Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
5.6.3.2.2 Het aanwijzend voornaamwoord bij eigennamen in verkleinwoordvorm
Verder lezen
Eigennamen in verkleinwoordvorm zijn het-woorden en worden dus normaal voorafgegaan door dit of dat. Zo kan een onderwijzer van een klas waarin twee jongens zitten die Jantje heten, vragen:
1Hebben we het nu over dit Jantje of dat Jantje?
In uitroepen of begroetingen wordt soms echter die (nooit deze) gebruikt. Voorbeelden:
2Die Jantje toch! Hij heeft het toch maar weer voor elkaar gekregen.
3Ha, die Jantje!
Ook afgezien van deze contexten wordt wel die (eventueel deze) gebruikt (vergelijk voor het volgende voorbeeld het onder 3 vermelde):
4Die Jantje van jullie vind ik een vervelend kereltje.
Dit komt vooral voor bij vrouwelijke eigennamen op -ke, die in een groot deel van het taalgebied niet als verkleinwoord gevoeld worden:
5Hebben we het nou over deze Tineke of die Tineke?
Regionaal kan in alle bovenstaande voorbeelden, behalve bij het type Ha, die Jantje, in plaats van die ook dat gebruikt worden.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links