Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.1.2.1 Verschillen tussen Nederlands Nederlands en Belgisch Nederlands
Een van de opvallendste vormen van geografische variatie in de uitspraak van het Nederlands is de variatie tussen de noordelijke variëteit, het Nederlands Nederlands en de zuidelijke variëteit, het Belgisch Nederlands. Hoewel er tegenwoordig zowel in Nederland als in België sprake is van een diaglossische situatie zoals gerepresenteerd in Figuur 1, doen er zich heel verschillende dynamieken voor in het standaardiseringsproces. In Nederland is er sprake van normen die zich van boven naar beneden (dus van standaardtaal naar dialecten) hebben uitgebreid, terwijl de standaardisering in België van onderen naar boven gebeurt.
Zie Grondelaers & Van Hout (2011: 207).
In Nederland heeft er een proces van destandaardisering plaatsgevonden – mede afgedwongen door het verdwijnen van de traditionele dialecten – waarbij de normen van de standaard verzwakten, waardoor regionale en sociale variëteiten konden ontstaan. Op het gebied van de uitspraak heeft dit bijvoorbeeld geleid tot het ontstaan van regionale accenten, zoals onder andere het zogenaamde Poldernederlands.
In België is er enerzijds het zogenaamde ‘VRT-Nederlands’: de nationale radio en televisie leggen hun presentatoren zeer strenge uitspraaknormen op, waarbij een regionaal accent uit den boze is. Anderzijds wordt dit VRT-Nederlands in de praktijk nauwelijks gesproken, en is de standaardtaal van bijvoorbeeld Vlaamse leerkrachten Nederlands wel regionaal gekleurd.
Zie Grondelaers & Van Hout (2011: 217-218); De Caluwe (2009: 19).
De standaardtaal in Vlaanderen moet steeds meer plaats maken voor de zogenaamde tussentaal. Dit is een min of meer autonome variëteit tussen de standaardtaal en de dialecten met een sterke inslag van Brabantse kenmerken. Volgens verschillende bronnen is er zich in België een autonome Vlaamse standaardisering aan het voltrekken, waarbij de standaardtaal uit inheemse dialecten ontstaat (en dus endoglossisch en bottom-up is), en ingaat tegen het importeren van de uitheemse Nederlandse standaard (die exoglossisch wordt genoemd).
Zie Grondelaers & Van Hout (2011: 222, 227); Vandekerckhove (2007).
Afgezien van de schrijftaal, waarvoor Nederland en België grotendeels dezelfde norm hanteren, hebben zich dus twee afzonderlijke standaarden ontwikkeld voor de uitspraak van het Nederlands. In principe hebben het Nederlands Nederlands en het Belgisch Nederlands dezelfde foneeminventaris.
Subtiele fonetische verschillen in de uitspraak van de klinkers worden voorgesteld in afzonderlijke klinkerdiagrammen voor het Nederlands Nederlands en Belgisch Nederlands.
De meeste uitspraakverschillen zijn allofonisch van aard.
Zie Van de Velde et al. (2010: 410),  Verhoeven (2005).
Daarnaast doen er zich ook verschillen voor in de intonatie.
De noord-zuidvariatie loopt overigens niet altijd gelijk met de landsgrens tussen Nederland en België; in een aantal gevallen (bijv. de zachte g) vormen de rivieren Waal en Maas de grens tussen de noordelijke en de zuidelijke variëteit.
Zie Van der Harst & Van de Velde (2007: 172).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Kathy Rys november 2020
    Interessante links