Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
5.4.3.4 De verwijzingsmogelijkheden
Verder lezen
De verwijzingsmogelijkheden van elkaar(s) komen voor een groot deel overeen met die van het wederkerend voornaamwoord [5.3.3.2]. Hieronder wordt eerst een aantal voorbeeldzinnen gegeven die vergelijkbaar zijn met die bij het wederkerend voornaamwoord [5.3.3.2/ii]. (Net als daar zijn zowel de antecedenten van elkaar(s) als de voornaamwoorden zelf gecursiveerd.)
1Johan en Pieter verdedigden elkaar goed.
2Kees en Wim zeiden dat Johan en Pieter elkaar goed verdedigden.
3Kees en Wim zeiden tegen elkaar dat Johan en Pieter zich goed verdedigden.
4Johan en Pieter verstonden de kunst (om) elkaar tot het uiterste te verdedigen.
5Johan en Pieter wilden elkaars vrienden verdedigen.
6Elkaar bedienend, praatten de oude heren honderd uit.
7Ze verboden hun dienaren elkaars kleren aan te trekken.
8Dit zijn elkaar tegenwerkende factoren.
9Elkaar vliegen afvangen is niet sympathiek.= 'Het is niet sympathiek dat men elkaar (...)'
10Ik vind die jongens een gevaar voor elkaar.
11Dat praten met elkaar was voor Bart en Marijn een noodzaak geworden.
12Zij stond verbaasd over hun afkeer van elkaar.= '(...) de afkeer die zij van elkaar hadden'
In principe kan elkaar(s) na een voorzetsel (evenals het wederkerend voornaamwoord) bij niet-identiteit van geïmpliceerd onderwerp en getalsonderwerp naar beide verwijzen [5.3.3.2/iii]. Het is echter heel moeilijk een voorbeeldzin te bedenken waaraan dat gedemonstreerd kan worden. Beide verwijzingsmogelijkheden lijken aanwezig in:
13Agatha en Bernard vonden Charlotte en Dirk geen geschikte partners voor elkaar.
De eerste lezing zou zijn: 'Agatha en Bernard vonden dat Charlotte en Dirk geen geschikte partners voor elkaar waren' (Charlotte en Dirk antecedent). De tweede lezing zou zijn: 'Agatha vond dat Charlotte geen geschikte partner voor Bernard was, en Bernard vond dat Dirk geen geschikte partner voor Agatha was' (Agatha en Bernard antecedent). Omdat dergelijke zinnen in de praktijk zeer zelden voorkomen, heeft het weinig zin op de hiermee verbonden problemen nader in te gaan.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links