Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
18.5.7.3.ii Eindgroepen met twee werkwoorden
Verder lezen
1
In tweeledige eindgroepen die bestaan uit hebben, zijn (hulpwerkwoorden van tijd) of worden (hulpwerkwoord van het passief) en een voltooid of passief deelwoord, zijn er twee volgordes mogelijk, ongeacht de vorm van het hulpwerkwoord (persoonsvorm of infinitief): deelwoord - hulpwerkwoord of hulpwerkwoord - deelwoord. Voorbeelden:
1aIk geloof dat hij het gedaan heeft.
bIk geloof dat hij het heeft gedaan.
2aZe vermoedde dat de vergadering al begonnen was.
bZe vermoedde dat de vergadering al was begonnen.
3aZou hij de tekst wel goed gelezen hebben?
bZou hij de tekst wel goed hebben gelezen?
4aGeert lijkt zich vergist te hebben.
bGeert lijkt zich te hebben vergist.
5aEr moest aan de tekst nog heel wat veranderd worden.
bEr moest aan de tekst nog heel wat worden veranderd.
Beide volgordes zijn correct. Het is een wijdverbreid misverstand dat achteraanplaatsing van het deelwoord, dus zoals in de (b) -zinnen, beter zou zijn. Wel zijn er, afgezien van individuele verschillen in voorkeur tussen taalgebruikers, enkele duidelijke algemene tendenties aan te wijzen in de keuze tussen de beide volgordes.
Allereerst tekent er zich een verschil tussen gesproken en geschreven taal af. De gebruikelijkste volgorde in gesproken taal, zeker in minder formeel taalgebruik, is die met het deelwoord eerst (zoals in de (a) -zinnen), al is de mate waarin die volgorde gebruikt wordt niet in alle delen van het taalgebied dezelfde. In geschreven taal bestaat er een tendens om vaker de omgekeerde volgorde te gebruiken (deelwoord achteraan, zoals in de (b) -zinnen). Die tendens is het duidelijkst in journalistieke teksten.
Een andere factor die bij de keuze voor een bepaalde volgorde een rol kan spelen, is de accentuering aan het eind van een zin. Vooral de volgende twee elementen zijn hierbij van belang:
  • het zelfstandig werkwoord (hier het deelwoord) is wel of niet een scheidbaar werkwoord (met klemtoon op het scheidbare eerste deel);
  • vlak vóór de eindgroep staat wel of niet een beklemtoonde constituent.
Als het zelfstandig werkwoord (het deelwoord) scheidbaar is, is er meer neiging de volgorde hulpwerkwoord - deelwoord te gebruiken dan wanneer het niet-scheidbaar of niet-samengesteld is. Vergelijk 6 met 7 (de accenttekens geven de hoofdklemtoon aan):
6aIk ben blij dat die ijver áángemoedigd wordt.
bIk ben blij dat die ijver wordt áángemoedigd.
7aIk zou willen dat zijn ijver belóónd wordt.
bIk zou willen dat zijn ijver wordt belóónd.
Hetzelfde geldt voor zinnen met een beklemtoond element vlak vóór de eindgroep: ook dan wordt vlugger de volgorde hulpwerkwoord - deelwoord gebruikt dan wanneer de hoofdklemtoon op het deelwoord zelf ligt. Vergelijk 8 met 9:
8aIn de krant staat dat de politie bij de actie tráángas gebruikt heeft.
bIn de krant staat dat de politie bij de actie tráángas heeft gebruikt.
9aIk blijf bij wat ik gezégd heb.
bIk blijf bij wat ik heb gezégd.
De genoemde tendensen worden wel in verband gebracht met een streven naar een (vooralsnog niet exact te beschrijven) evenwichtige klemtoonverdeling aan het eind van de zin. We kunnen hier dan ook spreken van ritmische factoren die invloed uitoefenen op de (werkwoord)volgorde.
2
Voorzover het groepsvormende werkwoord komen met een deelwoord gecombineerd wordt (zie hierover [18.5.3]), is zowel de volgorde deelwoord - komen als de volgorde komen - deelwoord mogelijk. Het feit dat het hier altijd combinaties betreft hetzij met een scheidbaar werkwoord als aanvulling, hetzij met een geaccentueerd element vlak vóór de eindgroep (vergelijk 1), kan de tweede volgorde bevorderen. Voorbeelden zijn:
10We hoorden hoe Josje schreeuwend naar bóven kwam gelopen.
11Ze zag dat er een polítieauto kwam aangereden.
3
Er zijn ook groepsvormende werkwoorden met een voltooid of een passief deelwoord als aanvulling waarbij dat deelwoord altijdof bij voorkeur aan het begin van de eindgroep staat. Overeenkomstig de onder 1 vermelde tendensen is de omgekeerde volgorde niet in alle gevallen uitgesloten te noemen. Deze groepsvormende werkwoorden met hun plaatsingsmogelijkheden worden behandeld in [18.5.2.4]. Enkele voorbeelden:
12Ik hoop dat we voor zo'n ramp gespaard blijven.
13Hij is al lang blij dat zijn appels verkocht raken.
14De Britse troepen zullen een sector toegewezen krijgen.
In groepen waarin het zelfstandig werkwoord zelf van een deelwoord (als groepsvormend werkwoord) afhangt en er dus twee deelwoorden optreden, is er maar één volgorde mogelijk: zelfstandig werkwoord vóór het groepsvormend werkwoord. Vergelijk met 14 hierboven:
15aDe Britse troepen hebben een sector toegewezen gekregen.
bDe Britse troepen hebben een sector gekregen toegewezen.uitgesloten
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links