Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
20.4.2 Werkwoorden met een meewerkend voorwerp
Verder lezen
1
De voornaamste categorieën van werkwoorden die een meewerkend voorwerp bij zich kunnen of moeten hebben, zijn de volgende.
  1. De eerste categorie omvat zelfstandige werkwoorden en koppelwerkwoorden met een adjectief die het overdragen van iets uitdrukken (ofwel het daartoe genegen of gehouden zijn) of de ontkenning daarvan. Het meewerkend voorwerp duidt in het algemeen de persoon aan die iets (niet) ontvangt. Voorbeelden: aanbieden, afstaan, bezorgen, bieden, brengen, geven, gunnen, leveren, nalaten, overdragen, overhandigen, schenken, sturen, toedienen, toereiken, toestaan, toesturen, toewijzen, uitreiken, vergoeden, verschaffen; berekenen, betalen, lenen, uitlenen, verkopen; afnemen, afpakken, beletten, besparen, onthouden, ontnemen; schuldig zijn, verschuldigd zijn.
  2. De tweede categorie bestaat uit werkwoorden met een communicatief betekenismoment. Het meewerkend voorwerp duidt in het algemeen de persoon aan met wie gecommuniceerd wordt. Voorbeelden: berichten, doorbellen, faxen, meedelen, melden, schrijven, seinen, telefoneren, telegraferen, toeroepen, vertellen, zeggen; (lof) toezwaaien, vergeven, verwijten, zweren; (de weg) wijzen, tonen, laten zien;
    smeken, verzoeken, vragen ('de vraag stellen' en 'verzoeken'); antwoorden; bevelen, gelasten, opdragen, opleggen, voorschrijven; aanbevelen, aanraden, afraden, voorstellen ('een voorstel doen'); beloven; leren. Daarnaast kunnen enkele werkwoorden met een meewerkend voorwerp voorkomen die moeilijk te classificeren zijn, bijv.
    gehoorzamen (iemand zijn geluk) benijden (iemand afkeer) inboezemen
    Opmerking
    Verdieping
    Opmerking
    Het werkwoord spreken kan een voorwerp bij zich hebben dat noch de kenmerken van een lijdend voorwerp noch die van een meewerkend voorwerp heeft, bijv.:
    iIk sprak gisteren mijn buurman (en die vertelde me dat de gemeente geen vergunning gaf voor het bouwen van een garage.)
    iiHeb jij toevallig de directeur nog gesproken?
2
De vermelde werkwoorden kunnen soms ook zonder voorwerp of alleen met een lijdend voorwerp gebruikt worden, al dan niet met betekenisverschil. Vergelijk:
1aHij schrijft. (zonder voorwerp)
bHij schrijft een brief. (met lijdend voorwerp)
cHij schrijft zijn moeder een brief. (met meewerkend en lijdend voorwerp)
dHij schrijft zijn moeder. (met meewerkend voorwerp; het lijdend voorwerp is geïmpliceerd)
2Men mag een arbeider zijn loon niet onthouden. ('niet geven': met meewerkend en lijdend voorwerp)
3Die woorden zal ik altijd onthouden. ('zich herinneren': met lijdend voorwerp)
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links