Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
19.1.1 Wat is een zin?
Verder lezen
1
Een algemeen bevredigende definitie van de zin is moeilijk te geven. In de gangbare definities van de zin worden doorgaans heel uiteenlopende eigenschappen genoemd. De zin vormt in ieder geval conceptueel en formeel een op zichzelf staand geheel dat uit één of meer woorden bestaat.
2
Dat er wat de vorm betreft sprake is van een geheel (en niet van losse woorden, zoals bijv. de namen in een telefoonboek of de woorden van een woordenlijst), wordt in de gesproken taal uitgedrukt door bepaalde intonatiekenmerken, waarop in dit boek niet wordt ingegaan. In de geschreven taal wordt een zin normaliter gemarkeerd door een hoofdletter aan het begin en een punt, vraagteken of uitroepteken aan het einde.
3
Functioneel-syntactisch is de zin in het algemeen te karakteriseren als een verbinding van een onderwerp (subject) en ten minste een gezegde (predikaat). Zinnen die niet aan deze algemene karakteristiek beantwoorden, zijn: beknopte bijzinnen (zie [19.3]), onvolledige zinnen (zie [19.4]), enkele vaste uitdrukkingen (zie(20.2.1, sectie 2)), sommige bevelende zinnen (zie(23.4, sectie 1)), samengetrokken zinnen (zie [27.5]) en sommige zinnen met presentatief er (zie [8.6.3.2/iii]). In onderstaande voorbeelden komen steeds alleen een onderwerp (gecursiveerd) en een gezegde voor:
1Jan slaapt.
2De hond van de buren blaft.
3Het gehakt is koud geworden.
4Zullen we vertrekken?
5Het regent.
4
De betekenis van de zin als categorie is slechts in zeer algemene termen te omschrijven. We zouden kunnen zeggen dat het onderwerp aanduidt over wie of wat er iets gezegd wordt; het gezegde drukt dan uit wat er gezegd wordt. (Zie voor een nadere definitie van onderwerp en gezegde [20].)
Voor gevallen als 5, met een 'loos onderwerp' het, is deze algemene formulering echter al niet houdbaar, omdat dit woord geen eigen betekenis heeft.
Verder wordt bijv. in 4 datgene wat er over we'gezegd wordt', niet alleen uitgedrukt door de woorden zullen en vertrekken (het gezegde), maar ook door de vragende vorm van de zin: de sprekers zéggen niet dat ze zullen vertrekken, maar vragen (zich af) óf ze zullen vertrekken. Ditzelfde geldt trouwens evenzeer voor de andere zinnen: niet alleen de woorden, maar ook de zinsvorm als geheel bepaalt de betekenis. We noemen 4 een vragende zin, de andere mededelende zinnen. Hierop wordt nader ingegaan in [23].
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links