Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.2.5.1 Fonologische eigenschappen van grammaticale morfemen
Lexicale morfemen, die als woord gebruikt kunnen worden, moeten uiteraard uit minstens één lettergreep bestaan, willen ze uitgesproken kunnen worden. Bovendien moet er minstens één klinker in zitten die geen sjwa is, dat wil zeggen: lexicale morfemen moet minstens één volle vocaal bezitten. Functiewoorden, zoals lidwoorden en voorzetsels, kunnen wel de sjwa als enige vocaal hebben. Daarin komen ze overeen met affixen:
Tabel 1. Grammaticale morfemen met sjwa als enige klinker
lidwoorden de , een ən, het ət
voorzetsel te
prefixen be- , er- ər, ge- ɣə, te- , ver- vər
suffixen -e ə, -el əl, -(e)lijk (ə)lək, -en ən, -end ənd, -er ər, -erd ərt, -erig ərəɣ, -ig əɣ, -sel səl, -ster stər, -te , -tje tjə, -pje pjə, -kje kjə, -je , -etje ətjə
Voornaamwoorden en bijwoorden hebben vaak twee vormen, een sterke vorm met een volle vocaal, en een zwakke vorm met een sjwa:
Tabel 2. Voornaamwoorden en bijwoorden met sterke en zwakke vormen
sterke vorm zwakke vorm
ik Ik 'k ək, k
mij mɛi me
mijn mɛin m’n mən
jij jɛi je
jou jɔu je
jouw jɔuw je
hem hɛm ’m əm
haar har d’r dər
het hɛt ’t ət, t
zijn zɛin z’n zən
wij wɛi we
zij zɛi ze
hen hɛn ze
hun hYn ze
er ɛr ’r ər
daar dar d’r dər
eens ens ’s əs
De zwakke vorm kan niet op systematische manier worden afgeleid van de sterke vorm. Bovendien kunnen ze niet altijd in dezelfde context gebruikt worden. Beide vormen moeten dus in het lexicon worden opgeslagen
Zie Gussenhoven (1985), Berendsen (1986).
. De keuze tussen de twee vormen is deels prosodisch bepaald: in een beklemtoonde positie moet de sterke vorm gekozen worden, terwijl de zwakke vorm alleen in onbeklemtoonde positie kan voorkomen.
Affixen hebben nog meer eigenschappen die niet voor lexicale morfemen gelden. Zo bevatten affixen maximaal twee klinkers – en creëren ze dus maximaal twee syllaben –, terwijl lexicale morfemen wel uit meer dan twee syllaben kunnen bestaan. In dit opzicht is het Nederlands niet uitzonderlijk: er bestaat een universele tendens dat gebonden morfemen een beperktere fonotaxis hebben dan lexicale morfemen. Opmerkelijk in dit verband is dat de meeste in de eerste tabel genoemde suffixen alleen alveolaire medeklinkers bevatten: s, t, d, l, r, n. Universeel zijn alveolaire consonanten de meest voorkomende consonanten; dat wil zeggen dat iedere taal in ieder geval dit type consonanten heeft.
Verder lezen
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Geert Booij juli 2020
    Interessante links