Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
23.2 Mededelende zinnen
Verder lezen
1
Mededelende zinnen hebben meestal een voor-pv (zinstype 1a: persoonsvorm als tweede zinsdeel; zie hierover verder [21.2.2.1]), bijv.:
1Hij maakte de groente schoon.
2Gisteravond heeft hij eindelijk zijn ongelijk toegegeven.
In een mededelende zin kunnen zinnen van een ander type als zinsdeel fungeren. Zo bijv. respectievelijk een bevelende en een vragende zin in de volgende twee voorbeelden:
3Hij snauwde: 'Eet je bord leeg!'
4Ze vroeg me: 'Heb je nu tijd?'
In gevallen als 3 en 4 geeft de spreker de woorden van iemand anders weer. Dit kan gebeuren door middel van de directe, de semi-directe en de indirecte rede. Zie hiervoor [19.2.4].
2
Een bijzonder soort mededelende zin is de zogenaamde retorische vraag. Retorische vragen zijn taaluitingen die de vorm van een vragende zin hebben, maar mededelend van karakter zijn. Ze worden in geschreven taal soms gevolgd door een vraagteken, soms door een uitroepteken, soms door beide. Voorbeelden:
5Dacht ik het niet! (= 'Ik had het wel gedacht.')
6Hoe is het mogelijk! (= 'Het is verbazingwekkend.')
7Hoe dikwijls heb ik dat nou al niet gezegd? (= 'Ik heb het al heel dikwijls gezegd.')
8Wie zou zoiets durven beweren? (= 'Niemand zou zoiets durven beweren.')
9Waar is Pieter nou toch in terechtgekomen?! (= 'Pieter is nou wel in iets heel vies terechtgekomen.')
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links