Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
20.2.2.2.i Voornaamwoorden die als onderwerp dienst kunnen doen
Verder lezen
1
Behalve de wederkerende en wederkerige voornaamwoorden kunnen alle zelfstandige voornaamwoorden als (kern van de naamwoordelijke constituent met de functie van) onderwerp optreden. Enkele voorbeelden:
1Ze kan haar fiets niet vinden.
2Het viel in het water.
3Mijn fiets staat er nog, maar die van haar is weg.
4Dat is me ook wat moois!
5Wie van jullie heeft het gezien?
6Iemand moet het toch gedaan hebben.
7(De fiets) die gisteren gestolen is, (was gloednieuw.)
Betrekkelijke voornaamwoorden als onderwerp zijn altijd onderwerp van een bijvoeglijke bijzin, zoals in 7.
Onbepaalde constituenten met een voornaamwoord als kern moeten of kunnen meestal met het presentatieve er gecombineerd worden (zie [8.6.3]).
2
Het voornaamwoord het fungeert als loos onderwerp bij gezegdes die een onpersoonlijk werkwoord bevatten. Voorbeelden (vergelijk met 2):
8Het vriest dat het kraakt.
9Het blijft maar koud.
10Het wordt donker.
11Het is al vijf uur.
12Wat tocht het hier!
13Hoe gaat het met u?
14Het ontbreekt hem aan moed.
15Het werkt prettig op deze kamer.
In deze gevallen heeft het geen eigen betekenis en geen verwijzende, maar alleen een syntactische functie.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links