Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
18.5.4.14.i Hebben/krijgen met een infinitief zonder te
Verder lezen
Het werkwoord hebben kan gecombineerd worden met een (verplicht aanwezig) lijdend voorwerp en een van de infinitieven liggen, zitten, hangen (onovergankelijk), staan, lopen en wonen, meestal vergezeld van een bijwoordelijke bepaling. In plaats van infinitief + bepaling kunnen ook samenstellingen met de genoemde infinitieven gebruikt worden (bijv. klaarstaan, uithangen). De constructie komt alleen in onvoltooide tijden voor. Het lijdend voorwerp van hebben is geïmpliceerd onderwerp van de infinitief. Hebben is in deze functie verplicht groepsvormend:
1aIk zag dat hij zijn been op de stoel had liggen.
bIk zag dat hij had zijn been op de stoel liggen.uitgesloten
cIk zag dat hij zijn been had op de stoel liggen.uitgesloten
De infinitief met de bepaling of de samengestelde infinitief duidt aan op welke plaats of in welke toestand het lijdend voorwerp van hebben zich bevindt. Voorbeelden:
2Je hebt je haar in de war zitten.
3Op feestdagen hebben zij altijd de vlag uithangen.
4We hebben het eten klaarstaan.
5Die boer heeft op dat weiland drie koeien lopen.
6Ik heb daar vrienden wonen.
Zoals in [18.5.4.2] uitgelegd is, kunnen de werkwoorden liggen, zitten, hangen, staan en lopen als groepsvormende werkwoorden zelf met een infinitief verbonden worden. Als ze afhankelijk zijn van hebben komt dat echter zelden voor. De volgende zinnen, met de daarin aan het einde gebruikte werkwoordvolgorde(s), zijn in ieder geval mogelijk (voor de weglaatbaarheid van te zie men [18.5.4.1/ii]):
7Hij heeft de was te drogen hangen.
8Op Koninginnedag hadden we hier op de markt drie drumbands staan (te) spelen.
9aZe had de osselappen op het petroleumstel staan (te) sudderen.
bZe had de osselappen op het petroleumstel te sudderen staan.
Het komt ook maar zelden voor dat een niet-samengestelde infinitief zonder bepaling gebruikt wordt. Een voorbeeld is:
10Ik heb nog goede wijn liggen.
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Het groepsvormende werkwoord hebben kan een zekere hiërarchische verhouding impliceren; daarom klinkt zin ia in de mond van een schooljongen vreemd, in tegenstelling tot ib (met het zelfstandige werkwoord hebben):
iaWe hebben op school een nieuwe onderwijzer rondlopen.
bWe hebben op school een nieuwe onderwijzer.
In plaats van hebben komt soms ook krijgen voor. Dit groepsvormende werkwoord duidt aan dat de door lijdend voorwerp (of bepaling) en infinitief aangeduide toestand zich in de nabije toekomst zal voordoen. De mogelijkheden zijn echter zeer beperkt. Een mogelijke zin is:
11We krijgen een Turks gezin naast ons wonen.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links