worden in zinnen met de voor-pv als tweede zinsdeel (zinstype 1a) en zinnen met de voor-pv als eerste zinsdeel (zinstype 1b). Deze twee subtypes hebben respectievelijk de vorm als van een mededelende zin, bijv. 1, en de vorm als van een ja/nee-vraag, bijv. 2.
1Binnenkort |zal | Mark nog wel eens langs|lopen.|zinstype 1a
2|Is| ze met de auto |gekomen?|zinstype 1b
In dergelijke zinnen is de voor-pv de eerste pool.
Zinnen met achter-pv onderscheiden zich van die met voor-pv doordat voor de eerste pool, de bindterm, niets kan staan. Dit betekent dus dat zinnen met achter-pv, afgezien van enkele speciale gevallen, geen aanloop kunnen hebben. Een voorbeeld van zinstype 2 is de dat-zin in 3.
3(Ze is bang) |dat| ze met die nieuwe baan erg weinig vakantie |zal hebben.|zinstype 2
Alleen in informeel taalgebruik is een aanloop mogelijk, bijvoorbeeld die jongen in zin 4. Zulke zinnen worden besproken in [21·8·1].
4Die jongen, |dat| die gek |is|, (dat heb ik altijd al gezegd.)informeel
Voor het overige blijven de volgordemogelijkheden bij de drie zinstypes in principe identiek.
Het optreden van een achter-pv is kenmerkend voor de volgorde van zinnen die een syntactische functie vervullen binnen een andere zin of een constituent. Een voor-pv is kenmerkend voor zelfstandig functionerende zinnen. Men spreekt respectievelijk van de typische bijzinsvolgorde en de typische hoofdzinsvolgorde. In beide gevallen komen uitzonderingen voor: er zijn afhankelijke zinnen met een voor-pv en er zijn ook zelfstandige zinnen met een achter-pv.
In de volgende subparagrafen wordt meer in detail besproken welke soorten zinnen tot welk type gerekend kunnen worden. Duidelijkheidshalve zal bij de indelingen indien nodig een onderscheid gemaakt worden tussen de termen 'zelfstandige zin' en 'afhankelijke zin' als functionele aanduidingen enerzijds en de termen 'hoofdzin' en 'bijzin' als vormelijke aanduidingen anderzijds.
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Tussenzinnen, die niet in een directe grammaticale relatie staan tot de zin waar ze tussengevoegd worden en daarom tussen gedachtenstrepen geplaatst worden, kunnen uiteraard tot alle drie de hier onderscheiden zinstypes (1a, 1b of 2) behoren, naargelang het zelfstandige mededelingen, vragen, enz. of (op zichzelf staande) bijwoordelijke zinnen zijn. Voorbeelden hiervan zijn:
i(Hij zei) - (maar) ik |geloof | niet | | dat hij erg goed geïnformeerd was - (dat de directie besloten had vijfhonderd man af te danken.)zinstype 1a
ii(Wat mij betreft) - (maar) wie |ben| ik! - (kunnen ze beter dat hele examen afschaffen.)zinstype 1a
iii(Frans) - (of) |was| het Gerrit? - (heeft me verteld dat jij van plan was om naar Taiwan uit te wijken.)zinstype 1b
iv(Ik heb gehoord) - |als| ik tenminste goed |geïnformeerd ben| - (dat er niemand ontslagen hoeft te worden.)zinstype 2
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links